Inloggen

Login op de site

Gebruikersnaam *
Wachtwoord *
Onthoud mij

7 SEPTEMBER – 29 SEPTEMBER 2007

Als we in Nederland over Oeganda praten weten we eigenlijk maar een ding te vertellen: Idi Amin, de Oegandese dictator die in de zeventiger jaren het land aan de rand van de afgrond bracht. Voor de meer ingewijden onder ons, ook het land van de berggorilla. Dit prachtige dier was door de stroperij nagenoeg uitgestorven. De Britse Diane Fossey heeft het dier voor de ondergang behoed. Op dit moment leven er weer een groot aantal berggorilla’s in de bergen van Oeganda, Congo en Ruanda. Ze worden nu beschermd door de inkomsten die de Oegandese natuurbeschermers ontvangen van het geld dat de toeristen moeten betalen om een uurtje bij de gorilla’s te mogen zijn. Oeganda is rijk aan natuurschoon en heeft dit met name te danken aan het klimaat. Het regent regelmatig kortstondig waardoor het geen echt “droog”Afrikaanse land is. Ook de bodem is vruchtbaar omdat deze voornamelijk uit lava bestaat. Het land is enorm groot en wordt begrensd door Congo, Ruanda, Tanzania, Kenia en Soedan. Door de vele bevolkingsgroepen zijn er regelmatig onlusten in het land die voornamelijk worden uitgevochten in het noorden van Oeganda, mede te wijten aan de instabiliteit van Soedan. Het midden en zuiden van Oeganda zijn al jaren rustig. Hier woont ook de meerderheid van de Oegandezen in steden zoals Kampala, Jinja, Entebbe, Masindi en Masaka. In het westen wordt Oeganda begrensd door het Victoria Meer, dat de grootte heeft van Nederland en België. De meeste Oegandezen hebben een redelijk leventje, mede doordat het land zo vruchtbaar is. Ze hebben allemaal een groentetuintje en wat kleinvee voor het vlees en de melk. Ook kan er op diverse plaatsen volop vis gevangen worden. De armoede schuilt voornamelijk in de afgelegen gebieden en de bergtoppen waar de pygmeeënstammen leven. Deze bevolkingsgroep, van huis uit een jagersvolk, is door de autoriteiten uit hun leefgebied verdrongen en leeft nu zonder enig inkomen en middelen van bestaan op de berghellingen. De hotels en overnachtingplaatsen waar wij tijdens onze vakantie verbleven hebben waren eenvoudig maar schoon. Het eten was voortreffelijk en de mensen vriendelijk en behulpzaam. De verblijfskosten waren nihil. Oeganda is voor de toerist, en zeker de Europese, door de lage dollar een goedkoop land. De kosten bestaan voornamelijk uit de vliegticket, het vervoer ter plaatse en de entrees in de parken. Mijn vrouw wilde al jaren naar Oeganda om de berggorilla’s te bezoeken. Uiteindelijk heb ik daarin toegestemd, mede omdat ik inmiddels te weten gekomen was dat er ook nog zo’n 1100 !!!vogelsoorten in Oeganda te ontdekken vallen. Na raadpleging van Internet viel uiteindelijk de keuze op een klein reisbureautje uit Den Bosch, Matoke Tours. De eigenaren van dit reisbureautje, zijn voornamelijk gespecialiseerd in reizen naar Oeganda. Voornamelijk omdat een van de jongens al jaren in Oeganda woont omdat zijn ouders daar werken. Tijdens een voorlichtingsavond kregen we te horen wat er allemaal te zien was in Oeganda. Dit bleek achteraf ook volledig uit te komen. Omdat de prijs ook redelijk was, zeker in vergelijking met andere reisorganisaties (ik maak hier dus niet opzettelijk reclame voor Matoke) besloten wij om in september 2007 in zee te gaan met Matoke.

Hieronder volgt een reisverslag van een enerverende vakantie in Oeganda.

