Inloggen

Login op de site

Gebruikersnaam *
Wachtwoord *
Onthoud mij

30 juni t/m 14 juli 2007

Door Mignon vd Wittenboer en Ad Bekkers

Inleiding;

Na diverse malen Polen bezocht te hebben, speelde bij ons de gedachte om ook eens de andere drie voormalige Oostbloklanden aan de Oostzee te bezoeken: Estland, Letland en Litouwen. Voor het maken van langere vogelreizen zijn we momenteel afhankelijk van de zomervakantie, in het zuiden is het broedseizoen dan al voorbij, maar in de noordelijkere landen zitten veel vogelsoorten dan nog met jongen. Bovendien is van een aantal steltlopersoorten de trek langs de kust al begonnen. Voor ons zou er dus voldoende kans moeten zijn om begin juli in de Baltische staten nog leuke vogelwaarnemingen te doen. Uiteindelijk hebben we de lijst na twee weken af kunnen sluiten met 138 soorten, een prima ‘score’ begin juli in slechts twee weken en met maar twee vogelaars. De lijst bevat geen zeer zeldzame soorten, maar is in onze ogen lekker gevarieerd en de vogels waren zonder al te veel inspanning waar te nemen. Bovendien is er nog een lange lijst van soorten die er regelmatig waargenomen worden en vaak ook broedvogel zijn, maar die we gewoonweg gemist hebben door af en toe wat mindere weersomstandigheden of gebrek aan tijd. Het was immers vooral ons doel in enkele weken een goede indruk te krijgen van de drie landen en hun belangrijke Nationale Parken. En dat is in onze ogen prima gelukt.

Wat je je als reiziger vooral moet realiseren is dat de drie Baltische Staten zeer ontwikkelde en zeker geen arme landen zijn, ze doen nogal Scandinavisch aan en echte Oost-Europese toestanden zul je er niet snel vinden. De prijzen liggen wat lager dan bij ons, zeker uit eten gaan is goedkoop. Maar prijzen van luxe goederen en brandstof zijn vergelijkbaar met Nederland.

In het reisverslag zijn de algemene vogelsoorten vaak alleen de eerste keer dat we ze waargenomen hebben genoemd, Kwartelkoning is in de Baltische Staten een algemene soort… De soorten die we zelf meer bijzonder vonden zijn vet gemarkeerd.

Reis

Het is een flink eind rijden vanuit Nederland naar de grens met Litouwen (via Duitsland en Polen). Vooral het laatste stuk door Polen tot de Litouwse grens schijnt erg tijdrovend te zijn door de slechtere wegen en het vele vrachtverkeer. Een goed alternatief is het boeken van een vliegreis en het huren van een auto in een van de Baltische hoofdsteden. Maar autohuur is er niet echt goedkoop en dan moet je nog dagelijks op zoek naar een goede overnachtingsplek. Wij kozen er uiteindelijk voor om vanaf Kiel (Noord-Duitsland) per boot naar Klaipeda -Litouwen te varen. Dit koste ons slechts € 450 voor een retour voor 2 personen, ons Volkswagenbusje en 2 slaapstoelen. Hutten zijn er ook maar zijn uiteraard duurder. Aan boord is een prima restaurant en er zijn enkele barretjes en een lounge ruimte. De overtocht duurt ca. 22 uur. Alternatieve bootroutes zijn er vanuit Sassnitz, Rostock of vanuit Zweden. Zie voor meer informatie de websites: www.balticferries.nl en www.dfdslisco.com.

Accommodatie

Doordat we reisden met onze tot camper verbouwde bus was het vinden van goede overnachtingsplekken voor ons geen probleem: in de Baltische Staten is het toegestaan ‘wild’ te kamperen. Wij zochten dus regelmatig afgelegen bospaden en parkeerplaatsen van Nationale Parken op om te overnachten. In onze ogen erg veilig: op het platteland is van criminaliteit absoluut niets te merken, de bevolking is er erg gastvrij en behulpzaam.

Af en toe sliepen we op een camping, die waren vaak erg basic wat voorzieningen betreft.


