Inloggen

Login op de site

Gebruikersnaam *
Wachtwoord *
Onthoud mij

Geen kalkoen maar Grote trap op eerste Kerstdag

grotetrap
Precies twintig jaar geleden maakte ik met mijn toenmalige vriend een vogelreis door Zuid-Portugal, de Extremadura en de Cota Doñana. We vlogen op Faro, huurden een auto en trokken met ons tentje twee weken rond. In mijn herinnering een prachtige vogelreis, behoorlijk wat soorten waargenomen en alle gebieden waren eenvoudig te bereiken. Reden genoeg om deze reis twintig jaar later samen met Ad een keer over te doen. Omdat we maximaal acht dagen weg kunnen besluiten we de reis te beperken tot twee gebieden: de Extremadura en de Cota Doñana; een mooie mix van bergen, steppen en natte moeraszones. Via internet is de hele reis eenvoudig vooraf te regelen. Bij Ryanair kopen we vliegtickets van Eindhoven naar Sevilla, bij Hertz huren we online een auto en via Booking.com een hotel, appartement en een chalet op een camping. Eenmaal in Spanje willen we onze tijd optimaal aan vogelen kunnen besteden. Tegenwoordig is er behoorlijk wat literatuur over vogels in Zuid-Spanje beschikbaar. We markeren de gebiedjes die in de boeken genoemd worden op de landkaart om zo van dag tot dag een route langs de beste plekken te kunnen maken.

Op zaterdag 22 december vertrekken we rond 10.30 uur vanuit Eindhoven en landen iets eerder dan gepland om 12.50 uur op Sevilla Airport. Het valt ons op dat de piloot ruim voor de landing een aantal keren de motoren uitschakelt en een glijvlucht inzet. Wellicht de manier om een tekort aan brandstof te compenseren? Na de recente onthullingen in de krant door Ryanair piloten ga je het je wel afvragen… Met alleen handbagage wandelen we in korte tijd van de gate naar de balie van de autoverhuur en al snel verlaten we het luchthaventerrein. Nog maar net op de harde weg schiet er een kleine lichtgrijze roofvogel met opvallende zwarte vleugelpunten voor onze auto door: de soortenlijst begint met een Grijze wouw! We besluiten bij een supermarkt wat proviand voor de eerste dagen in te slaan en nemen daar nog even de tijd om de vele Kuifleeuweriken op het braakliggende terrein ernaast te bekijken.

Mérida


We vervolgen onze reis richting het noorden waar we nabij Mérida ons eerste hotel geboekt heb-ben. Hotel Sayago ligt net buiten Mérida op een doodstil bedrijventerreintje. Niet echt een prachtige lokatie, maar vanuit het hotel wandelen we in twee minuten naar de oever van de Guadiana rivier wat een uitstekende plek blijkt te zijn om tot het te donker wordt te vogelen. In de rivier liggen wat zandbanken waar onder andere enkele tientallen Kieviten en een groep van zo’n 28 Ooievaars de nacht doorbrengen. Het riet en struikgewas op de oever is favoriet bij verschillende zangertjes: veel Zwarte roodstaarten, Zwartkoppen, een enkele Blauwborst en Rietzanger. En af en toe klinkt vanuit de oever de explosieve zang van de Cettis’ zanger: ons vakantiegevoel is compleet.

