Inloggen

Login op de site

Gebruikersnaam *
Wachtwoord *
Onthoud mij

havik g

havik k

Herkenning

De havik is een grote roofvogel, zo groot als zijn beter bekende soortgenoot: de buizerd. Wel is er een opvallend verschil in grootte tussen een mannetje en een vrouwtje. Zo weegt een vrouwtje ongeveer twee maal zo veel als een mannetje. In de lucht vallen bij een havik de korte ronde vleugels op en de lange staart (kortvleugelig, langstaartig). Van dichtbij kun je de havik herkennen aan zijn blauwgrijze bovenkleed en zijn witte onderkleed wat horizontaal gebandeerd is. Jonge haviken hebben een bruin bovenkleed en een wit onderkleed met verticale strepen.

Geluid

De havik is een zwijgzame vogel. In het begin van het broedseizoen zijn nog wel eens baltsende haviken te horen. Aan het begin van de dag is de kans het grootst. De zang is een kja-kja-kja geluid. Dit roept de havik ongeveer 6 keer per seconde. Het lijkt op de zang/roep van een sperwer, maar is lager (havik 3 kHz en sperwer 4 kHz). Naast de zang/roep is na het uitvliegen van de jongen vaak de bedelroep te horen van de jonge haviken die op de takken van de bomen zitten en af en toe rondvliegen. Dit is een meer langgerekt geluid dat eerst omhoog gaat en dan omlaag gaat in toonhoogte hie-ja. In de 2e opname zijn 2 bedelende jongen te horen terwijl de ouders aan jet jagen zijn. 

 

Voedsel

Duiven, lijsters, kraaiachtigen, spreeuwen en konijnen vormen het hoofdvoedsel van de havik. Hierbij valt vooral het verschil in voedselkeuze op tussen het grotere vrouwtje en het kleinere mannetje. Vrouwtjes eten hoofdzakelijk fazanten, houtduiven, kraaiachtigen en konijnen. Mannetjes eten hoofdzakelijk postduiven, lijsters, gaaien en spreeuwen. Opvallend is dat de havik af en toe ook soortgenoten opeet, maar ook andere roofvogels zoals sperwers en ransuilen.

De prooien worden op twee manieren bemachtigd;

De eerste manier is het aanvallen vanuit de dekking. Meestal gebeurt dit in bosgebieden waarbij de havik een prooi plotseling overrompelt.

De tweede manier gebeurt dikwijls in het open veld. Van grote hoogte laat een havik zich als een steen naar beneden vallen, waarbij hij in de lucht of op de grond een prooi probeert te bemachtigen. De prooi wordt altijd met de klauwen geslagen, waarna de havik met zijn zeer lange teennagels de prooi doodt.

Broeden

Een havik maakt een enorm groot nest van takken, vaak op driekwart hoogte in een boom. Vooral douglas en lariks verdienen de voorkeur vanwege hun sterke horizontaal lopende takken.

Nesten, bij roofvogels dikwijls "horsten" genoemd, die al jarenlang in gebruik zijn, zijn zo groot dat een mens erin kan liggen.

In februari/maart kun je de haviken zien baltsen. Hierbij maken ze veel lawaai en bakenen zo hun territorium af.

Vanaf half maart, maar meestal de eerste dagen van april begint de havik met de eileg. Er worden meestal 4 eieren gelegd, maar 5 is ook geen uitzondering. Na het leggen duurt het meer dan 40 dagen voordat de eieren uitkomen. Haviken bebroeden daarmee hun eieren langer dan elke andere roofvogelsoort in Nederland. Na het uitkomen van de eieren duurt het voor de meeste jonge haviken nog tot half juni alvorens ze uitvliegen. Dit tijdstip valt precies gelijk met het uitvliegen van jongen van veel van zijn prooidieren.

Jammer genoeg mislukt het broedsel bij 40% van de broedende paren. Voor dit grote aandeel mislukte broedsels is de mens verantwoordelijk. Er zijn nog altijd individuen in Nederland die een havik met alle middelen willen bestrijden, doordat het een predator is van duiven en fazanten. De gemiddelde levensverwachting van een havik is 4,5 jaar. Gedurende het eerste jaar sterven veel jongen, als ze dit eenmaal hebben overwonnen kunnen ze wel 10 tot 15 jaar oud worden.

 

Aantallen in Nederland

 

Door bosaanleg en wettelijke bescherming sinds 1936 groeide de populatie in de jaren vijftig tot 400 broedparen in Nederland. Door het gebruik van pesticiden (DDT) in de landbouw zakte de populatie in tot 75 tot 100 paren in de jaren zestig. Na het verbod op het gebruik van deze pesticiden herstelde de havik zich tot 600 paren in 1977. Daarna ging het snel; 1200 paren in 1983, 1800 paren in 1988. Op dit moment broeden er elk jaar ongeveer 2000 paren in Nederland.

 

Aantallen in onze omgeving 

 

Pas eind jaren zeventig vestigde de havik zich in de Maashorst als broedpaar. Voor deze tijd broedde de havik hier niet, maar was slechts een schaarse gast. Na het eerste paar is het aantal broedparen geleidelijk aan gestegen tot 7 paren in 1990. In 1996 hebben we 8 paren ontdekt, zodat je kunt zeggen dat de soort in de Maashorst zich gestabiliseerd heeft op ongeveer 7 - 9 paren. 

Dit zijn ongeveer 0,7 paar/ 100 ha. waardoor het in Noord Brabant een van de dichtst bezette gebieden is. Ook in de bossen van Odiliapeel broedt er elk jaar 1 paar en zo nu en dan broeden er nog enkele paren in geïsoleerde bosjes in de gemeente Uden. 

Ook in de Maashorst en Odiliapeel valt het op dat er veel paren zijn die geen jongen voortbrengen, doordat ze vroegtijdig verstoord worden door de mens. Regelmatig hebben we meegemaakt dat nestbomen omgezaagd zijn en dat er dode jongen bij het nest lagen.