Inloggen

Login op de site

Gebruikersnaam *
Wachtwoord *
Onthoud mij

oeverzwaluw g

oeverzwaluw k

 
Oeverzwaluw, Riparia riparia 12 cm.

Herkenning

De oeverzwaluw is de kleinste van de zwaluwsoorten die we hier in Nederland tegenkomen. Zijn gewicht is slechts 14 gram en zijn lengte meet 12 cm. De zandzwaluw, zoals deze soort ook wel genoemd wordt, vanwege het broeden in steile zandwanden, is aan de onderzijde (de buik en keel) "vuilwit". De Bruine borstband steekt hierbij af. De bovenzijde van de vleugels is bruinachtig. Jonge oeverzwaluwen hebben een iets gestreepte koptekening. De staart is enigszins gevorkt. De pootjes zijn voorzien van speciale stevige veertjes om het graven gemakkelijker te maken. het pootoppervlak wordt vergroot, zodat meer zand weggewerkt kan worden.

Geluid

Zijn zang bestaat uit een kwetterende noot die klinkt als "tsjirp". Het roepgeluidje lijkt er een beetje op maar is meer knarsend van toon. Het geluid is veel minder muzikaal dan van de boeren- en huiszwaluw. Het alarmgeluid bestaat uit een schril "broe-iet". De opname laat af- en aanvliegende ouders horen bij de nestholten.  

Biotoop

Het is een vogel die in kolonie's broedt. Deze kolonie's bevinden zich van nature langs meanderende beken en rivieren. Door de schurende werking van het water ontstaan steile zandwanden waar de nestgangen in gemaakt worden. Helaas zijn veel meanderende beekjes zoals dat heet "genormaliseerd". Recht getrokken dus en voorzien van basaltstenen. Hierdoor is de soort teruggedrongen tot de zand- en kleiafgravingen. Door deze winning ontstaan wel tijdelijke steile wanden die zeer geschikt zijn voor de zwaluwen.

Voedsel

De oeverzwaluw voedt zich uitsluitend met dierlijk voedsel, voornamelijk met het zogenaamde luchtplankton; kleine, zich in de lucht bevindende insecten, die op eigen kracht vliegen of zich passief door opstijgende luchtstromen laten meevoeren. De oeverzwaluw reageert net als de gierzwaluw op plotselinge weersveranderingen (en dus ook zijn voedselvoorraad).

Broeden

Ze graven in 2 tot 3 dagen horizontale gangen in steile wanden. De ingang van de nestgang moet makkelijk bereikbaar zijn. Hoge begroeiing voor de wand is funest en zorgt ervoor dat de zwaluwen niet gaan broeden. De gangen lopen iets op, zodat de regen er niet in kan lopen. De gang varieert in lengte van 40 tot 160 centimeter. Meestal broeden ze twee keer in het seizoen. Ze gebruiken de tweede keer dezelfde nestgang, maar maken deze in de regel langer en dit zijn dan de gangen van 160 centimeter. Voor hun broedgedrag is het noodzakelijk dat deze vogels graven. Het aanbieden van kant en klare nestgangen is dan ook geen oplossing. de vorm van de gang si niet rond maar elliptisch. De breedte bedraagt ongeveer 7 cm, de hoogte ongeveer 5 cm. De gang eindigt in een nestholte. De breedte hiervan is ongeveer 15 cm., de hoogte 6 cm. Het nest wordt spaarzaam bekleed met delen van planten, veren en haren. De nesten worden hoofdzakelijk in de bovenste 60 cm. van een steile oever gemaakt. Dit heeft te maken met het oorspronkelijke broeden langs meanderende beken. Door hevige regenval kan namelijk het water in de beek behoorlijk omhoog komen. Hoe hoger nu de nestgang gebouwd is hoe langer men droge voeten behoudt. Het komt ook wel eens voor dat een gedeelte van een oever instort. Ook hier geld weer, hoe hoger men zit, hoe minder zand men op het hoofd krijgt. Als dit gebeurt kan de vogel zich uitgraven. Uiteraard gaat dit niet op voor de jonge vogels. Deze missen de kracht om zich uit te graven.