Onze bus op een eenvoudige kampeerplek bij Matsalu.

In alledrie de landen zie je op veel plaatsen composttoiletten: houten huisjes met een plank met een gat waaronder de menselijke uitwerpselen gecomposteerd worden. Douchen was vaak mogelijk in het huis van de campingeigenaar. Overigens is er bij de bootmaatschappij een kaart te bestellen met grotere campings met betere voorzieningen, maar dan is het handig als je je reisschema aanpast aan de ligging van de campings.

Verder zijn er in de grotere plaatsen wel hotels te vinden en zijn er op veel boerderijen en in landhuizen overnachtingsmogelijkheden.

Geld

Vermoedelijk schakelen de Baltische Staten binnen enkele jaren over op de Euro, in veel supermarkten waren de artikelen al in zowel de nationale munteenheid als in de Euro vermeld. Toen wij er waren hadden alledrie de landen nog hun eigen nationale munteenheid. Wisselkantoren vind je op de boot, luchthaven en aan de grens, maar verder moet je echt in de grotere stad zijn om bij banken te kunnen wisselen. Aangezien wij vooral de natuur in zouden gaan hebben we uit voorzorg bij het GWK in Nederland van de drie staten valuta besteld.

Dit moet je wel tijdig doen: van Estland kregen we de hele voorraad die het GWK in Nederland beschikbaar had: slechts 150 euro. In veel plaatsen staan geldautomaten waar je kunt pinnen. Wel is het handig van tevoren in Nederland een lijstje met omrekenkoersen te maken, als je van Litouwen naar Letland en Estland reist en dan weer naar Letland en Litouwen raak je wel een keer de tel kwijt, zeker omdat de wisselkoersen erg verschillend zijn.

Weer

Mei en Juni zijn de beste maanden om een vogelreis te maken. Juli gaat ook nog prima, al neemt de kans op af en toe wat regen wel toe. April is mogelijk, maar het Soomaa Nationaal Park staat dan nog wel grotendeels onder water.

Taal

De drie Baltische Staten hebben elk hun eigen taal, waarbij het Lets en Litouws wel wat op Pools lijkt en het Est (net als het Fins) veel meer op Hongaars lijkt. Door de jarenlange Sovjet overheersing hebben de Balten Russisch geleerd en communiceren ze hierin onderling. Jongeren spreken veelal Engels en soms Duits. Een talengidsje bestaat er niet van deze landen, dus je bent vooral aangewezen op mensen die Engels spreken. Wij hebben hier zelf verder geen hinder van ondervonden.

Route

De route zoals wij hem globaal gereden hebben, langs de volgende natuurgebieden:

1 Vogelringstation

2 Neringa

3 Pape natuurreservaat

4 Sliteres Nationaal Park

5 Vilsandi Nationaal Park

6 Matsalu Nationaal Park

7 Soomaa Nationaal Park

8 Gauja Nationaal Park

9 Ezures Meer

Reisverslag

Zaterdag 30 juni

Nadat we de camper gepakt hebben vertrekken we rond 9.30 uur naar Kiel. We rijden via Enschede / Osnabrück / Bremen / Hamburg naar Kiel. Om 23.00 uur vertrekt de boot, de MS Optima naar Klaipeda (Litouwen). Om 20.00 uur moeten we ons in de haven melden. Bij Osnabrück rijden we de A1 op richting Hamburg, op de radio horen we dat er een file van 16 kilometer staat. Het valt echter meer, de file blijkt al voor de oprit te staan en we voegen dus in in de kop van de file. Verder verloopt de reis voorspoedig, na 7,5 uur hebben we de 550 kilometer (tja, ons busje is nu eenmaal niet zo snel) afgelegd en bereiken we de Ostuferhafen. We kijken even waar we moeten inchecken en zoeken dan in een van de dorpjes aan de kust een restaurantje op. Na een heerlijke maaltijd melden we ons bij de check-in in de haven. De boot zou om 23.00 uur moeten vertrekken maar blijkt nu al vertraging te hebben. Hoewel ze bij de Litouwse rederij prima Duits spreken verloopt het inchecken en inschepen toch nogal chaotisch. Vanwege de hoogte van onze auto belanden we uiteindelijk zo ongeveer als laatste aan boord terwijl we bijna als eerste in de haven waren. Rond 1.30 uur ’s nachts vertrekt de boot en zoeken wij onze vliegtuigstoelen in de slaapzaal op.

