Inloggen

Login op de site

Gebruikersnaam *
Wachtwoord *
Onthoud mij

boompieper g

boompieper k

Boompieper, Anthus trivialis, 14-16 cm.

Herkenning

Lijkt veel op graspieper, maar iets robuuster met steviger snavel en gelere borst. De borsttekening is opvallender dan bij de graspieper, de strepen zijn groter en minder talrijk. Heeft net als de graspieper witte buitenste staartpennen.Is vooral door de zang van graspieper te onderscheiden. Vanaf boom vliegt hij omhoog, om daarna dalend met gespreide vleugels (parachuutje) al piepend terug te keren naar de plek waar hij vandaan kwam (zangvlucht). Bruin gestreept verenkleed en lichte borst met strepen. Overwintert in midden Afrika ten zuiden van de Sahara, bij ons zomergast.

Geluid

Kan de hele dag door zingen. Op een tak gezeten laat de boompieper zijn zang horen vaak beginnend met een snelle triller en dan een toon (klinkend als tsjiie of siea of tsja) die hij steeds langzamer zingt en soms sluit hij de zangstrofe weer af met een triller. De vogel in de opname laat maar 2-3 langzamer wordende tonen horen en is waarschijnlijk een jonge vogel.

 

Biotoop

Open bosgebieden, ook wel jonge naaldhoutaanplant, binnenduinen, heidevelden, ook wel in gebergten tot aan de boomgrens. De combinatie van open ruimte en af en toe een boom of struik is kenmerkend.

Voedsel

Vooral op de grond levende insecten, eet later in de zomer ook wel zaden.

Broeden

Eind april komen eerst de mannetjes een broedterritorium bezetten door veel zangvluchten te maken. Het vrouwtje komt snel daarna en bouwt het nest. Dit is een eenvoudig kommetje van gras, vaak verscholen onder de vegetatie. De vier tot zes eieren worden in veertien dagen uitgebroed. Beide ouders voeren de kuikens die na twee weken uitvliegen.

Aantallen in Nederland

35.000 tot 45.000 broedparen

Aantallen in onze omgeving

In de Maashorst breoden er ongeveer 150 broedparen.

© Vogelwacht Uden e.o.