Vrijdag 7 september

vertrekken wij naar Uganda. We vliegen om 11.00 uur en hebben dus meer dan voldoende tijd. We besluiten ons meteen in te checken, zodat we van de koffers verlost zijn. Er ontstaat een klein probleempje. We hebben 6 kilo teveel aan bagage bij. Op de vraag wat dit extra kost krijgen we te horen dat dit € 180,-- is. Het overgewicht aan bagage bestaat vooral uit presentjes en kleding die we in Uganda willen achter laten. We halen het een en ander uit de koffer en stoppen dit bij onze handbagage, die ook zwaarder is dan toegestaan. Hierop worden we niet gecontroleerd, dus zo kan alles mee naar Uganda. We nemen een broodje en koffie en wachten tot we kunnen instappen. De reis verloopt verder voorspoedig en om 20.15 uur landen we op het vliegveld van Entebbe. De temperatuur is rond de 20 graden en Coen, een van de eigenaars van Matoke Tours, wacht ons op en brengt ons in twee bussen naar het Neul Tourist Hotel in Entebbe waar we de eerste nacht verblijven. Daar aangekomen maken we nader kennis met onze reisgenoten en de chauffeurs David en Geresem voor de komende drie weken. Hierna naar bed nadat we de talrijke gekko’s een goede jacht gewenst hadden.
 

Zaterdag 8 september

zijn we om 06.45 uur wakker. We hadden een goed bed, maar het was wel warm. Dit zal de komende tijd hopelijk wel wennen. Ons hotel heeft een mooie tuin. Ik word eigenlijk wakker van de hadada ibis die in de tuin van ons hotel rondscharrelt. In de bomen en struiken in de tuin vliegen grote aantallen vogels waaronder een aantal honingzuigers. Ik kom ogen en oren tekort en heb eigenlijk geen tijd voor het ontbijt. Nadat alle bagage in de busjes is gezet vertrekken we om 9.00 uur naar Buggala Island. Onderweg spotten we de eerste hamerkop. Deze vogel staat hoog op mijn lijstje, maar een van de gidsen verzekert ons dat we die nog veel vaker zien. Ik ben er inmiddels achtergekomen dat ons gezelschap, in totaal 13 mensen inclusief twee chauffeurs en een gids, buiten een van de chauffeurs, een jonge Oegandees, geen mus van een olifant kan onderscheiden. Er is dus geen enkele vogellaar in de groep en zal het daarom alleen moeten doen!! Alvorens we de boot naar Buggala Island pakken, maken we eerst een wandeling in een soort parkachtig bos in Entebbe. Entebbe ligt aan Lake Victoria hetgeen een grote hoeveelheid watervogels oplevert. Hier heb ik voor de eerste keer de grijsoorneushoornvogel gezien. Ook de zwarte wouw, grote aantallen bonte en kleine gekuifde ijsvogels en aan de waterkant kleine zilverreigers, koereigers en dwergaalscholvers. Ook zien we in het park diverse apensoorten en natuurlijk diverse bomensoorten. Na deze wandeling het parkbezoek gaan we lunchen en daarna naar de ferry, die ons in drie uur naar Buggala Island brengt. Op de ferry zie ik kleine pelikanen en witvleugelsterns. Buggala Island is een schilderachtig mooi eiland met palmen, witte stranden en een grote hoeveelheden vogels. Vele weversoorten, tientallen hamerkoppen, de Afrikaanse zeearend, de Afrikaanse gaper (ooievaar met een smalle opening in zijn bek (openbilled stork) de kaalkopkiekendief, vele soorten ijsvogels, zwarte wouwen (net zoveel als bij ons eksters!!) vele reigers en duivensoorten. De hamerkop nestelt hier in enorm grote nesten die hij bouwt uit allerlei soorten afval. De vogels zijn totaal niet schuw en je kunt ze van dichtbij fotograferen.

Zondag 9 september

zijn we redelijk vroeg uit bed. Ik werd wakker door de roep van de Afrikaanse zeearend. Ook de Hamerkop, IJsvogels, de Kleine zilverreigers en nog vele andere soorten waren al actief. Tot het ontbijt waren we aan het fotograferen en filmen. Het is hier zo geweldig mooi en zoveel mooie vogels heb ik nog nooit bij elkaar gezien. Om 9.30 uur vertrekken we voor een wandeling over het eiland. We gaan richting Kalaugala, dit is het grootste dorp op het eiland. We lopen voornamelijk door het woud en moeten soms een beetje klimmen. In het dorp bezoeken we een vrouw die in haar huisje voor 9 kinderen zorgt die HIV besmet zijn.

De vrouw is gespecialiseerd in de kruidengeneeswijze en rond haar huisje groeit dan ook van alles. In een van de bomen zitten een paar kameleons, waarvan enkele hele kleintjes. Na het bezoek lopen we verder en komen in een schemerig palmenwoud waar zo’n 100 zwarte wouwen rondvliegen. Voor een aantal medereizigers doet het hier erg spookachtig aan, zeker omdat de wouwen erg dichtbij komen en rakelings over je hoofd vliegen. Ook de palmgier tref ik in dit bos voor het eerst aan.

