Inloggen

Login op de site

Gebruikersnaam *
Wachtwoord *
Onthoud mij

boerenzwaluw1

 boerenzwaluw4














Boerenzwaluw, Rundo, Rustica, 13-14 cm.

Herkenning

Een boerenzwaluw is te herkennen aan zijn blauwzwarte bovendelen die, vooral als de zon erop schijnt, mooi glanzend van uiterlijk zijn. De onderdelen zijn voornamelijk roomwit van kleur. Daarnaast valt vooral de lange diep gevorkte staart op, die behoorlijk langer is dan de andere zwaluwsoorten. Vooral bij de mannetjes is het belangrijk dat ze lange staarten hebben. Hierdoor zijn ze namelijk bijzonder wendbaar en kunnen zo veel insecten vangen. Hoe langer de staart des te meer insecten je dus kunt vangen. Geen wonder dus, dat vrouwtjes boerenzwaluwen daarom alleen maar oog hebben voor mannetjes met de langste staarten. Die zijn immers het beste in staat om een gezin groot te brengen. Het bewijs hiervoor is nog niet zo lang geleden door middel van onderstaan onderzoek aangetoond. Een boerenzwaluw die veel belangstelling genoot onder de vrouwtjes boerenzwaluwen werd door de onderzoekers ontdaan van zijn lange staartpunten. Deze werden bevestigd op een boerenzwaluw met korte staartpunten waar, tot op dat moment, de vrouwtjes nauwelijks oog voor hadden. Plotseling was dit mannetje het middelpunt van belangstelling onder de vrouwtjes waar maar weer is aangetoond dat het gezegde "pronken met andermans veren"veel waarheid bezit.
Als laatste belangrijk kenmerk kan het rode voorhoofd worden genoemd. Dit is echter een kenmerk wat je alleen van dichtbij kunt herkennen, op wat grotere afstand lijkt de kop geheel zwart.
Van alle zwaluwsoorten is de boerenzwaluw degene die gewoonlijk laag aan de grond vliegt om daar allerlei insecten te vangen. Dikwijls gebeurt dit vangen van insecten boven weilanden en water. De vlucht is doorgaans rustig te noemen en het vliegen zelf kost ze ogenschijnlijk weinig moeite. Regelmatig zie je boerenzwaluw over sloten scheren waarbij ze het wateroppervlakte raken. Ze zijn dan bezig om water te drinken. Dit gebeurt overigens in de volle vlucht, waaruit weer blijkt wat voor een perfecte vlieger hij is.

Biotoop

Al sinds onheuglijke tijden is de boerenzwaluw een welkome gast in de woonplaatsen van de mens. In tegenstelling tot de huiszwaluw nestelt de boerenzwaluw in gebouwen, bij voorkeur in boerenschuren of stallen. In geschikte schuren kunnen wel tientallen boerenzwaluwen tegelijkertijd broeden maar ook solitaire paren komen voor. De boerenzwaluw is een trekvogel waarvan bij ons in Noord-Brabant de eerste boerenzwaluwen eind maart, begin april weer worden gezien. Vooral in de buurt van water.
In september vertrekken de meeste boerenzwaluwen weer. Een enkeling kan echter nog in oktober worden waargenomen. Als de boerenzwaluw de gevaarlijke trekroute weet te overwinnen zal hij elk jaar op dezelfde plaats in dezelfde boerderij terugkomen. Zo weet men van een boerenzwaluw in Groot-Brittannië dat deze maar liefst 20 jaar op dezelfde plaats is teruggekeerd. Ervan uitgaande dat een gemiddelde trekroute ongeveer 15.000 km vliegen is bekent dit, dat deze boerenzwaluw in ieder geval 300.000 km heeft gevlogen. Deze prestatie wordt des te indrukwekkender als je weet dat een boerenzwaluw niet veel meer weegt dan bijv. een zakdoek.

Voedsel

Het voedsel van boerenzwaluwen zijn insecten, wel duizenden muggen per dag.

Broeden

Van mei tot in augustus toe kun je boerenzwaluwen broedend aantreffen. Meestal brengen ze twee, soms drie broedsels groot. Gemiddeld produceert een boerenzwaluw 4-5 eieren die, in tegenstelling tot de huis- en gierzwaluw niet geheel wit van kleur zijn maar, voorzien zijn van roodbruine stippen. Dit is een aanpassing van de boerenzwaluw, omdat deze soort niet in een donkere holte broedt (gierzwaluw, huiszwaluw en oeverzwaluw). Daarom moeten de eieren iets gecamoufleerd zijn, zodat ze niet meteen worden opgemerkt door allerlei predatoren (bijv. de kat).
Het broeden gebeurt alleen door het vrouwtje en duurt ongeveer 13- 18 dagen. Hierna duurt het nog 20 dagen alvorens de jongen zover zijn dat ze het nest kunnen verlaten. Tijdens deze periode zijn zowel het mannetje als het vrouwtje druk in de weer om in de omgeving van de boerderij allerlei insecten te verzamelen om daarmee de haast altijd opengesperde bekjes van de jonge boerenzwaluwen te vullen. Ook voor de boerenzwaluw geldt dat er enorme aantallen insecten worden weggevangen waardoor we minder snel naar een spuitbus hoeven te grijpen.
De boerenzwaluw broedt in geheel West-Europa tot diep in Rusland toe. Hij ontbreekt hier alleen maar in IJsland en op de meest noordelijke breedtegraden van de Scandinavische landen. Naar schatting broeder er elk jaar zo'n 150.000 paren in Nederland, maar de laatste jaren is er een duidelijke achteruitgang in het aantal broedparen te constateren zodat het moeilijk is om op dit moment en goede aantalschatting te maken. Opmerkelijk bij de boerenzwaluw is dat de jongen nadat ze zijn uitgevlogen in de lucht worden gevoerd. Dit zie je niet zo veel in de vogelwereld en geeft meteen bewijs dat de boerenzwaluw een heel goede en behendige vlieger is. Zoals al vermeld kan een boerenzwaluw tot in augustus nog broeden. Hierdoor kan het voorkomen dat de jongen al heel snel na het uitvliegen met de ouders de trektocht moeten beginnen. Op dat moment zie je dat tijdens de trek de jongen nog worden bijgevoerd. Kort voor het wegtrekken verzamelen boerenzwaluwen zich in grote groepen om gezamenlijk te foerageren (eten) en de nacht door te brengen. Dikwijls zijn dit rietvelden waar, zoals in de Oostvaardersplassen (Zuid-Flevoland), wel tot een half miljoen boerenzwaluwen kunnen verblijven. Bij ons in de buurt beperkt het verzamelen van boerenzwaluwen zich tot enkele honderden exemplaren, meestal op hoogspanningsmasten of op prikkeldraad.


