Inloggen

Login op de site

Gebruikersnaam *
Wachtwoord *
Onthoud mij

koolmees g

koolmees k

Koolmees, Parus Major, 13,5 - 15 cm

Herkenning

Zeer algemene zangvogel, vrij groot, zwarte kop met opvallende witte wangvlek. Deze vlek heeft een signaalfunctie. Het mannetje heeft een brede zwarte streep over een gele borst en het vrouwtje een smalle. We spreken van een brede of smalle stropdas. De rug is groen en de vleugels zijn grijs met een witte vleugelstreep. Heeft een zeer variabele zang, maar waar bepaalde klanken toch steeds in terugklinken. Buiten de broedtijd zie je Koolmezen vaak samen met Pimpelmezen en Zwarte Mezen gezamenlijk voedsel zoeken. Wordt in de winter vaak op de voedertafel gezien en hangend aan de vetbollen. Vanwege het feit dat de
Koolmees weinig schuw is, wordt hij graag gebruikt als studieobject.

Geluid

De koolmees is qua geluid een fantastische vogel. Hij heeft een zeer groot repertoire en er wordt gezegd dat hij meer dan 80 variaties van tonen in zijn zang heeft. Toch wordt hij meestal herkend aan de tweetonige strofen die hij zingt: tie-tu tie-tu tie-tu of soortgelijke tonen in een rustig tempo en eindeloos herhaald. Het geluid is helder en energiek en al vroeg in het voorjaar te horen. Ook de trekvogels die uit het noorden op bezoek komen willen in oktober en november nog wel eens zingen.

Biotoop

Komt in alle soorten bos voor en in de nabijheid van mensen, zoals parken en tuinen.

Voedsel

Insecten, spinnen, zaden, beukennootjes, bessen, voorjaarsknoppen en verder wat de mens zoal voert (brood, kokosnoten, pinda's e.d.). Weinig beukennootjes in combinatie met een strenge winter kunnen de Koolmezenpopulatie zwaar treffen.

Broeden

De Koolmees is een holenbroeder zoals in boomholten, ongebruikte afvoerpijpen, oude brievenbussen, maar broedt ook heel veel in ruime nestkasten. Het nest is een komvormig bouwsel van mos en gras en wordt gevoerd met haar en dons. De vijf tot twaalf eieren worden door het vrouwtje in twee weken uitgebroed. De kuikens krijgen voornamelijk rupsen van nachtvlinders gevoerd en zijn naakte nestblijvers. Ze hebben nog een bruinachtig petje en de wangvlek is nog geel. Na vier weken zijn ze zelfstandig. Vaak volgt een tweede, zelden een derde broedsel.

Aantallen in Nederland

500.000 tot 600.000 broedparen. Het is bij ons een standvogel, noordelijke broedvogels trekken wel bij ons door of overwinteren bij ons.

Aantallen in onze omgeving

De Koolmees is een algemene broedvogel in onze omgeving.