Zondag 1 juli - zonnig vrijwel onbewolkt, 26 oC

Na een prima ontbijt (buffet € 5,-) brengen we de rest van de dag op de boot door. Veel meer dan tv-kijken is er niet te doen, maar het weer is prachtig dus installeren we ons met een goed boek op het zonnedek.

Het zonnedek op de MS Optima

Consumpties zijn goedkoop: € 0,90 voor koffie of fris en voor € 5,- heb je een flinke warme maaltijd.

De boot komt helaas ook veel te laat aan in Klaipeda: om 23.00 uur ipv 19.00 uur (plaatselijke tijd, een uur later dan in NL). In de haven vliegen Visdief, Aalscholver, Zilvermeeuw, Bonte Kraai, Kokmeeuw, Huiszwaluw en roept een Zwarte Roodstaart. Gelukkig mogen we als een van de eerste personenwagens van boord en na enkele korte formaliteiten verlaten we de haven. Omdat het inmiddels al na middernacht is besluiten we ons reisdoel voor vandaag, het gebied rond Pape net over de grens met Letland, nog maar niet te bezoeken. ’s Nachts door een vreemd land gaan rijden en ook nog de grens over willen na al een lange reis lijkt ons niet verstandig. Aan de rand van Klaipeda parkeren we de camper bij een groot tankstation waar meerdere internationale vrachtauto’s en ook een andere camper staan.

Maandag 2 juli – zonnig, wolkenvelden en ca. 20 oC

Rond 8.00 uur worden we wakker en vertrekken we richting noorden naar Pape. We rijden de hoofdweg A13 richting Palanga. Onderweg: Roek, Koolmees, Spreeuw, Bruine Kiekendief, Torenvalk. Het landschap is mooi glooiend, vooral extensief in gebruik als agrarisch gebied maar vooral heel bloem en kruidenrijk. Verder doet alles nogal aan Polen denken: de bebouwing, mensen en auto’s. Wel lijkt het land wat welvarender dan zijn Poolse zuiderbuur.

In de velden zingen overal de Grauwe Gorzen en naast de weg in de berm zien we regelmatig een Ooievaar speuren naar kleine prooien.
 
Overal langs de weg lopen Ooievaars

Ook zien we hier contrasten in het gebruik van energiebronnen: links van de weg enkele Ja-knikkers en rechts windmolens.

Iets na negenen passeren we de grens met Letland na een korte paspoort en kentekencontrole. We nemen de afslag Pape en rijden over een semi-verharde weg met wasbordribbels. (Hier zullen we aan moeten wennen, de Nationale Parken liggen vaak afgelegen en zijn slechts te bereiken na kilometers onverharde weg). Naast de weg liggen prachtige vochtige bosjes en struwelen. Iets verderop ligt aan de rechterkant een vogelkijkhut in het riet.

   
In de vogelkijkhut bij Pape heeft een Boerenzwaluw zijn nest gemaakt

Hier Houtduif, Grauwe Klauwier, Geelgors, Tuinfluiter, Tjiftjaf, Wielewaal, Boompieper, Koekoek, Zwarte Specht, Zanglijster, Boerenzwaluw, Kleine Karekiet, Veldleeuwerik, Baardman, Buidelmees, Grote Karekiet, Fitis, Waterral, Grauwe Gans en Knobbelzwaan.

Omdat we ’s avonds in Nationaal Park Sliteres willen zijn besluiten we niet verder naar de kust bij Pape te rijden. Op dat moment kunnen we nog niet goed inschatten het de rest van Letland en Estland eruit zal zien, maar vlak voor Pape is het in ieder gaval prachtig: grote open rietvelden met ertussen open water waar het in het voorjaar moet gonzen van de rietvogels.