Zoals al gezegd bevindt een nest van een boerenzwaluw zich in een gebouw, meestal vastgemaakt tegen een verticale wand maar vaak voorzien van een lichte ondersteuning zoals bijv. een houten balk. Door deze ondersteuning ziet het nest van een boerenzwaluw er dan ook minder solide uit als van een huiszwaluw. Wel wordt het op dezelfde manier gemaakt. Beide ouders verzamelen modderballetjes waarmee het nest wordt gemaakt. Hier en daar wordt het verstevigd met stro of andere plantendelen. De binnenzijde van het nest wordt schaars bekleed met wat veertjes.

Trek

Uit Europa trekken jaarlijks meer dan 100 miljoen boerenzwaluwen naar de overwintersgebieden in de zuidelijke helft van Afrika, ongeveer een afstand tussen de 7.000 en 8.000 km. De gevaren hierbij zijn groot. Dusdanig groot, dat van de vijf boerenzwaluwen die hier in september vertrekken er maar één weer begin april in Nederland terugkeert.
Tijdens de trek blijft een boerenzwaluw nog volop voedsel zoeken dit in tegenstelling tot veel andere trekvogels, die tijdens de trek niet of nauwelijks eten. Hierdoor zijn ze extra kwetsbaar, omdat de voedselzoekende vogels een makkelijke prooi vormen voor allerlei predatoren (sperwers etc) en omdat ze overdag vliegen (meeste trekvogels vliegen 's nachts) zijn ze ook een makkelijke prooi voor de vele vogelvangers in de zuidelijke landen van Europa. Dit betekent dat de boerenzwaluw er vrij lang over doet voordat het overwintersgebied is bereikt, meestal zo'n twee maanden.

Bedreigingen

- Evenals de huis- en oeverzwaluw komt de boerenzwaluw tijdens de trek over verschillende landen waar vogels kijken nog geen hobby is, maar waar vogels vangen min of meer een nationale sport is.

- De nog steeds uitbreidende Sahara-woestijn in Noord-Afrika zorgt er ook voor dat vele boerenzwaluwen hier hun laatste levens- dagen doorbrengen. Op dit moment betekent dit een tocht van 1.500 km waar nauwelijks voedsel of water te vinden is.

- In Nederland is het gebruik van insecten-bestrijdingsmiddelen, zoals Dieldrin en DDT al jarenlang verboden. In Afrika heeft men kennelijk nog geen besef van het gevaar van deze middelen. Ook de boerenzwaluwen krijgen op deze manier deze bestrijdings- middelen in hun lichaam waardoor ze veel eerder sterven of ziek worden.

- Door onze moderne landbouwmethoden komen er veel minder insecten voor als vroeger.

- Ook ziet de boerenzwaluw er dikwijls geen kans meer toe om een nest te maken omdat er rond de boerderij geen nestmateriaal meer te vinden is (stro), en er geen vochtige plaatsen meer zijn waar hij modder kan vinden.

- Schuren en stallen worden tegenwoordig hermetisch afgesloten waardoor een boerenzwaluw geen kans meer krijgt om binnen een nest te maken. Een kleine smalle spleet is al voldoende voor een boerenzwaluw.

Mogelijke oplossingen

- Zorg ervoor dat een boerenzwaluw in een boerderij of schuur kan. Een kleine spleet van 30 cm breed en 10 cm hoog is al voldoende om een boerenzwaluw toegang tot het gebouw te verschaffen.

- Een mesthoop is de mooiste plaats voor een boerenzwaluw om geschikt nestmateriaal en modder te vinden. Dit is dikwijls niet aanwezig, maar je kunt hierbij de boerenzwaluw helpen door een houten bak te maken, waar je zand/klei met water mengt waar- door je modder krijgt. Leg hier ook wat stro bij en je hebt een prima alternatief voor de boerenzwaluw om zijn nest te maken.

- Ook kun je bij de Vogelwacht Uden kunstnesten kopen voor de boerenzwaluw. Plaats deze in stallen of schuren, bij voorkeur op houten balken. Zeker op plaatsen waar boerenzwaluwen tot voor kort nog nestelden of op plaatsen waar je ze regelmatig ziet vliegen is het aan te bevelen om kunstnesten te plaatsen.

© Vogelwacht Uden e.o.