IJsvogel, Alcedo atthis, 16 - 19 cm

IJsvogel | Alcedo atthis
IJsvogel vrouwtje

Herkenning

Kleine prachtig blauw met oranjebruin gekleurde vogel, met korte staart en lange rechte, dolkvormige snavel. Snavel is bij het mannetje geheel zwart, het vrouwtje heeft een oranjerode ondersnavel. Zit vaak op overhangende takken boven het water. Vliegt laag en snel over het water, wordt dan even gezien en heeft daarom de naam 'blauwe flits' gekregen.

Biotoop

Kleine en middelgrote, visrijke, traag stromende beken en rivieren. Komt ook voor langs meren en vijvers met steile oevers in de nabije omgeving.

Geluid

Het geluid van de IJsvogel bestaat uit harde en hoge piepjes in het voorbijgaan. Het geluid draagt ver over het water en vaak valt de IJsvogel het eerst op aan de roep. De opname laat eerst een (zwak) roepje van het vrouwtje zien terwijl ze al voorbij is gevlogen. Dan volgt het mannetje luid roepend.

Voedsel

Kleine visjes zoals stekelbaarsjes, ook donderpadjes. Vist in brak en zout water ook wel naar garnalen. Zit vaak roerloos te loeren naar vissen. Vaak 'bidt' (stilhangend wiekelen) de vogel voordat hij een stootduik maakt. Door de stevige nekspieren kan de IJsvogel behoorlijk grote vissen vasthouden. Heeft een bepaald vlies over het oog wat de spiegeling van het water wegneemt en waardoor hij de vis beter kan zien. De vis glijdt met de kop eerst naar binnen, vaak wordt de vis eerst tegen een tak doodgeslagen. In strenge winters wordt naar de laatste plekken met open water gezocht om toch nog wat te kunnen vangen.

Broeden

Tijdens de balts biedt het mannetje het vrouwtje een visje aan. Mannetje en vrouwtje graven een nestgang in een steile oever, die wel een meter diep kan worden. Begin mei worden zeven witte eieren gelegd op de kale bodem, soms worden de eieren op wat visgraten gelegd. Er wordt drie weken gebroed en de kuikens blijven drie weken in het nest. De visresten en uitwerpselen hopen zich dan op en gaan stinken. Als de ouders de kuikens gevoerd hebben, nemen ze gelijk een bad. Jonge vogels verdrinken wel eens, omdat de veren niet waterdicht zijn, ze moeten nog leren hier mee om te gaan. Na een strenge winter gaat de stand sterk achteruit (doet zijn naam geen eer aan). Broedt meestal twee en soms zelfs drie keer per jaar.

Aantallen in Nederland

400 -1200 broedparen, de aantallen nemen de laatste 25 jaar toe. Wel zijn strenge winters de oorzaak van flinke terugvallen.

Aantallen in onze omgeving

Broedt hier in klein aantal, na strenge winters in nog kleiner aantal. Langs de Leijgraaf, in de woonwijk Uden Zuid, vijver de Kleuter, Het Melven en de Aa in Veghel zijn plekken waar ze regelmatig gezien worden.

IJsvogel | omgeving Uden| Peter van de Braak | 16-04-2016
IJsvogel in omgeving Uden ©Peter van de Braak
IJsvogel in omgeving Uden ©Peter van de Braak
IJsvogel in omgeving Uden ©Peter van de Braak
IJsvogel in omgeving Uden ©Peter van de Braak
IJsvogel in omgeving Uden ©Peter van de Braak
IJsvogel in omgeving Uden ©Peter van de Braak
IJsvogel in omgeving Uden ©Peter van de Braak
IJsvogel in omgeving Uden ©Peter van de Braak
IJsvogel in omgeving Uden ©Peter van de Braak
IJsvogel in omgeving Uden ©Peter van de Braak