 
Rietmoerassen bij Pape

We rijden op de hoofdweg verder richting Ventspils en zien onderweg nog: Witte Kwikstaart, Merel, Spotvogel, Ekster, Groenling en Vink. Op weg P111 enkele kilometers ten zuiden van Jürkalne diverse Kwartelkoningen, Paapje, Kwartel, Raaf en Kneu. In Ventspils vullen we de brandstoftank en doen wat inkopen bij een grote supermarkt. Dan vervolgen we onze weg richting Nationaal Park Sliteres. We volgen de P124 die vanaf L. Uzna onverhard wordt. De sintelweg is overigens goed te rijden en kilometers lang trekken de vochtige berken en sparrenbossen aan ons voorbij. Veel tijd om te stoppen hebben we niet, wel zien we vanuit da auto diverse Grauwe Klauwieren. Rond 19.00 uur komen we aan in Mazirbe, een klein kustdorpje aan de noordrand van het Sliteres reservaat. Op de rustige camping worden we in het engels welkom geheten door een vriendelijke Letse. We kunnen er met een tent of camper staan, maar er zijn ook een aantal nette, 2 persoons blokhutten met kookgelegenheid te huur. Ook in het huis van de eigenaars worden kamers verhuurd en is het voor campinggasten mogelijk daar te douchen. We lopen nog snel even naar het strand en horen daar nog: Ringmus, Pimpelmees, Putter, Grauwe Vliegenvanger, Gierzwaluw en naast de dorpswinkel weer een Kwartelkoning. Later tijdens het eten buiten op de camping nog een Zwarte Roodstaart met jongen en een tweetal Middelste Bonte Spechten. Na het eten beginnen de muggen toch wat lastig te worden en trekken we ons terug in de camper.

Dinsdag 3 juli – onbewolkt, zonnig

Om 7.30 uur staan we op en worden naast de camper meteen begroet door een Boomklever. Omdat de buurman van de camping om deze tijd besluit buiten te gaan genieten van Letse slagermuziek, zoeken wij in het Nationaal Park een rustigere plek om te gaan ontbijten. We rijden richting Kolka en slaan dan na enkele kilometers rechtsaf het bospad in. Na het ontbijt wandelen we door de gemengde bossen. Hier: Grasmus, Fitis, Goudhaan, Kleine Vliegenvanger, Kuifmees, Fluiter, Grote Bonte Specht en Matkop. Verder geproefd van de bosbessen en bosaardbeien in de rijke ondergroei.

 
Strand bij Kolka

Toen naar de ‘klif’ bij  Kolka gereden en een strandwandeling gemaakt: Tureluur, Kneu, Bergeend, Witte Kwikstaart, Grote Stern, Grote Mantelmeeuw en Zilvermeeuw.  ‘Klif’ is een wat overdreven benaming: de zee kalft hier de kust scherp af waardoor bomen ontwortelen en omvallen en uiteindelijk in zee verdwijnen. Op het strand vonden we wat mooie stukken aangespoeld wrakhout die we besluiten als souvenir mee te nemen. Na de vondsten in en op de bus vastgesnoerd te hebben volgen we de P131 vanaf Kolka naar het zuiden. Onderweg: Wespendief en Appelvink. We gaan rechts richting Dundag en bij Vidale links richting Mazirbe. Net buiten Vidale loopt een weg rechts naar beneden een grote zandgroeve in. Hier wandelen we nog even rond: Oeverzwaluw, Ooievaar, Blauwe Reiger en Grote Karekiet. In de zandafgraving zijn enkele mooie plasjes, rietranden en bloemrijke bermen.
 


Zandafgraving bij Vidale

Iets ten zuiden van het dorpje Sliteres zien we de eerste Roodmus en 2 paartjes Kraanvogels. Bij de dorpsvijver van Dundaga kunnen we nog Waterhoen en Meerkoet aan de soortenlijst toevoegen.

In Dundaga nemen we de weg naar Ventspils via Pace/Ance. Net buiten Dundaga: Bosrietzanger en bij Ance foerageert een Grauwe Kiekendief boven de graanvelden. Om 19.30 uur begint het te regenen. Iets buiten Védé parkeren we de bus aan de bosrand (wildkamperen is toegestaan) en halen we de yahtzee tevoorschijn. Ook hier zat weer een Kwartelkoning te roepen.

