Inloggen

Login op de site

Gebruikersnaam *
Wachtwoord *
Onthoud mij

Oppervlakte:

 3500 Ha

Ligging:

Driehoek tussen Uden,Heesch en Schaijk (45-37-21)

Eigendom:

In eigendom van SBB, gemeente Uden, Oss, Landerd en Bernheze.

Toegankelijkheid:

 Vrij wandelen op wegen en paden                              Diverse wandelroutes, ook voor rolstoelen

Kenmerkende soorten:

Geelgors, Grasmus, Roodborsttapuit, Kwartel, Nachtzwaluw, Wespendief,Havik. Het aantal broedvogels in 2002 bedroeg 83, waarvan er 7 op de Rode Lijst van bedreigde vogelsoorten staan, deze zijn; Dodaars. Patrijs, Kerkuil, Nachtzwaluw, Groene Specht, Roodborsttapuit en geelgors. Hiervan is de Nachtzwaluw sterk bedreigd (1% van de Nederlandse populatie is in de Maashorst aangetroffen)
 
Maashorst voorjaar Uden-Maashorst 10-06-03 © Vogelwacht Uden e.o.                                                 Geelgors (Emberiza citrinella) Uden-Maashorst 23-04-2003 © Vogelwacht Uden e.o.

Algemeen

De Maashorst is een zwak glooiend heide-, bos- en landbouwgebied. Het totale gebied is circa 4.000 ha groot, waarvan 2.200 ha uit bos en heide en 1.600 ha uit landbouwgrond bestaat en is daarmee een van de grootste natuurgebieden in Noord-Brabant.

Het gebied is gelegen in het noordoosten van Noord-Brabant. Het grondgebied van de Maashorst behoort tot vier verschillende gemeenten. Oss, Uden, Landerd en Bernheze. Staatsbosbeheer heeft de meeste bezittingen, maar ook de gemeenten bezitten gronden.

Ontstaan

De Maashorst is ontstaan dankzij de Maas, zoals ook een helft van de naam al aangeeft. De andere helft van de naam “horst” is wat we in de geologie een hooggelegen gebied noemen. Lange tijd geleden zijn er door heftige bewegingen in de aardkorst breuken ontstaan. Aan de ene zijde van zo’n breuk ontstond dan een horst en aan de andere zijde een slenk (laag gelegen gebied). Zuidwestelijk van de Maashorst ligt de zogenaamde Peelrandbreuk, die ervoor gezorgd heeft dat de Maashorst hoog kwam te liggen. Zo’n 125.000 jaar geleden liep de Maas door de centrale slenk, grofweg van Venlo over Veghel naar Rosmalen, waar de Maas zijn weg weer vervolgde op de plaats waar nu nog steeds de Maas stroomt.

In die tijd zorgde de Maas ervoor dat er grof grind werd afgezet in zijn loop en ook aan de rand waar zich de Maashorst bevond.

Op een gegeven moment leeft het bewegen van de aardkorst weer op zodat de Maashorst hoger komt te liggen en de Maas geen grof grind meer afzet. Na verloop van tijd komt ook de centrale slenk hoger te liggen dan een andere slenk, de slenk van Venlo, waardoor de Maas is gaan lopen op de plaats waar nu nog steeds de Maas stroomt. Dus vanaf Venlo naar Grave, Oss, Den Bosch. Sindsdien is er geologisch gezien niet meer zoveel gebeurd.

Belangrijke vogelgebieden in de Maashorst

Begrazingsgebied de Brobbelbies

Sinds 1990 heeft Staatsbosbeheer in het hart van de Maashorst via ruilverkaveling een grote hoeveelheid landbouwgrond in haar bezit gekregen. Het beheer is er op gericht om zo snel mogelijk de grond te verschralen middels afgraven en extensieve begrazing van paarden en Schotse Hooglanders. Op den duur moet er een afwisselend coulisselandschap ontstaan. Ondanks dat de extensieve begrazing nog niet zo lang plaatsvindt, zij er op vogelgebied nu al enkele belangrijke veranderingen te zien.

Wat het meeste opvalt zijn de vele veldleeuweriken en boomleeuweriken die we in het voorjaar horen en zien. Zij zijn kenmerkende soorten voor extensief begraasde gebieden. Dit kan je ook zeggen van soorten als geelgors, roodborsttapuit, grasmus en kwartel.

De drie vennen

Wij noemen dit gebied de drie vennen omdat er drie vennen in liggen. Het gebied kenmerkt zich door droge en vochtige heide. De vochtige heide is echter door ontwatering in waarde sterk  achteruit gegaan. Hier wordt nu middels plaggen en aankoop van belendende percelen aan gewerkt. In de winter is dit de vaste plaats van de klapekster, daarnaast kan je een aantal aardige vogels tegen komen, zoals witgat, houtsnip, havik, geelgors, boomleeuwerik en roodborsttapuit. In de zomer is dit het gebied voor de nachtzwaluwen. Maar liefst vier paartjes zijn hier te horen en met een beetje geluk te zien in de schemer.

Beekdal van de Kraaieloop/Slabroekse heide

Dit gebied is ontstaan door het stroompje wat Kraaieloop genoemd wordt. Doordat deze beek in vroegere tijden elk jaar overstroomde ontstonden vruchtbare weidegronden links en rechts van de beek. Dit gebied gebruikten de boeren dan ook alleen maar als hooiland. Als afscheiding/begrenzing werden elzen aangeplant. Zo ontstond een gebied wat zeer afwisselend is. In de elzen hebben vogels gelegenheid tot broeden en eventueel beschutting te zoeken voor gevaar. Op de weilanden vinden de vogels volop voedsel in de vorm van insecten. Daarom broeden hier ook allerlei vogels zoals winterkoning, roodborst, geelgors, lijsters, grasmus, zwartkop, tuinfluiter en grote- en kleine bonte specht. In de winter is het gebied ideaal voor de sijsjes die zich tegoed doen aan de zaadjes van de elzenproppen.


Sijs (vr) (Carduelis spinus)   Uden-beekdal 01-02-04 © Vogelwacht Uden e.o.                                          Sijs (mn) (Carduelis spinus) Uden-beekdal 01-02-04  © Vogelwacht Uden e.o.

De Kanonsberg

Dit is een droog heidegebied waar de heide nog goed ontwikkeld is. In augustus/september kan je hier volop genieten van de paars bloeiende heide. Op dit moment is men bezig om het aandeel heide te vergroten. Kenmerkende soorten van deze heide zijn nachtzwaluw, groene specht, boomleeuwerik, boompieper, gekraagde roodstaart en geelgors. Vooral de nachtzwaluw is met vijf broedparen ruim vertegenwoordigd. In de winter is de klapekster op de kanonsberg een vaste gast.


Roodborsttapuit (Saxicola torquata) Uden-Zuid 15-04-04 © Vogelwacht Uden e.o.

© Vogelwacht Uden e.o.