Maandag 10 september

zitten we om 7.15 uur aan het ontbijt want om 8.00 uur vertrekt de boot weer naar Entebbe. Na drie uur komen we op het vasteland en we stappen weer in onze eigen bussen. We rijden richting Jinja. Onderweg gebruiken we een lokale lunch en eten daar onder andere matoke. Dit is het nationale voedsel in Oeganda en vervangt de aardappel. Het zijn groene bananen die tot een puree worden geprakt en met wat zout en pindasaus van aardnoten. In de middag arriveren we bij ons hotel in Jinja. Het hotel is gelegen aan de Nijl en krijgen een kamer toegewezen met een werkelijk schitterend uitzicht op de Nijl. In de tuin van het hotel staan een groot aantal palmbomen waar vliegende vossen, een vrij grote vleermuizensoort, in rusten.

Deze dieren vliegen in de avondschemer weg om in de vroege ochtenduren weer terug te keren. Ook de werkelijk schitterende Senegalese ijsvogel en de piapiac zijn aanwezig in de tuin.

Dinsdag 11 september

zijn we vroeg wakker. Ik sta om 07.00 uur al met mijn statiefje en fototoestel op het balkon van ons hotel. In een boom voor het balkon zit een tijdlang een paartje Senegalese ijsvogels. Op een zeker ogenblik komt er ook een schitterende Lady Ross toerako in de boom zitten. Ook vele kleine honigzuigertjes doen zich tegoed aan de nectar van de bloeiende boom. Hierna is het tijd om te raften op de Nijl. Van onze groep zijn er echter maar twee waaghalzen die zich aan dit spektakel durven te wagen. De rest van de groep gaat varen op de Nijl om een bezoek te brengen aan het punt waar de Nijl ontspringt. Tijdens deze schitterende tocht zien we allerlei soorten moerasvogels, waaronder de met uitsterven bedreigde Madagaskar ralreiger, Afrikaanse slangenhalsvogels, kleine pelikanen, woudaapjes, roerdomp, mangrovereigers en de schuwe kwak die zich in het riet afzijdig hield. Na de boottocht brengen we een bezoek aan de kleurrijke markt in Jinja waar we samen met de plaatselijke bevolking Een stukje karaoke weggegeven!!
 .

Woensdag 12 september

. Vandaag gaan we de wildernis in. We gaan naar Murchison Falls. Onderweg zien we Bavianen en Uganda Kobs. Laat in de middag komen we bij het Red Chili Rest Camp. We blijven hier twee nachten en verblijven in de zogenaamde banda’s. Dit zijn kleine huisjes met als inrichting twee bedden, een nachtkastje en een ventilator. Op de veranda staan twee makkelijke stoelen.

Om het kamp grazen de wrattenzwijnen en in de nachtelijke uren horen we nijlpaarden om ons huisjes snuiven. Vlak bij ons huisje zit in de avondschemering een Afrikaanse kuifarend. Ook kleine vogeltjes zoals vuurvinkje en blauwfazantje zijn hier aanwezig.

Donderdag 13 september

zijn we om 7.00 uur al bij het pontje om de Nijl over te steken. Als we van het pontje komen zien we grote groepen bavianen en een aantal waterbokken. We gaan richting de delta omdat het daar meer open is en we de dieren beter kunnen zien. We zien hier inerdaad grote groepen hartebeesten, oribi, Uganda kobs, een grote kuddes giraffen en Kaapse buffels.

Ook de nijlpaarden en olifanten worden gezien. Ook hier weer allerlei vogelsoorten waaronder de witruggier, de Rüpelgier en de zeldzame oorgier. De kori trap, de zwartkopkievit, de bandstaartbaneneneter, de Senegalese spoorkoekoek, de grijskopijsvogel, de kuiftok en de zuidelijke hoornraaf zijn een aantal vogerls die ik hier tijdens de gamedrive gespot heb. Op het einde van de gamedrive brengt de gids ons naar een delta waar de schoenbekooievaar wel eens gesignaleerd wordt. En ja hoor, we hebben geluk en zien een mooi exemplaar op een afstand van zo’n kleine 40 meter tussen de waterhyacinten staan vissen.

Een schitterende prehistorische vogel met een ontzettend grote bek. Mijn vakantie is geslaagd!! ’s Middags hebben we weer een boottocht op de Nijl, we gaan naar de Murchison Falls. Onderweg zien we vele buffels, olifanten, nijlpaarden, waterbokken, Nijlkrokodillen enz. en uiteraard ook weer vele vogelsoorten. De goliath reiger en de rotsvorkstaartplevier zijn vogels die me het meest bijgebleven zijn tijdens de tocht op de Nijl.