Woensdag 4 juli – droog maar wel bewolkt

Om 6.30 uur opgestaan want het is nog een stukje rijden naar Ventspils en we moeten ons om 8.00 uur melden bij de boot naar Saaremaa in Estland. De boot is in de haven makkelijk te vinden, tickets hadden we in Nederland al via internet geboekt en betaald dus hoeven we alleen onze boardingcards maar op te halen. Voor de overtocht (2 pers. en busje) betaalden we € 82,- hierin was wel een vroegboekkorting van 20% verwerkt (www.slkferries.ee of www.sscf.ee)

 
De boot van Letland naar Estland

De boot vertrekt keurig om 10.00 uur en het is erg rustig: de boot is nog niet voor een kwart vol. De prijzen liggen wat hoger dan in Letland: een kop koffie is 20 Estse Kronen, ca. € 1,40. Het is mogelijk op de boot geld te wisselen. Vanaf de boot zien we Eidereenden, Grote Zee-eend en Aalscholvers. Stipt op tijd, om 14.00 uur legt de boot aan in Montu, een dorpje in het zuiden van Saaremaa, het grootste eiland voor de kust van Estland. Vanuit de haven zien we nog Toppereenden vliegen. Hier wel een degelijke grenscontrole met speurhonden. De overijverige vrouwelijke douanebeambte wil zelfs de inslag van het chassisnummer wel even zien. Als blijkt dat dat midden onder de bus aan de achterkant van een balk zit besluit ze dat we toch wel door mogen rijden. We rijden een stukje richting Kuressaare. De doodstille tweebaansweg door de bossen oogt wat mystiek, wellicht ook omdat het weer zachtjes is gaan regenen.

Bij Tehumardi slaan we linksaf in noordwestelijke richting. We willen bij Pidula kamperen, want dan zitten we dicht in de buurt van Vilsandi Nationaal Park. Tot onze verassing is de Jeneverbes op Saaremaa een zeer algemene struik, overal staat de plant langs de wegen en als onderbegroeiing in de bossen. Net ten noorden van Kärla vliegt een Tapuit langs de weg. Bij Pindula vinden we een leuke camping bij een meertje waar op forellen gevist wordt. De camping is vrij simpel, er is een wc, water tappen we bij een tuinslang en douchen kan in het huis van de eigenaar. We betalen € 7,- per nacht voor 2 personen, camper en incl. douche.

 
Meertje op de camping bij Pindula

Wel is het weer flink gaan motregenen, dus van vogelen komt niet veel. Aan de rand van de camping staat een oude watermolen. Tijdens een korte avondwandeling Sijs en Middelste Bonte Specht.

Donderdag 5 juli – onbewolkt en zonnig

Om 6.30 uur opgestaan en direct vanuit de camping richting Veere gereden. Onderweg Gaai, Kraanvogels en Boomleeuwerik. Vlak bij Harileid zit een Roodmus naast de weg te zingen. De parkeerplaats bij Harileid is even zoeken, er lopen nogal wat zandwegen in het gebied en de bordjes zijn niet echt duidelijk. Door op ons richtingsgevoel te vertrouwen komen we uiteindelijk bij een parkeerplaats met een kleine kiosk met informatie over het Nationaal Park. De deur laten we open staan: anders kan de Boerenzwaluw zijn nest niet meer bereiken. Vanaf de parkeerplaats is het mogelijk een rondwandeling rond de vuurtoren te maken, ca. 16 km en gemarkeerd met blauw/witte paaltjes. Tijdens de wandeling Bontbekplevier, Rietgors, Middelste Zaagbek, Brilduiker, Fuut, Oeverloper, Matkop, Knobbelzwaan, Kraanvogels, Kuifeend, Sperwer, Scholekster, Noordse Stern.

Helemaal rond het schiereiland lopen vinden we te ver, dus lopen we rechtsom naar de vuurtoren en dan terug.

