Wespendief, Pernis apivorus, 52 - 60 cm

Wespendief | Pernis apivorus
Wespendief

Herkenning

Een Wespendief met de Buizerd verwarren is heel logisch, de soorten lijken veel op elkaar en leven in dezelfde biotopen (leefomgeving). Een Wespendief heeft echter een langere staart en vleugels dan de Buizerd en ook een kleinere kop (puntiger) De tekening is meestal een stuk duidelijker dan bij de Buizerd. Een ander kenmerk is de donkere band op de achtervleugels en ook op de lichte staart vinden we deze donkere eindband terug, gevolgd door twee tot drie smallere banden. Wespendieven komen voor in allerlei verenkleden, van heel licht tot heel donker. Ook dat maakt het er niet gemakkelijker op. De Wespendief is echter veel schaarser dan de Buizerd. Het zijn vogels die er een wat heimelijke leefwijze op na houden, de kleine nesten zijn erg moeilijk te vinden. Deze echte trekvogel overwintert ten zuiden van de Sahara. Ze zijn slechts vijf maanden in ons land (van begin mei tot eind september).

Biotoop

De voorkeur gaat uit naar naaldbossen met open terrein, maar ook in loofbossen. Overwinterd in de bossen en bossavannen rond de evenaar in Afrika.

Voedsel

Hoewel bijen en wespen en hun larven vreemd voedsel lijken voor een stootvogel, vormen ze toch de hoofdmaaltijd van de Wespendief. Bij gebrek aan wespenbroed eet hij ook wel zangvogels (ook hun eieren en jongen), kleine zoogdieren, reptielen en kikkers. Een Wespendief is gebouwd om veilig wespennesten uit te graven. Het verenkleed beschermt de vogel tegen de steken van de wesp en het spleetvormige neusgat beschermd tegen het binnendringen van zand tijdens het graven. Hij heeft ook echte graafpoten. Een Wespendief zit vaak in een boom roerloos te speuren naar de vliegbanen van de wespen. In een koud nat voorjaar is er weinig wespenbroed beschikbaar. Dan schakelt hij over op kleine zoogdieren. In een warm droog voorjaar komt een wespenvolk veel sneller tot ontwikkeling en is er voldoende voedsel voorradig.

Broeden

Tegen de tijd dat de Wespendieven in Nederland aankomen (begin mei) zitten de bomen al volop in het blad. Dit maakt het lastig de nesten te vinden. Vogelaars die Wespendieven inventariseren gaan vaak op hoge uitkijkposten zitten om vliegbewegingen van de voedselvluchten (tijdens de jongenfase) in te tekenen op een kaart van het betreffende gebied. Wespendieven gebruiken soms oude kraaien- of Buizerdnesten als fundering. Ook worden nieuwe nesten gebouwd. Er worden groene verse twijgen gebruikt om het nest te bekleden, veelal loof- maar ook naaldtakjes. Ze bouwen tamelijk kleine horsten. Vrij snel na aankomst worden twee tot drie eieren gelegd, waar zowel het vrouwtje als het mannetje totaal zo’n 30 tot 35 dagen op broeden. De jongen verlaten het nest na 40 tot 44 dagen. De periode dat de jongen na het uitvliegen nog bij de ouders blijven is erg kort, namelijk 14 dagen.

Aantallen in Nederland

De Wespendief is de laatste jaren toegenomen, omdat de hoeveelheid bos in de 20e eeuw in Nederland is toegenomen. Op sommige plaatsen is de vogel juist afgenomen vanwege predatie van de Havik. Dit wordt op andere plaatsen weer gecompenseerd. Men gaat uit van ongeveer 400 broedparen in Nederland.

Aantallen in onze omgeving

De werkgroep stootvogels heeft in 2002 haar eerst vijf jaren voltooid met een kroonjuweel; het ontdekken van een Wespendiefhorst. Sindsdien worden er elk jaar Wespendieven gezien in de broedtijd, maar niet elk jaar wordt het nest gevonden. Soms wordt het pas aan het eind van het seizoen duidelijk dat er toch ergens een nest moet zitten, als er voedselvluchten vanaf de telpost gezien worden.

Wespendief | Maashorst | ©Peter van de Braak
Wespendief | Maashorst | ©Peter van de Braak
Wespendief | Maashorst | ©Peter van de Braak
Wespendief | Maashorst | ©Peter van de Braak
Wespendief | Maashorst | ©Peter van de Braak
Wespendief | Maashorst | ©Peter van de Braak