Vrijdag 14 september

, Vannacht zijn er weer nijlpaarden op het kamp geweest. De scheerlijnen van de tent van Coen en David zijn losgetrokken. Ook lagen er wat stoelen om bij een Banda. We zijn vandaag weer vroeg uit de veren want we hebben onze tweede gamedrive. We hebben wederom geluk, we zien drie leeuwen, een jakhals, gieren maar helaas geen kill.

We rijden verder op zoek naar de olifanten, die we evenals allerlei hertensoorten te zien krijgen. Ook zie ik nu voor het eerst de Oegandse nationale trots, de grijze kroonkraanvogel. Ook de schitterende karmijnrode bijeneters en de mooie groene bergbijeneters zullen me blijven bijstaan.

Zaterdag 15 september

vertrekken we om 08.30 uur richting Kibale Forest. Dit is een rit van 4 uur hobbelen en 1 uur rijden over een asfaltweg. In Kibale Forest slapen we in een heuse boomhut. We hoefden niets eens te loten omdat de overige reisgenoten niet in de hut durfden te slapen!! Onderweg naar Kibale Forest zien we de savannearend en de mooie blauwe reuzentoerako. De boomhut bevindt zich midden in het bos en ligt zo’n kwartier lopen van het kamp.

Het uitzicht vanuit de hut is werkelijk adembenemend. In de vroege ochtend krijgen we misschien wel bosolifanten te zien.

Zondag 16 september

zijn we om 06.15 uur wakker. Helaas geen bosolifanten omdat het regent. We gaan vandaag op zoek naar de chimpansee. De gids waarschuwt ons al dat het niet mee zal vallen om de dieren te vinden omdat ze vanwege de regen hoog in de bomen verscholen zitten. De chimpansees die hier leven eten bladeren en vruchten. De vijgen zijn momenteel rijp en een lekkernij voor de apen. Na een uurtje begint de zon door te komen en stopt het met regenen.

We kunnen zo toch nog even van deze dieren genieten. Ook bij de chimpansees mag je maar een uur blijven om de dieren niet teveel te storen. Onderweg vangen we een glimp op van een roodstaart-aap. Op weg naar ons hotel zien we grote groepen maraboes die op de afvalbergen in de omgeving van Fort Portal hun dagelijks eten bij elkaar scharrelen.

Maandag 17 september

is gereserveerd als rustdag, maar in de middag gaan we met de hele groep een wandeling maken op een grote berg die ontstaan is tijdens een vulkaanuitbarsting. Vele soorten vliegenvangers, wevers en klauwieren. Hier zie ik de lelkievit en de bleke zanghavik. Ook de geelkeel langklauw (wat een naam!) zien we hier. Het is familie van de kwikstaart. Ook de mooie blauwe Europese scharrelaar vliegt hier rond. Werkelijk een eldorado voor vogels.

Dinsdag 18 september

zijn we voor 2 dagen in het Queen Elizabeth Nationaal Park. Een enorme oppervlakte met een grote diversiteit aan landschappen, flora en fauna. In dit park liggen twee meren, Lake George en Lake Edward die door het Kazinga kanaal met elkaar worden verbonden. In dit park zijn 606 verschillende vogelsoorten aangetroffen. Op weg naar onze lodge treffen we boomleeuwen aan die in geheel Afrika alleen hier voorkomen. In dit park hebben we een onderkomen in een lodge met uitzicht op het Lake Edward. Om ons huisje ziten werkelijk de meest uiteenlopende vogelsoorten. Muisvogels, lawaai moerasvliegenvangers, wevertjes waaronder de oranjewever, de dominicaner wida en vele andere soorten fladderen om ons onderkomen. Ook de wrattenzwijnen en mogoose (soort stokstaartje) zijn op het terrein aanwezig. In de middag hebben we een boottocht op het Kazinga kanaal. Vanaf de boot, die erg dicht bij de oevers komt, zien we naast allerlei zoogdieren waaronder buffels, nijlkrokodillen, olifanten, waterbokken en bosbokjes, grote aantallen vogels. Door de grote hoeveelheid, mijn passie van fotograferen en de snelheid van de boot lukt het mij echt niet om alles te determineren. Een kort opsomming: de zeldzame Afrikaanse schaarbek, goliath reigers, zadelbekooievaars, diverse soorten sterns en meeuwen, diverse soorten ijsvogels, watergrielen, steltkluten, roze pelikanen en kleine pelikanen, lelkievit, sporenkievit, zwartkopkievit en langteenkievit.