De volgende ochtend lijkt het hotel uitgestorven; we vermoeden dat we de enige gasten zijn. Alle deuren zijn op slot en bij de balie is niemand te vinden. Na wat gerammel aan deuren weten we de nachtwacht wakker te krijgen die ons slaperig uitgeleide doet. Onze eindbestemming vandaag is Torrejon el Rubio, een dorpje aan de rand van Nationaal Park Monfragüe waar we voor de komende dagen een appartement hebben gereserveerd. Het is slechts 135 kilometer rijden, dus genoeg tijd om onderweg te vogelen. Vanuit Mérida nemen we snelweg A5 naar het oosten. Net voorbij Torrefresneda verlaten we de snelweg en kiezen de N430. Eigenlijk een beetje een gok, maar deze weg loopt door het dal van de Rio Guadiana en blijkt een gouden keus te zijn. Nog maar nauwelijks van de snelweg af vliegt er een grote groep Blauwe eksters voor de auto door. Twintig jaar geleden had ik er wel wat gezien, maar zeker geen grote aantallen, dus deze eerste groep was een leuke verrassing. Net na het dorpje Amalia liggen er links en rechts van de weg uitgestrekte rijstvelden. Deze omdamde perceeltjes staan half onder water en zijn een el dorado voor vogels. In de winter doen grote aantallen Kieviten, Grote en Kleine zilverreigers en Ooievaars zich tegoed aan de oogstresten. En Kraanvogels… de hele dag door echt overal Kraanvogels. Enkele families, groepjes van een stuk of tien, maar ook groepen van honderden en zwermen van duizenden, hun onmiskenbare roep hoor je overal. Net voor het dorpje Gargaligas draaien we linksaf een zandpad in om tussen de rijstvelden door te rijden. Al snel merken we een klein groepje vinkachtige vogels op, met rode snavels, een roodachtige stuit en enkele opvallende witte vlekjes in het verder saaie grijs/bruine verenkleed. Ze doen me in eerste instantie denken aan Sint Helenafazantjes, maar die hebben een ander verenkleed en meer rood rond het oog. Ook de meegebrachte vogelgids biedt geen oplossing. Snel maken we een schetsje van de kenmerken om er ’s avonds in het appartement nog eens naar te zoeken. We keren terug naar de hoofdweg en nemen de afslag naar de EX355. Deze weg voert langs het Embalse de Sierra Brava, een meer dat volgens onze boeken een erg interessante locatie kan zijn. Het is even zoeken naar het toegangspad (bij het eerste pad stuiten we op een grote groene gesloten poort, waarachter we in de verte Goudplevieren zien). De toegangsweg is goed te berijden en voert door prachtige kurkeik-bossen. Regelmatig zie je er groepjes Blauwe eksters, veel Roodborsttapuiten en Zwarte roodstaarten en ook vele Tjiftjaffen. De watervogels op het meer zitten erg ver weg en zijn door de schittering van de zon moeilijk te zien. Aan de rand van het meer vliegt een Bruine kiekendief en door de telescoop ontdekt Ad ver weg achter een heuvel een groep Vale gieren, waarvan er af en toe één net boven de heuveltop uitkomt. Als we later arriveren in Torrejon el Rubio doet er bij het appartement niemand open en ook nadat we in een lokaal cafeetje koffie hebben gedronken is er nog steeds niemand thuis. We hebben geen zin om langer te wachten en besluiten naar de kasteelruïne bij Monfragüe te rijden. Op de heenweg zien we al grote groepen gieren langs de bergkam zweven. Het is al laat in de middag als we het pad naar de ruïne inrijden. Het laatste stuk gaan we te voet naar boven. Vanaf de toren heb je een adembenemend uitzicht over de heuvels van Monfragüe, de rivier de Taag en de rots die een grote kolonie gieren huisvest. De honderden Vale gieren zweven vanaf de rots over de Taag en langs de bergkam. Vanaf de toren een magnifiek schouwspel, de gieren vliegen op ooghoogte langs de toren, soms zo dichtbij dat je de nij-ging hebt ze aan te raken.
Gierenrots
Een aantal Vale gieren is geringd en voorzien van makkelijk afleesbare labels, we ontdekken op een rotspunt een Vale gier met het gele label M27.
Gier M27
Tussen de Vale gieren zien we nog enkele Monniksgieren en af en toe schiet er een Rotszwaluw tussendoor. Op de weg terug naar de auto ontdekken we een Blauwe rotslijster die in de rots onder de ruïne zijn thuis heeft.
Baluwe rotslijster
Terug in Torrejon el Rubio worden we van harte welkom geheten door de eigenaren van de appartementen Sierra de Monfragüe. Ons appartement overtreft alle verwachtingen: het is ruim en met een uitgebreide keuken en luxe badkamer van alle gemakken voorzien. Bij aankomst blijkt er zelfs een basisvoorraad levensmiddelen voor ons klaar te staan met een mandje vers brood. Van de eigenaar krijgen we ook toegang tot hun Wifi en ik ga meteen proberen de onbekende vogeltjes uit de rijstvelden op naam te brengen.