 
Gevarieerde kustflora in Vilsandi NP

Net voorbij het meer, terug in het bos, splitst de blauwe route zich af. We volgen die door het bos, maar als we vinden dat die route teveel naar het noorden afbuigt steken we rechtdoor het bos naar de westkust van het schiereiland. Op de grindbank voor de kust zien we een juveniele Zeearend, Scholeksters, Kuifeend. Op de weg terug naar de auto vliegt er nog een Regenwulp op.

Dan zoeken we het bezoekerscentrum van Vilsandi Nationaal Park op, gelegen op Loona Mois, een oud landgoed dat aan het begin van de vorige eeuw in handen was van de Duitse adel, net als veel andere landgoederen in de Baltische Staten. Behalve bezoekerscentrum is het ook een guesthouse met overnachtingsmogelijkheden. Na er koffie gedronken te hebben informeren we naar kampeermogelijkheden. Er is geen officiële camping, maar tegen geringe vergoeding mogen we de sauna/douche en toiletruimte in de kelder van het landhuis gebruiken en gratis op de parkeerplaats overnachten. Na op de oprit uitgebreid een Tapuit gevolgd te hebben rijden we richting Lümande, na 500 meter gaan we rechts en vervolgens weer rechts naar Kuusnomme. Die weg (erg lang door de bossen) rijden we uit tot de uitkijktoren. Vanaf de toren hebben we mooi uitzicht op de eilanden voor de kust die allemaal tot het Vilsandi Nationaal Park behoren en de aan de kust gelegen moerasjes.

 
Bij de uitkijktoren van Kuusnomme

Door het late tijdstip op de dag en de tijd van het jaar zien we er niet veel vogels, maar voor de trektijd ziet het er erg veelbelovend uit. Vanwege de hitte de camper in de schaduw gezet een siësta gehouden. Om 18.00 uur rijden we naar Lümanda. Volgens de baliemedewerkster van het nationaal park zit daar een goed restaurant met Estse specialiteiten. Dat klopte, uitstekend gegeten van ca. € 8,- per persoon. In de tuin van het restaurant zien we eindelijk Huismussen.


Op Saaremaa kom je overal Kraanvogels tegen.

Na het eten rijden we terug naar Loona Mois. We drinken er koffie, maar helaas spreekt de nieuwe baliejuf geen Engels en begrijpt ze niet dat we willen douchen. De ingang van de kelder zit echter aan de buitenkant van het gebouw, dus besluiten we ons er maar ‘illegaal’ op te gaan frissen. Later is Ad toch nog gaan betalen, wat beloond werd met een groep Kieviten, een Kramsvogel en 11 Regenwulpen.

Vrijdag 6 juli – geheel bewolkt, harde wind

Nadat we gewekt zijn door een overvliegende groep Kraanvogels rijden we naar Kuressaare.  Onderweg passeren we een openluchtmuseum met typische oude Estse huizen.

 
Gebouwen in het openluchtmuseum, vooral de nokafwerking van het rietendak is heel typisch
.

In Kuressaare doen we wat boodschappen en rijden dan door naar Kuivastu om met de boot naar het vasteland te gaan. Het ticket kost ca. € 10,- voor ons busje met 2 personen. We kunnen al snel de boot oprijden, maar veel Esten brengen het weekend door op het eiland dus staat er op vrijdag vaak op het vasteland een lange file voor de boot en op zondagmiddag op Saareema. Als we na een half uur de overkant bereiken blijkt daar inderdaad een lange rij wachtenden te staan. We rijden door naar Panijoe waar het bezoekercentrum van Matsalu Nationaal Park gevestigd is in een oud landhuis. In het park voor het huis horen we een Wielewaal en zien we een Roodmus zijn jongen voeren. Van de erg behulpzame baliemedewerkster krijgen we een detailkaart van het gebied met daarop alle vogeluitkijktorens.