Helaas duurt de boottocht maar drie uur waarna we weer terug gaan naar ons onderkomen. Een park waar ik in de toekomst zeker nog enkele dagen langer zou willen zijn.

Woensdag 19 september

drinken we om 06.15 uur koffie met een schijf cake omdat we om 06.30 uur vertrekken voor een gamedrive. Op een zeker ogenblik zien we een leeuwenpaar. De leeuwin trekt een beetje met haar achterpoot. De mannetjesleeuw paart voortdurend met de leeuwin.

Zij krijgt geen rust van hem. Het is mooi om te zien hoe hij haar in de nek bijt en hoe ze elkaar voortdurend toegrauwen. Het geheel speelt zich af tussen een groep Uganda kobs die elkaar waarschuwen met een fluitend geluid. Op de savanne zien we buiten de savannebuizerd en de zwarte kuifarend ook nog grote aantallen helmparelhoenders en kwartels, waaronder de roodkeelfrancolijn. Ook tijdens deze gamedrive weer ontzettend veel zoogdieren gezien. In dit park alleen geen giraffes. Deze zijn onder het regime Amin uitgemoord!!

Donderdag 20 september

vertrekken we om 08.15 uur, nadat we van een uitgebreid ontbijt hebben genoten richting Maramagambo Forest. We komen goed aan in Maragambo Forest en moeten een klein half uur lopen naar een vleermuizengrot die we hier gaan bekijken. In deze grot woont ook een python. De grot is niet bijzonder hoog of groot maar overal hangen duizenden vleermuizen. Het is een mooi gezicht maar het stinkt behoorlijk. Om het hol van de Python in te kunnen kijken moeten we een stukje de grot in. Ik ben blij dat ik een pet op heb want de vleermuizen lozen nog al wat ontlasting. Ja hoor, ik kan in het hol kijken en zie de python beneden opgerold liggen.

Het is een groot exemplaar met een flinke lengte en behoorlijk dik. Na het bezoek aan de pythons en vleermuizen gaan we op weg naar Kabale. Van hieruit gaan we op weg naar Kisoro om van hieruit een bezoek te brengen aan de berggorilla’s. Onderweg weer diverse vogels gezien maar door de snelheid van het busje alleen wat scharrelaars op elektriciteitsdraden goed kunnen zien. Bij aankomst in Kabale in de weilanden groepjes grijze kroonkraanvogels waargenomen.

Vrijdag 21 september

zijn we vroeg wakker. Er is buiten een vogel die roept Hans, Hans, Hans. Dus ik mijn bed uit om te kijken wie mij al zo vroeg roept. Het blijken de kroonkraanvogels te zijn die in een boom zitten in de directe omgeving van ons hotel. Ze zitten in de ochtendzon boven in een palmboom te roepen. Even later vliegen ze weg om te landen op een grasveld dat in het verleden als golfterrein gebruikt is.

Hier zijn even later bezig met een baltsritueel. Schitterend!! De gehele dag in Kabale geweest om in dit mooie stadje een museum en andere bezienswaardigheden te bezoeken. In de middag vertrekken we naar het Nkuringo Safari Lodge dat aan het Nkuringo meer ligt. Het heeft inderdaad een schitterend uitzicht over het water. We slapen in zeer comfortabele tenten met een veranda en eigen douche en toilet. Er staan kaarsjes in de tent want er is geen stroom. We eten ’s avonds in het hotel en ook hier bestaat de verlichting vooral uit kaarsen. Ook hier weer allerlei vogels waaronder veel wevers en moerasvliegenvangers. Ook zie ik hier de Afrikaanse havik die het voortdurend aan de stok heeft met buulbuuls en schildraven.

Zaterdag 22 september

worden we rond 06.30 uur gewekt door de hadada, trommels en zingende mensen die vanuit de omgevende dorpen gaan vissen in het meer. Na het ontbijt maken we een kanotocht in een uitgeholde boomstam over het meer. Onderweg zien we purperreigers en een grote kolonie kleine pelikanen. Na de lunch vertrekken we naar Travelles Rest Inn in Kisoro. Dit is onze volgende halte. Van hieruit gaan we morgen aan de gorillatracking beginnen. Ook hier ziet het er goed uit. Het is een hotel waar de bescherming van de gorilla’s begonnen is. Hier heeft Diane Fossey regelmatig haar verblijf gehad. Het hotel is nu in handen van twee Nederlandse beheerders. Ook hier weer veel vogels, de Ceylon vliegenvanger, moeder en kind lannervalk, veel zwarte wouwen, de gespikkelde duif, bruine muisvogels, de dwergbijeneter en de Afrikaanse bonte kwikstaart zie ik hier. De meeste groepsleden, waaronder Helma, zijn erg zenuwachtig voor de reis van morgen. Eindelijk zullen ze de berggorilla’s zien!!

