Inloggen

Login op de site

Gebruikersnaam *
Wachtwoord *
Onthoud mij

grotezaagbedk g

grotezaagbek k

Grote Zaagbek, Mergus merganser, 58 - 68 cm.

Herkenning

Grote eend met een slank en opvallend lang lichaam. De snavel is rood en heeft een punt aan het einde, met aan de zijkant van de snavel een gezaagde rand (zie naam), waarmee uitstekend vis gevangen en vastgehouden kan worden. Heeft een lange hals, maar die wordt tijdens het zwemmen meestal ingehouden. Groenzwarte kop en rug, witte hals, flanken en buik (wordt daarom ook wel roombuik of boterbuik genoemd). Het vrouwtje heeft een bruine kop en een grijs lichaam.

Biotoop

Zoete, heldere en visrijke wateren in de buurt van bossen en parken, grote meren en rivieren. doortrekker en wintergast. Is voornamelijk een zoetwatereend (IJsselmeer).

Voedsel

Leeft voornamelijk van vis. Ze hebben in sommige landen een slechte reputatie opgebouwd vanwege het vissen op jonge forellen en zalmen. Ze eten echter ook niet-commerciële vissen, zoals baars en snoek. Vissende zaagbekken zwemmen eerst een stukje met de kop onder water vóór ze helemaal onderduiken.

Broeden

Broedt vooral in Rusland en Scandinavië. Grote Zaagbekken broeden nogal eens in boomholten. Na het drogen van de veren (binnen twee, drie dagen), worden de kuikens aangemoedigd het hol te verlaten. Ze maken dan een flinke val, soms wel tot negen meter, maar de kuikens blijven altijd ongedeerd. Ze zijn pas na acht tot tien weken zelfstandig. Er wordt ook wel in holen van oevers of tussen de stenen gebroed. Het nest is overvloedig bekleed met dons voor het warm houden van de eieren, ook bladeren worden gebruikt. Het warm houden is belangrijk, omdat het vrouwtje veel van haar nest weg is om te vissen. Er kunnen wel vijftien eieren gelegd worden. De woerd doet niet mee aan het broeden of opvoeden van de kuikens. Ze verzamelen zich in de buurt van de broedplaatsen.

Aantallen in Nederland

Broedt niet in Nederland.

Aantallen in onze omgeving

In winters is deze soms te zien op de waterplas de Hemelrijk.