Inloggen

Login op de site

Gebruikersnaam *
Wachtwoord *
Onthoud mij

zomertaling g

 zomertaling k   
Zomertaling, Anas querquedula, 37 - 41 cm.

Herkenning

Iets groter dan de Wintertaling, maar grondelt veel minder. Donkerbruine kop en borst met een witte opvallende wenkbrauwstreep die doorloopt tot in de hals. Grijs lijf met lange afhangende zwarte en witte schouderveren. In de vlucht is een brede witte rand zichtbaar op de achtervleugel en een witte streep midden op de vleugel. Ook de blauwgrijze voorvleugel valt op. Stijgt bij alarmering recht uit het water op, voor het opstijgen worden pompende bewegingen gemaakt met de kop. Het vrouwtje is grijsbruin van kleur. Tijdens de rui draagt het mannetje het eclipskleed en kan niet vliegen. De vogels zijn dan erg kwetsbaar.
 

Biotoop

Met riet omzoomde ondiepe plassen, rustige, beschutte, stilstaande ondiepe wateren met gras in de omgeving. Mijdt plassen met zeer dichte oeverbegroeiing. Overwinterd in tropisch Afrika.

Voedsel

Eet op de manier van de Slobeend (slobberen), zowel plantaardig als dierlijk voedsel: kleine waterdieren zoals kevers en muggenlarven, maar ook zaden, wortels en bladeren van waterplanten.

Broeden

Als Zomertalingen tijdens de balts roepen, wordt de kop in de nek gelegd en er wordt een ratelend geluid geproduceerd. Het nest ligt meestal in hoog gras bij een plas of bij uiterwaarden. De binnenkant wordt bekleed met dik dons dat uit de borst wordt geplukt.

Aantallen in Nederland

1600 tot 1900 broedparen in Nederland.

Aantallen in onze omgeving

Komt in onze omgeving niet als broedvogel voor.