Zondag 23 september

heeft Helma dit verslag gemaakt. Ik ben zelf namelijk niet naar de berggorrila’s gaan kijken omdat mijn rug dit niet toelaat. Ik ben om 05.30 uit bed. Het was een korte onrustige nacht geweest. Toch wat spanning voor de ontmoeting met de gorilla’s. We vertrokken om 06.30 uur en moesten weer 1,5 uur hobbelen voor we op de plaats van bestemming aankwamen. We werden ontvangen en we moesten onze paspoorten inleveren om de tickets te ontvangen. We krijgen een lezing met de regels waaraan wij ons moeten houden. Deze organisatie verzorgt de bezoeken aan de gorilla’s. Ze gaan maar eenmaal per dag en de groep mag niet groter zijn dan 8 personen. We gaan naar een groep berggorilla’s van 23 stuks met twee zilverruggen. De oudste zilverrug is de baas, maar men verwacht dat de jonge het leiderschap binnenkort zal proberen over te nemen. Gelukkig is dit nu niet, anders mag je er niet zo dichtbij komen. Wanneer er onrust in de groep is zijn ze niet betrouwbaar. Wij gaan dus enkel met onze medereizigers. Zo komen we aan 8 personen. Na de lezing krijgen we allemaal een lange stok en kunnen we een drager inhuren. De kosten hiervan zijn 18.000 shilling. Hij helpt je tijdens het klimmen en dalen en draagt je rugzak en camera wanneer je dit wilt. Iedereen huurt een drager en Ria huurt er zelfs twee. Zo zorgen we ook dat zij vandaag iets kunnen verdienen. Mijn drager heet Geoffrey, hij is 21 jaar en student. Het geld wat hij verdient heeft hij nodig voor zijn studie. Hij is al enige tijd niet meer mee geweest want hij is ziek geweest. Zieke mensen mogen niet in de buurt van de gorilla;s komen. Men is veel te bang dat ze dan ook ziek worden en misschien sterven. Om 09.00 uur begonnen we aan de tocht. We moeten dalen, het is glad en steil en ik moet bekennen dat het erg makkelijk is wanneer is iemand je spullen draagt en je hand vasthoudt. Na 45 minuten afdalen door grasvelden en banaanplantages komen we op een ander grasveld. Het hoofd van onze expeditie laat ons stoppen en vertelt dat we nu erg dicht bij de gorilla’s zijn. Ik zie nog geen gorilla’s. We moeten nu onze spullen en dragers achterlaten en gaan verder met twee gidsen die continu in de buurt van de gorilla’s zijn. Dit om ze te beschermen en om te weten waar ze zich ongeveer bevinden. We gaan weer in afgeslankte vorm verder. Ik help Ria een handje want nu is het een beetje klauteren. Na enige tijd neemt een van de gidsen deze taak van mij over. Ik hoor inmiddels aan alle kanten geritsel en voor me zie ik een gorillarug. Geweldig en het wordt steeds mooier. Aan alle kanten is iets te beleven, daar hoor je ritselen of andere geluiden, wat verder zie je een gorilla lopen of eten. De gidsen loodsen je naar de mooiste plekjes waar je ze het beste kunt zien. Ze hakken klimop en varens voor je weg om het uitzicht optimaal te maken. Soms zit er tussen mij en een berggorilla maar een meter of vijf. Ik heb de zilverruggen gezien, een moeder met een kleintje, enkele volwassen vrouwtjes en wat jongere gorilla’s. Ik heb ze in bomen gezien en op de grond. Rustende of aan het eten.

