Inloggen

Login op de site

Gebruikersnaam *
Wachtwoord *
Onthoud mij

europesekanarie g

europesche kanarie2 

Europese Kanarie, Serinus serinus, 11 – 12 cm
 

Herkenning

Vrij kleine vogel met een (in vergelijking met de andere vinkachtige) kleine zaadsnavel. Het hele vogeltje is zwaar gestreept, behalve de kop, die is geel met een donkere vlek bij het oog (oogstreep) en op de kop. De borst en de stuit zijn ook citroengeel (goed veldkenmerk). De staart is helemaal donker (vergelijk met Sijs die gele vlekken in de staart heeft). Het vrouwtje is nog meer gestreept en fletser, zonder de gele kop. De vlucht is onrustig en golvend. Overwintert in zuid Europa. De zang is opvallend (kanarieachtig). Vroeger kwam deze vogel alleen in de zuidelijke landen voor, maar rukt de laatste decennia gestadig op naar het noorden.

Biotoop

 Boomgroepen, bosranden, tuinen, parken, boomgaarden, wijngaarden en begraafplaatsen. Ook onopvallend op kruidenvegetaties van braakliggend terrein.

Voedsel

De Europese Kanarie eet zaden van grassen, bomen en kruiden (iepenknoppen, berkekatjes, paardebloemzaden, koolsoorten, bijvoet en perzikkruid.

Broeden

Het nest wordt gemaakt in dichte sierconiferen, tussen de twijgen en is goed verstopt. De drie tot vijf eieren worden in twaalf tot veertien dagen uitgebroed door het vrouwtje. Daarna helpt het mannetje ook mee met het voeren van in de krop geweekte zaden. Na twee weken voeren vliegen de kuikens uit en volgt er vaak nog een tweede broedsel. De jongen zijn bruin en sterk gestreept.

Aantallen in Nederland

Heeft in 1922 voor het eerst in Nederland gebroed. Broedt vooral in Limburg en (veel minder) in oost Nederland. 400 tot 450 broedparen.

Aantallen in onze omgeving

Als broedvogel komt de europese kanarie in onze omgeving niet voor. Sporadisch wordt deze soort rondom Uden gezien.