Uiteindelijk lukt dit met hulp van de Vogelwacht! Als eerste check ik de soortenlijst van de Vogelwachtreis naar de Extremadura op soorten die ik niet ken en dat is meteen raak: een Tijgervink prijkt op deze lijst. Ik kijk nog eens in het vogelboek, maar wat wij zagen was een heel ander kleed dan het vuurrood afgebeelde exemplaar in het boek.
tijgervink
Uiteindelijk biedt Google afbeel-dingen de oplossing: ik zoek wat plaatjes van Tijgervinken in winterkleed en dan is de determinatie gelukkig rond!

Embalse de Arrocampo Almaraz


Op maandagochtend staan we vroeg op en verlaten Torrejon el Rubio richting Trujillo. Na tien kilometer slaan we linksaf (EX385) naar Jaraicejo en nemen de oude weg door de bergen via de Miravete-pas. Vanwege de nabijgelegen nieuwe snelweg is dit een vrijwel ongebruikte weg ge-worden, maar landschappelijk een route die zeer de moeite waard is. Langs de weg zien we onze eerste Rode patrijzen lopen. Als we de bergpas over zijn blijkt het aan de andere kant erg mistig te zijn. Bij Almaraz willen we het meer achter de kerncentrale bezoeken maar met die mist zal daar niet veel te zien zijn. Gelukkig hebben we geen haast en bij Almaraz nemen we rustig de tijd om Spaanse mussen eens goed te bekijken. We volgen de weg van Almaraz naar Saucedilla en net voordat de weg de lagune kruist zien we een drietal Grijze wouwen op elektriciteitspalen zitten. We parkeren de auto net voorbij de lagune en wandelen naar de eerste vogelkijkhut. De mist is gelukkig verdwenen. Een enorm bord geeft aan dat deze schuilhut met EU subsidie is gerealiseerd en de gedachte komt bij ons op dat ons belastinggeld door de EU nu eindelijk eens goed besteed is. Des te groter natuurlijk de teleurstelling als de luxe schuilhut op slot blijkt te zijn…

In de verte zien we langs het meer nog een schuilhut staan en we wandelen langs de rietkraag in die richting. Enkele kleine bruine vogeltjes gaan boven in een rietstengel zitten en laten een op-vallend ‘zip’ geluid horen. Graszangers! Als ik ze in de kijker heb valt ook bruin/beige gestreepte rug en de vrij korte afgeronde staart op. In het riet horen we geregeld een vrij zwaar geluid en we zijn het erover eens dat het geen Waterral, Meerkoet of Waterhoen kan zijn. We zoeken Purperkoet op in de afspeellijst van ons mobiel en spelen die op maximaal volume af; de vogel in het riet reageert meteen! Een Purperkoet dus, niet gezien, maar wel vast op de lijst. Bij de tweede schuilhut herhaalt de geschiedenis zich: een mooi EU-bord en een gesloten deur. Wel staat de schuilhut zelf op een verhoging zodat we vanaf de deur toch redelijk over het meer en de velden kunnen kijken. Ad besteedt nog wat extra aandacht aan de vele leeuweriken in het veld en voor het eerst durven we met zekerheid te zeggen dat er Theklaleeuweriken tussen de Kuifleeuweriken scharrelen. Maar we blijven de determinatie lastig vinden. We verlaten de omgeving van het meer en rijden via de noordkant om Nationaal Park Monfragüe heen. In het naaldbos ten noorden van het park ‘scoren’ we nog de nodige bossoorten en als we op de terugweg nog even bij de gierenrots stoppen vliegt er zowaar een paartje Steenarenden weg van de rots. Terug in ons appartement komt de eigenaresse ons een fles rode wijn brengen: het is kerstavond.

