Inloggen

Login op de site

Gebruikersnaam *
Wachtwoord *
Onthoud mij

 

draaihals g

draaihals k

Draaihals, Jynx torquilla, 16-18 cm.

Herkenning

Lijkt meer op een zangvogel, dan op een specht, maar heeft wel de krachtige spechtensnavel en poten. Vliegt ook als een zangvogel, geen golvende vlucht. Grijsbruine vogel met lichtere onderdelen, van dichtbij is de boomschorstekening te zien (heeft iets weg van de nachtzwaluw). Donkere streep door het oog, die doorloopt over de hals. Heeft een slangachtig voorkomen en gedraagt zich ook een beetje als een slang. Bij gevaar en bij de balts steekt hij de kop omhoog en draait en kronkelt als een slang heen en weer (naam), terwijl hij sissende geluiden maakt. Is een schaarse zomergast.

Biotoop

Open terrein met boomgaarden en open bossen (lichte voorkeur voor loofbossen). Wordt ook wel in parken en grote tuinen gezien.

Voedsel

Zoekt voedsel op de grond, voornamelijk mieren. Met snelle bewegingen van hun lange tong halen ze de mieren uit de mierenhoop.

Broeden

Tijdens balts zijn het luidruchtige vogels, maken korte hoge tonen,die wat lijken op het geluid van de Kleine bonte specht. Tijdens de eileg en het broeden worden ze veel zwijgzamer en blijven dat tot hun vertrek in augustus.
Nestelt in bestaande boomholte, nestkast of spechtengat, of in gaten in wallen en muren, hakt zelf geen nestholte uit. Het vrouwtje broedt het meest op de 6 tot 8 witte eieren. De draaihals kan meer dan één ei per dag leggen. De kuikens komen na 10 tot 12 dagen uit en krijgen grote hoeveelheden insecten en mieren gevoerd. Na drie weken verlaten de jongen het nest. Overwinterd in Afrika.

Aantallen in Nederland

50-65 broedparen, zeer schaarse broedvogel.

Aantallen in onze omgeving

Als broedvogel komt de draaihals bij ons niet voor. Wel als doortrekker is deze al enkele malen waargenomen, zoals in 2003 in Mariaheide bij de oude spoorlijn