Het is niet te beschrijven wat er dan door je heen gaat. GEWELDIG, SCHITTEREND en nog meer GEWELDIG. We mochten er ruim een uur bij blijven maar de tijd vliegt. Ik heb gefilmd maar vooral ook gekeken en genoten. Uiteindelijk moeten we weer terug naar de plaats waar we onze spullen hebben achtergelaten. Het is 11.15 uur en we besluiten meteen onze lunch te gebruiken. We delen met onze dragers want we hebben meer dan genoeg. Op de heenreis wilden ze zelfs geen water aannemen maar nu kunnen we ze overtuigen dat we niet alles nodig hebben en dat ze gerust mee kunnen delen. Verder zijn wij allen erg enthousiast en we raken niet bijgepraat over wat we allemaal te hebben gezien. Na de lunch breken we weer op en Ria, met haar bijna 72 jaren, mag het tempo aangeven. We rusten een paar keer onderweg want nu moeten we klimmen. Er komt een donkere lucht aan die er stiekem toch voor zorgt dat Ria harder loopt dan ze eigenlijk aan kan. We zijn met een uur klimmen weer boven en het is nog droog. We betalen de dragers en gaan terug naar het kantoor waar we de lezing hebben gehad. Daar aangekomen worden we hartelijk ontvangen en gecomplementeerd voor ons correcte gedrag tegenover de dieren. We krijgen allemaal een certificaat als bewijs dat we bij de berggorilla’s zijn geweest. Het mijne staat op de naam Wilhelmina Christina. Dit stelt natuurlijk niets voor maar ik heb het idee dat ze je toch wat willen meegeven. Je hebt er tenslotte dik voor moeten betalen!! Het geld wat ze ontvangen wordt gebruikt voor de veiligheid van de dieren en hun behoud. Op deze manier kunnen ze ook voorkomen dat ze overlopen worden. Ik vind het prima en heb erg genoten. Ik vind het wel jammer dat Hans ze niet gezien heeft, deze ervaring had ik graag met hem gedeeld.

Maandag 24 september

vertrekken we uit Kisoro en gaan op weg naar Lake Bunyonyi. Onderweg brengen we een bezoek aan een pygmeeënstam in de Mukoheuvels. Wanneer we aankomen worden we eerst ontvangen door heel veel kinderen. Deze brengen ons verder de heuvel op zodat we bij het dorpshoofd aan komen. We krijgen uitleg hoe deze mensen de dagen doorkomen en hoe ze wonen. Het is mensonwaardig zoals die mensen daar moeten leven.
 
Ze zijn van oorsprong bosbewoners. Maar zijn door de regering uit de bossen verjaagd. Het bestaan van deze pygmeeën is gebouwd op jacht. Maar buiten de wouden kan men niet jagen. Het is een troosteloze bedoeling. De bewoners hebben allemaal erg zorgelijke gezichten en je ziet kinderen die gezoogd worden, maar de borsten zijn niet meer dan twee velletjes. We zien een hut van 10 m2 waarin een man en vrouw en 4 kinderen wonen. Ik zie een ezel en enkele geiten. Sommige mannen drijven soms voor andere inwoners van Uganda vee of bewerken voor andere mensen het land. Maar het werk ligt hier niet voor het oprapen. Drank en drugs is ook hier een probleem. De kinderen zijn chronisch verkouden en ze gaan zo te zien zelden in bad. In de directe omgeving is geen water te bekennen. Er is inmiddels een stichting in het leven geroepen die een school heeft opgericht en een eco-toilet heeft gebouwd op het terrein waar de pygmeeën wonen. Het schooltje heeft een leerlingenbestand van ruim 300 kinderen maar vandaag zijn er maar 21 op school. Dit is hier heel gewoon. Na het uitdelen van de nodige kledingstukken, pennen en schriften, en de inzameling van wat geld, vertrekken wij weer richting onze auto’s. Zij begeleiden ons weer helemaal de heuvel af en blijven zingen. Een ingrijpende ervaring, wanneer je daar zo dicht bij betrokken bent stromen de tranen over je wangen. Wanneer we in Nederland zijn zullen we proberen wat voor die mensen te gaan doen. Op zulke momenten denk je even niet aan vakantie maar horen wel bij het leven in Afrika!! Weer terug bij de auto’s proberen we het ritme van de dag weer op te pakken. Op weg naar Lake Bunyonyi. In dit meer ligt het Bushara Island Camp. Vervolgens met uitgeholde boomstammen naar Bushara Island Camp gebracht. Hier verblijven we de komende twee nachten. Het is een eiland met veel bomen. Er is een kleine haven, een steiger vanwaar men kan zwemmen. Er is een restaurant op het midden van het eiland. De tenten staan verspreid langs het water en we zitten allemaal afgezonderd. De tenten zijn ruim van opzet en achter de tent is een eco-toilet en een scherm waarachter men kan douchen. Om te kunnen douchen moet je water bij het restaurant bestellen. Een van de bedienden komt dit dan op het afgesproken tijdstip brengen en gooit het in het vat wat is opgehangen. Aan het vat zit een douchekop bevestigd en een kraanmechanisme. Op de grond ligt grind en onder de “douche”een platte steen. Aan de schermen zitten wat haken waar de kleren en handdoek kan hangen. Dit is niet nodig, je kunt gerust in je blootje naar de tent lopen, zoveel privacy heb je hier. Voor de tent is een verhard terras, waar op een tafel een vat met koud water staat, een teiltje en een spiegel. Uiteraard is hier geen stroom. ’s Avonds na het eten krijgen we een olielamp mee om zonder problemen naar de tent te kunnen lopen. Ook bij de tent was een olielamp gehangen. Het is erg mooi en rustig.