Eerste kerstdag


Donker en doodstil is het als we op kerstochtend Torrejon uitrijden. Onderweg begint het licht te regenen; het zal de hele dag buiig blijven, wel jammer, maar gelukkig de enige dag met minder goed weer die we deze week hebben. We volgen vanaf Torrejon weg EX390 en gaan aan het eind rechtsaf de CC41 op. Deze leidt naar Embalse de Talaván, een meer bij het dorpje Talaván. Het is een vrij afgelegen steppegebied en zou goed kunnen zijn voor Grote en Kleine trap en zandhoenders. Vanwege het slechte weer zijn onze verwachtingen niet al te hoog maar we be-denken ons dat er slechtere plekken zijn om eerste Kerstdag door te brengen. De schuilhut bij het meer is gelukkig wel open zodat we even uit de wind en regen over de plas kunnen kijken. Veel zien we er niet, wel roept uit de biezenvegetatie een Waterral. De heuvels rond het meer zijn inmiddels doorweekt van de regen en overal ontstaan kleine stroompjes en plassen. Bij een hoeve is een wat grotere plas ontstaan en daar ontdekken we Witgat, Groenpootruiter, Watersnip en Oeverpieper. Van Talaván nemen we de EX373 naar Hinojal en in Hinojal de CC28 naar Santia-go del Campo. Deze weg is echt een aanrader! In het begin zit er een Rotsmus op een stenig muurtje en geregeld vliegt er een Hop of een groepje Putters op. En uiteindelijk wordt ons doel voor vandaag bereikt: heel rustig vliegen er twee Grote trappen over de heuvels voor onze auto door. Niet heel dichtbij, maar zo rustig dat we ze minutenlang goed kunnen bekijken. We rijden door naar Cáceres om de steppen ten zuiden van de A58 tussen Cáceres en Trujillo te bezoeken. Volgens de gidsen een interessant gebied maar de praktijk valt erg tegen: het is vooral een groot-schalig agrarisch gebied met erg veel verstoring. Via de A58 rijden we terug richting Cáceres en nemen afslag 35 (CC99) richting Sta. Maria de Magasca. Na circa twee kilometer draaien we linksaf een sintelweg op die over de steppen ten noorden van het Embalse de Cáceres voert. Landschappelijk èn voor vogels een prachtige weg, alleen na de vele regenval die dag een niet zo’n verstandige keuze. Het pad wordt steeds slechter, de kuilen dieper en de plassen groter…. En telkens de twijfel, omkeren of toch verdergaan.
Ad Peilen
Ik krijg van Ad een uitleg hoe je het beste door zo’n enorme plas kunt rijden: niet te langzaam en recht door het midden. Het water spat op tot ver boven het autodak maar we bereiken zonder problemen de overkant. Daar blijkt mijn off-the road instructeur vergeten zijn raampje dicht te draaien…  Pas tegen de schemering bereiken we een asfaltweg en de oorspronkelijke kleur van de huurauto is dan al lang niet meer zichtbaar.

Behalve een paartje Raven levert het weggetje geen bijzondere waarnemingen op, maar toch een zeker een aanrader: het is het mooiste afgelegen steppegebied dat we in deze dagen gezien hebben. Na vier dagen Extremadura hebben we 89 soorten genoteerd, wellicht geen toplijst maar we zijn erg tevreden over de soorten en vooral het gemak waarmee we ze gevonden hebben.

