Inloggen

Login op de site

Gebruikersnaam *
Wachtwoord *
Onthoud mij

bosuil g

bosuil k

 

Bosuil, Strix aluco, 37-43 cm

Herkenning

De bosuil is ongeveer net zo groot als de ransuil, hij lijkt er wel op. Hij heeft echter geen oorpluimen, maar vergeleken met de andere uilen een opvallend grote, ronde kop. Ook de geheel zwarte ogen onderscheiden hem van de ransuil (geelzwarte ogen).
De bovendelen van de bosuil variëren van warm bruin tot grijsachtig. Tijdens de vlucht zijn de witte schouderstrepen op de bovenvleugels goed te zien. De onderdelen zijn geelbruin van kleur, bezet met grote donkere strepen.
Ook de bosuil is alleen 's nachts actief, zodat waarnemingen zeldzaam zijn. 

Geluid

De bosuil is te herkennen aan de roep die hij voortbrengt. Dit het bekende 'oe- hoe-hoe' geluid wat bij veel griezelfilms op de achtergrond te horen is. Door het goede gehoor van de bosuil zal deze vaak een waarnemer snel opmerken. Dan laat hij een typische alarmroep horen die op de 2e opname staat. Kruuuk- kruuk-kruuk (soms beschreven als kewick) die erg nasaal klinkt.

 

Biotoop

Bosuilen voelen zich het beste thuis in oude loof-en gemengde bossen, maar ook parklandschappen. Ze kunnen zich ook prima handhaven in beukenlanen, in naaldbossen, in hoogstamboomgaarden, houtwallen en knotwilgen. Essentieel is de aanwezigheid van oude holle bomen en een gevarieerd aanbod van prooien. Als standvogel bij uitstek, verlaat een volwassen bosuil zelden zijn territorium. In Nederland is de bosuil aan het uitbreiden. Hierbij speelt de ouderdom van bosgebieden een grote rol. Vroeger broedde de bosuil uitsluitend in bosgebieden die al minstens 100 jaar aanwezig zijn. In deze bossen zijn voldoende grote gaten te vinden, waar een bosuil in kan broeden.
In onze omgeving had je vroeger veel heidegebied, wat in de jaren dertig ontgonnen is en hier en daar beplant is met bossen. Deze bossen beginnen nu een leeftijd te krijgen, waar de bosuil zich in thuis voelt. De laatste jaren zien we bij ons in de omgeving ook een gestage groei van het aantal broedende bosuilen.
Door het hangen van zogenaamde bosuilenkasten (grote kast met een grote invliegopening), kan je de bosuil helpen in gebieden waar broedgelegenheid ontbreekt.

Broeden

De bosuil legt meestal eind maart 2 tot 4 eieren, niet zelden zie je dat een bosuil in februari al begint met het leggen van eieren.
Het vrouwtje begint meteen na het eerste ei te broeden. Het broeden duurt 28 - 30 dagen voor het eerste ei uitkomt, waarbij het mannetje het voedsel aandraagt. Na drie weken gaan beide ouders jagen om de jongen te voeren. Na 32 - 37 dagen vliegen de jongen uit. Ze verlaten in het najaar het ouderlijke territorium op zoek naar een gebied waar een oude vogel is gestorven of waarbij ze zelf een territorium kunnen vestigen. Op deze zwerftochten komen ze zelden verder dan 20 km. van de geboorteplaats. Vinden ze geen geschikte plek, dan sterven velen nog voor de winter.

 

Voedsel

Zoals de naam al aangeeft jaagt de bosuil hoofdzakelijk in de bossen. Dit in tegenstelling tot de andere uilen die allemaal in het open land jagen. Blijkbaar is het in een bos moeilijker voedsel zoeken. De bosuil is daarom veelzijdiger in zijn prooisoorten dan de andere uilen. Niet alleen muizen, maar ook vogels, kleine knaagdieren en insecten behoren tot het voedsel van een bosuil. Meestal vangen ze hun prooien vanuit een uitkijkpost.

Aantallen in Nederland

In Nederland broeden er elk jaar ongeveer 5000 paren.

Aantallen in onze omgeving

Vanwege het ouder worden van de bossen in onze omgeving zien we een stijging van de Bosuilen, in de Maashorst koemen er ongeveer 7 broedparen voor.

© Vogelwacht Uden e.o.