Dinsdag 25 september

zijn we zoals gewoonlijk weer vroeg uit bed. Om 08.15 komen ze het ontbijt brengen wat we de avond ervoor hadden besteld. We eten gezellig buiten en onderwijl genieten we van de vele vogels die hier ook verblijven. Na het ontbijt verkruimel ik een stukje pancake voor de vogels.

Binnen enkele seconden was het rond de tent een getjilp van jewelste. Sommige vogels hadden lef en kwamen erg dichtbij en anderen bleven op een afstand in de bomen zitten. Hier zie ik de wenkbrauwkoekoek, ontzettende veel kleine niet benoembare vogeltjes die zich slechts zeer korte tijd lieten bewonderen, de Afrikaanse dwergsspecht, de Somalische lijster en de pelioslijster, en de mooie Afrikaanse paradijsmonarch.

Woensdag 26 september

staan we om 08.00 uur met de bagage bij de bootjes en peddelen we terug naar het vasteland. Rond 09.00 uur zitten we in de auto’s. We gaan op weg naar het Lake Mbure Park. Dit is een Nationaal Park waar ook de zebra’s en topi’s nog voorkomen. We zijn daar tegen 11.00 uur en hebben een gids gehuurd die ons begeleidt op de wandelsafari. Hij stelt voor dat we met de auto’s naar het moerasgebied rijden. In dit park zien we de Nubische specht, de Harlaub trap, de maskertoerako en de verreaux oehoe.

Donderdag 27 september

brengen we een bezoek aan Mabambabay, een moerasgebied waar de schoenbekooievaar nog voor komt. Wij gaan in kano’s waar alleen bankjes in zitten. We hebben allemaal een peddelaar en op een boot staat ook de gids. Ik heb de mazzel dat ik bij de gids in de boot zit. We zagen prachtige waterlelies en waterhyachinten, vele moerasplanten en watervogels. In dit moerasgebied komen nog acht schoenbekooievaars voor die echter moeilijk te vinden zijn. Meestal bevinden ze zich in met riet afgeschermde ondiepe plasjes die aan het zicht van de door het gebied lopende kanaaltjes onttrokken worden. Gelukkig wonen er in dit moerasgebied ook een aantal vissers die meestal wel weten waar de vogels te vinden zijn. Ook nu.

Na een uurtje varen wenkt een visser ons en wijst ons de weg naar een vissende schoenbekooievaar. Nadat we wat foto’s van hem hebben mogen maken. Vliegt hij weg. Wat een aparte vogel is het toch, je waant je in de prehistorie.

Vrijdag 28 september

, onze laatste dag in Uganda. Wij gaan vandaag winkelen!!! In de miljoenenstad Kampala hebben ze nog nooit van het milieu gehoord. Taxibusjes met stinkende uitlaten vervuilen de lucht in de stad. Ik ben blij dat we hier maar een dag geweest zijn. Wat me verder opvalt zijn de grote aantallen maraboes die hun nesten hebben en hun jongen grootbrengen in bomen die langs de trottoirs groeien. Verder heb ik in de stad, buiten de altijd aanwezige zwarte wouw, ook al zo’n aaseter, maar weinig vogels in Kampala gezien. In de late avond vertrekken we weer vanaf vliegveld Entebbe richting Amsterdam waar we zaterdagmorgen om 06.00 uur arriveren en opgeacht worden door een van onze zonen, schoondochter en kleindochter.

Een geweldige vakantie in een land dat werkelijk barst van de vogels. Een land waar ik beslist nog eens zal terugkeren om dan op een wat rustiger manier te gaan genieten van al het moois wat dit land te bieden heeft. Ik heb in die drie weken meer dan 175 vogels kunnen determineren. Ik weet zeker als ik met wat meer vogellaars geweest waren, het aantal verdubbeld dan wel verdrievoudigd was geweest. Van de waargenomen vogels heb ik zo’n 100 goede foto’s kunnen maken. (zie ook de fotogallerij)

 Mochten er naar aanleiding van het reisverslag en/of foto’s vragen zijn, dan kun je me altijd een mailtje sturen.

Hans van de Veerdonk Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..
© Vogelwacht Uden e.o.