Op naar de Cota Doñana


Op woensdagochtend nemen we afscheid van Torrejon el Rubio en via Cáceres en Mérida rijden we terug naar het zuiden. Aan de rand van de Cota Doñana ligt het dorpje El Rocio waar we op de vrijwel verlaten camping een chalet gehuurd hebben. El Rocio is een verhaal apart; jarenlang was de Cota Doñana alleen te paard te toegankelijk en in het dorp El Rocio heeft men deze tradi-tie voortgezet. Het dorp kent geen verharde wegen, maar brede zandbanen tussen de huizen en zandpleinen, waardoor het zo het decor voor een western kan zijn. En wees vooral niet verbaasd als je bij een bar koffie zit te drinken en er wat ruiters komen drinken. Afstijgen doen ze niet; ze nuttigen hun consumptie in het zadel en sjokken daarna weer rustig verder. El Rocio is ook jaar-lijks de bestemming van duizenden zigeuners die eind augustus op bedevaart gaan. Uit heel Spanje trekken ze in kleurrijke kleding en met prachtige woonwagens naar El Rocio en overal in het dorpje kun je in de winkeltjes dan ook replica’s van het heilige beeld uit de kerk aanschaffen.

Leuk, maar zeker zo interessant is voor ons de lagune die tegen het dorpje aanligt: die herbergt ondermeer tientallen Slobeenden, Wintertalingen, Grutto’s, Steltkluten, Flamingo’s, Lepelaars, Wulpen en Zwarte ibissen. Eigenlijk een van de weinige plekken waar je in de Doñana veel watervogels kunt zien; het nationaal park is buiten de bezoekerscentra moeilijk toegankelijk.

El rocio lagune

El Rocina en El Acebrón


Donderdagochtend staan we vroeg op en het is gelukkig maar een paar minuten rijden van de camping naar EL Rocina. Bij het bezoekerscentrum El Rocina is het mogelijk een wandeling te maken langs de rivier Arroyo de la Rocina, een belangrijke aanvoerroute van water in de Doñana. De verschillende wandelroutes  zijn voorzien van knuppelpaden en op verschillende plekken staan schuilhutten. We kiezen de langste route en vanuit iedere schuilhut lukt het om Purperkoeten goed te bekijken. In de bossen en het struikgewas naast de rivier zien we verschillende Provençaalse grasmussen en Kleine zwartkoppen. Hierna bezoeken we nog het landgoed El Acebrón waar ook een bezoekerscentrum en museum is gevestigd. Een prachtig landgoed, maar qua vogels minder interessant. We sluiten de dag af bij het bezoekerscentrum El Acebuche, het grootste centrum in de Doñana. Dit centrum is echt ingericht om tienduizenden bezoekers per jaar te ontvangen, twintig jaar geleden was het nog een eenvoudig gebouw met een korte wandelroute. Nu is het uitgebreid met een museum en kun je er over de wandelpaden uren rondwandelen. Het is echter al wat later op de dag en de vogels zijn al minder actief dan in de ochtend. Bij de tweede schuilhut horen we nog wel een Buidelmees in het riet. Bij de balie van El Acebuche zien we op een plattegrond dat er in het noorden van het park nog een nieuw bezoekerscentrum is bijgekomen. De baliemedewerkster is erg behulpzaam en geeft een A4-tje mee met uitleg hoe dit centrum bereikbaar is. De uitleg is wel hilarisch: afhankelijk van de regenval zijn sommige wegen mogelijk niet toegankelijk en soms moet je door een rivierbedding rijden. Lukt dit niet dan kun je een alternatieve route proberen… Het lijkt ons wel een leuke uitdaging voor onze laatste dag in de Doñana.

Centrum José Antonio Valverde


We hoeven pas vrijdagnacht op de luchthaven van Sevilla te zijn, dus rest ons nog een hele dag om te vogelen in de noordrand van de Doñana. Vanuit El Rocio rijden we eerst naar Villamanrique en proberen daar de route naar het bezoekerscentrum te vinden. Dit gaat een paar keer mis, soms staan er bordjes maar lang niet overal en de uitleg op ons A4-tje is volstrekt nutteloos. De weg is echter prima èn heel vogelrijk! Het landschap is vlak, vooral agrarisch en dicht tegen de grens van het park moerassig. Onderweg diverse Zwarte Ooievaars, grote groepen Kalanderleeuweriken en Kleine korteenleeweriken. Deze grote groepen leeuweriken blijken erg aantrekkelijk voor roofvogels; onderweg zien we verschillende Blauwe en Bruine kiekendieven, Torenvalken en Rode wouwen. Ook hoorden we dat er regelmatig Spaanse keizerarenden gezien worden. In een omgevallen boom boven een kanaaltje ontdekken we een Velduil die zich rustig, maar wel heel alert, laat fotograferen.
Velduil
Ik krijg een beetje spijt dat ik geen telelens heb meegenomen, maar aan de andere kant zou veel tijd besteden aan fotografie ten koste van de waarnemingen zijn gegaan. Het blijft een moeilijke keuze.

