Inloggen

Login op de site

Gebruikersnaam *
Wachtwoord *
Onthoud mij
nestk1sten

 Doel:

Het doel van de nestkasten werkgroep is zowel het verschaffen en beschermen van broedgelegenheid aan holenbroeders door het aanbieden van “kunstmatige holten”, als het bestuderen van het broedsels van vogels in de omgeving van Uden.
Natuurlijk zijn er in relatief jong bos niet voldoende holten aanwezig om onze holenbroeders tot broeden te laten komen. Echter, de bossen in en om Uden zijn zo oud dat ze in principe voldoende broedgelegenheid bieden. Zouden de broed- of voedsel omstandigheden slecht zijn dan zouden er minder vogels broeden. Bovendien is de bijdrage van een klein aantal nestkasten klein op populatieniveau; de natuur gaat gewoon zijn eigen gang….

Toch heeft de werkgroep al vanaf 1976 meer dan 350 nestkasten hangen in de Maashorst (vijf gebieden), de Odiliapeelse bossen (twee gebieden) en Bedaf (één gebied), waarom?

  1. De werkgroepleden vinden het leuk om gedurende het voorjaar in de natuur bezig te zijn: elke twee weken, enkele uren het bos in om te kijken wat er allemaal gebeurd is en zo “en passant” de lente beleven.
  2. Het zorgt voor een zekere spanning en men ziet gedurende het seizoen de resultaten van eerder handelen: 
    •   Komt er in die nieuwe nestkasten nu wel of niet wat?
    •   Moet ik er meer nestkasten bij hangen of juist verplaatsen?
    •   Zou ik, net als andere gebieden, ook meer van die ene bijzondere soort krijgen?
    •   Moeten de invlieggaten groter of kleiner?
    •   Zouden alle eieren, die ik vorige keer telde, uitkomen?
    •   Beginnen ze dit jaar vroeg of laat te leggen?
  3. De broedgegevens worden doorgestuurd naar de Samenwerkende Organisaties Vogel Onderzoek Nederland (het SOVON). Mensen uit heel Nederland sturen hun gegevens in naar het SOVON en daarmee wordt wetenschappelijk onderzoek gedaan.

Hieruit is onder andere naar voren gekomen dat, door het broeikas effect, de laatste 50 jaar het gemiddelde legbegin van de Koolmees circa één week vervroegd is terwijl de piek in beschikbaarheid van bepaalde rupsen, het voornaamste voedsel voor de jongen, nog meer vervroegd is. Dit kan tot gevolg hebben dat in sommige jaren vele jonge mezen verhongeren

De methode die de meeste controleurs / werkgroepleden hanteren is de volgende:
Voor het broedseizoen (februari, maart) wordt er een keer een controle rondje gelopen om kapotte kasten te vervangen of te repareren. Tijdens het broedseizoen (april tot en met juli) worden er elke week, maar in ieder geval eens in de twee weken, alle nestkasten langsgelopen en genoteerd wat er in de kast gebeurd (aanwezigheid van een nest, aantal eieren of jongen). Nadat de jongen het nest hebben verlaten en er geen vervolglegsel geproduceerd wordt, wordt het nestmateriaal verwijderd zodat eventueel aanwezigen parasieten tijdens de winter doodvriezen. De nestkasten blijven in het bos want ze worden na het broedseizoen intensief gebruikt als slaapplaats voor vogels (winter) en vleermuizen (herfst). De gegevens worden verzameld met de coderingen die het SOVON ontwikkeld heeft, wat de interpretatie van de gegevens vergemakkelijkt en uitwisselbaar maakt.

Wij hebben nog nooit aanwijzingen gehad dat het controleren, mits goed uitgevoerd, leidt tot verstoring van de broedsels. Tijdens de volgende controleronde is het broedproces gewoon een stap verder. Natuurlijk zijn er nesten die verstoord worden maar dan is meestal de oorzaak te achterhalen: de deksel is van de kast gewaaid of de hele kast is gestolen, spechten hebben het invlieggat groter gemaakt en de hele inhoud eruit gehaald.

Afhankelijk van de plaats van de nestkast, grootte van de nestkast en de grootte van de invliegopening kunnen er verschillende soorten vogels in de nestkasten verwacht worden. Echter de natuur, en met name de spechten, hebben hier nogal eens een eigen mening over en vergroten de invlieggaten.

De soorten die het meest in onze nestkasten broeden zijn Koolmees, Pimpelmees, Zwarte mees, Bonte vliegenvanger, Gekraagde roodstaart en Boomklever.

Maar wij krijgen onze gegevens niet alleen uit de bossen. Aangezien er ook Vogelwachtleden in hun tuin nestkasten hebben hangen wordt hen ook elk jaar gevraagd wordt om hun nestkasten te controleren. Van deze groep “Thuiswerkers” krijgen we vaak informatie over andere vogels, vogels die niet in nestkasten of in het bos broeden zoals Grauwe vliegenvanger, Roodborst, Merel, Vink, Boerenzwaluw etc.

Heb je zelf ook nestkasten hangen en wil je deze controleren maar weet je niet hoe, neem dan contact op met de coördinator van de nestkasten werkgroep.

 

Pimpelmees

 

Koolmees 

Bescherming:

Ook bij u thuis kunt u de holenbroeders een onderdak bieden. Van de meeste kasten hebben we een beschrijving, zodat u ze ook zelf kan maken. Enkele kasten worden door ons ook verkocht.

Rond de Groenhoeve zijn ook allerlei nestkasten opgehangen. Dit heeft een meer educatieve functie. Het  “Groenhoeve natuurpad” daar spelen ook nestkasten met uitleg een belangrijke rol.

© Vogelwacht Uden e.o.