Inloggen

Login op de site

Gebruikersnaam *
Wachtwoord *
Onthoud mij

kanoet g

kanoet k
Kanoet, Calidris canutus, 27 - 30 cm

Herkenning

Vrij plompe, gedrongen strandloper met een lang dik lijf, relatief korte, rechte snavel en korte poten. In broedkleed is de Kanoet mooi oranje gekleurd aan de onderkant met oranjebruin getekende dekveren. In de winter is hij grijs met witte onderdelen, grijsgroene poten en een zwarte snavel. In de vlucht vallen de lange vleugels op, heeft dan een gestreepte stuit en een witte vleugelstreep. Hij is groter en compacter dan de Bonte Strandloper, met wie ze vaak samen voedsel zoeken. Leeft buiten de broedtijd in grote tot zeer grote groepen, die bij vloed langs de branding staan te rusten en te slapen. Bij eb verspreiden ze zich uit over het wad om te foerageren, ook 's nachts. Een kleine groep van ongeveer duizend vogels is ovaal van vorm, een groep van tienduizend vogels loopt in een punt uit. Zo voeren ze spectaculaire zwenkingen uit, waarbij de groep donker lijkt als de bovendelen zichtbaar zijn en licht als de onderdelen zichtbaar zijn.

Biotoop

Overwinterd in moddervlakten van getijdengebieden, zandstranden en zoetwaterpoelen bij de kust, in Nederland, maar ook tot in West Afrika. Broed in het hoge Noordelijke streken.

Voedsel

Eten vooral aan de oppervlakte levende prooi, zoals alikruiken en dergelijke kleine weekdiertjes. Ook worden wel wormen en insecten gegeten.

Broeden

Zodra de sneeuw verdwenen is rond half juni, legt het vrouwtje vier eieren in een nest op de open toendra. Beide ouders broeden en de eieren komen na 21 dagen uit. De nestvlieders worden naar moerassiger gebieden geleid door hun ouders, waar de zelfstandige kuikens insectenlarven kunnen vinden.

Aantallen in Nederland

Broed niet bij ons. In de winter tienduizenden overwinteraars en doortrekkers.

Aantallen in onze omgeving

Een enkele keer overtrekkend waargenomen.