Het nieuwe bezoekerscentrum is genoemd naar Valverde, de Jac.P.Thijsse van de Corta Doñana, dankzij hem kreeg het gebied de status van Nationaal Park. In het centrum is een kleine tentoonstelling aan hem gewijd èn ze serveren er prima koffie. Vanachter de grote glazen ramen in het café heb je mooi uitzicht over het water waar tientallen Meerkoeten zwemmen. Als je goed kijkt is het mogelijk er Knobbelmeerkoeten tussen te vinden. Eenvoudig in de zomer, maar moeilijk als ze in winterkleed zijn! Ook zitten er bij het bezoekerscentrum grote groepen Zwarte ibissen, in het voorjaar bevolken ze er een grote broedkolonie. We verlaten het Nationaal Park in de richting van Isla Major om zo een weg naar Sevilla te vinden. Onderweg zoek ik een plekje voor een sanitaire stop, maar in de kale omgeving met geregeld verkeer is dat niet zo makkelijk. We draaien uiteindelijk een zandpad in langs een klein kanaaltje en vervolgens passeren we een betonnen bruggetje. En dan staan we oog in oog met een Kwak die doodstil op de tak van een grote struik zit. De vogel bekijkt ons met een blik alsof hij eigenlijk ook niet weet waarom hij daar zit: volgens onze boeken overwinteren Kwakken namelijk niet in Spanje, maar in Afrika. Onze verbazing wordt nog groter als we links en rechts van de Kwak over het kanaaltje kijken: in alle bomen blijken Kwakken te zitten! Zowel juveniele als adulte; uiteindelijk tellen we er 163, maar dat is waarschijnlijk nog onderschat. Omdat we geen idee hebben waar we precies zijn leggen we wel de locatie vast: 37° 12' 21.54", -6° 13' 32.24", voor de liefhebber; mocht je in de Cota Doñana komen en op zoek zijn naar Kwakken...
Kwakken
Voor ons een mooie afsluiting van een erg geslaagde vogelreis, we begonnen met één Grijze wouw en eindigen met 163 Kwakken.

Hieronder een selectie uit de waargenomen soorten (totaal 125):

Appelvink, Blauwborst, Blauwe ekster, Blauwe rotslijster, Buidelmees, Cettis’ zanger, Europese kanarie, Graszanger, Grauwe gors, Grijze wouw, Grote gele kwikstaart, Grote trap, Grote zilverreiger, Hop, Kalanderleeuwerik, Klapekster, Kleine kortteenleeuwerik, Kleine zilverreiger, Kleine zwartkop, Knobbelmeerkoet, Koereiger, Kraanvogel, Kuifleeuwerik, Kwak, Lepelaar, Monniksgier, Ooievaar, Paapje, Provençaalse grasmus, Purperkoet, Raaf, Rietzanger, Rode patrijs, Rode wouw, Rotsduif, Rotsmus, Rotszwaluw, Smelleken, Spaanse mus, Steenarend, Steltkluut, Theklaleeuwerik, Tijgervink, Vale gier, Velduil, IJsvogel, Zwarte ibis, Zwarte ooievaar, Zwarte spreeuw,

Mignon van den Wittenboer

Naschrift: na wat speurwerk op internet blijkt de informatie in onze vogelgidsen omtrent de Kwakken onjuist: op diverse sites wordt Spanje wel degelijk als overwinteringgebied genoemd, hoewel het merendeel van de vogels naar de zuidkant van de Sahel trekt.