Inloggen

Login op de site

Gebruikersnaam *
Wachtwoord *
Onthoud mij

kneu g

kneu k

Kneu, Carduelis cannabina, 12,5 – 14 cm
 

Herkenning

Mannetje en vrouwtje van de Kneu verschillen sterk, het mannetje heeft een ongestreepte bruine rug, een grijze kop (met donkere wang en lichte vlek in het midden), lange gevorkte staart en een korte grijze snavel. Het voorhoofd en de borst zijn in de broedtijd rood gekleurd, de flanken oranjebruin. Het vrouwtje is veel fletser met gestreepte borst. De zang en roep zijn kenmerkend (babbelend) en worden ook wel ‘kneuterig’ genoemd. Wordt ’s winters in grote groepen gezien, ze foerageren dan gezamenlijk op zoek naar zaden. Werd vroeger veel als volièrevogel gehouden. Ze hebben een dansende vlucht.

Biotoop

Akkerbouwgebieden, dichte struiken en heggen in open cultuurlandschap, heide met gaspeldoorn, duingebieden en boomgaarden. De laatste tijd ook steeds meer in tuinen, door het verdwijnen van dichte hagen.

Voedsel

Vooral kleine zaden van bijvoorbeeld zuring, herik, ganzevoet en vlas, maar ook insecten. Het voer voor de kuikens wordt geweekt in de krop.

Broeden

Broedt in kleine losse kolonies. Het vrouwtje bouwt een slordig nest laag in een struik, goed verstopt. Het nest wordt gevoerd met haren, wol en zaadpluis. De vier tot zes eieren worden in twaalf tot veertien dagen uitgebroed. Het mannetje helpt ook bij het voeren van de kuikens. Na twee weken vliegen de jongen uit. Vaak wordt een tweede en soms zelfs een derde broedsel grootgebracht.

Aantallen in Nederland

Onze broedvogels trekken ’s winters naar het Middellandse zeegebied. Wij krijgen dan de Kneuen uit het noorden, 40.000 tot 50.000 broedparen. Staat op de rode lijst als gevoelig door het verdwijnen van overhoekjes, stoppelvelden en kruidenrijke bermen. De huidige populatie bedraagt hooguit een kwart van die anno 1960.

Aantallen in onze omgeving

De kneu is nog een algemene broedvogel in onze omgeving met name in de buitengebieden.