Het bezoekerscentrum van Matsalu NP

We maken een wandeling naar het eerste platvorm, zo’n 2 kilometer achter het bezoekerscentrum. Vanwege de harde wind zien we niet veel: Roodmus, Paapje, Putter, Graspieper en Watersnip. Bij de uitkijktoren staat een toilethokje: een boerenzwaluw die boven het toilet zijn nest bouwde vergat helaas de deksel te openen…
 
Toilet in Matsalu Nationaal Park

Dan zoeken we de camping op die net ten westen van Panijoe, bij Kirikuküla op de kaart staat. Het is een erg eenvoudige maar wel heel mooi gelegen plek, een flink stuk van het huis van de vriendelijke eigenaar af. Op zich is dat wel typisch Ests: het liefst wonen de Esten ver van de harde weg tussen de bomen en zonder buren in hun directe omgeving. Zo zijn dus ook veel huizen in het buitengebied gesitueerd: in bosjes ver van de weg. Huizen die in groepjes dicht bij de weg staan, zijn van Russen: zo’n 37 % van de bewoners in Estland is van Russische afkomst. Op onze kampeerplek staat een composttoilet en staan wat picknickbanken bij een vuurplaats. De eigenaar komt voor ons nog een grote jerrycan met fris water brengen. We betalen totaal ongeveer € 5,- per nacht.

Zaterdag 7 juli – wat wolkenvelden en zonnig

Al om 5.30 uur staan we op en rijden we eerst naar Lihula. Net voor het dorpje zit een Sprinkhaanzanger in een vochtig terreintje te roepen. Dan naar Haeska aan de noordkant van de Matsalu baai. Dit is een geweldige vogelplek, ons levert het al leuke soorten op maar in de trektijd moet dit een eldorado zijn. In het dorpje woont Trinus Haitjema, een Nederlandse steltloperonderzoeker. Hij verhuurt elders in het Nationaal Park een vakantiehuisje, zie www.visitmatsalu.com.
Iets voor de uitkijktoren is een parkeerplaats waar je je auto moet achterlaten: tot aan de toren is het privé-terrein waar je wel over mag wandelen. In het veld tegenover de parkeerplaats ligt een poeltje waar leuke soorten gezien kunnen worden.

 
Vanaf de toren bij Haeska

Bij Haeska ondermeer: Watersnip, Tureluur, Stormmeeuw, Zeearend, Temmincks Strandloper, Bosruiter, Groenpootruiter, Zwarte Ruiter, Bontbekplevier, Gele Kwikstaart, Kraanvogel, Oeverloper, Wintertaling en Smient.
Daarna doorgereden naar Pôgari-Sassi waar we vanaf de weg goed zicht hebben op de slikjes voor de kust. Hier veel meeuwen, Bosruiter, Groenpootruiter, Grauwe Gans, Smient, Zeearend, Kievit en Gele Kwikstaart. We rijden de weg verder af naar Puise nina een klein afgelegen dorpje waar tot onze verassing twee Notenkrakers tussen de huizen vliegen en op de antennes gaan zitten.


 Niet het meest voor de hand liggende biotoop voor Notenkrakers.

Voor Ad is het een nieuwe soort, dus moeten we op zoek naar een bakker. Eerder waren we er al achter dat ze in de Baltische landen specialisten zijn in het bakken van zoete, met jam of maanzaad gevulde broodjes.
Net voor Parnu stuiten we op een bruiloftsstoet: vrienden van de bruidegom hebben de weg met linten afgezet en de bruidswagen mag pas doorrijden nadat de bruidegom met een bijl een groot blok hout gekliefd heeft. Een Estse traditie waarmee de bruidegom zijn mannelijkheid moet tonen.
 
Coastal meadows in Matsalu

We gaan terug naar de zuidkant van Matsalu Nationaal Park. Bij Kloostri beklimmen we de hoogste uitkijktoren. Een mooi uitzicht over de coastal meadows, maar veel vogels levert het niet op. We besluiten Matsalu achter ons te laten en alvast naar Soomaa Nationaal Park te rijden zodat we de volgende dag volop tijd hebben om te vogelen. We rijden via Tuudi waar nog een klein veengebiedje met een uitkijktoren is. Vanaf de toren bekijken we het gebied, maar vanwege de toenemende wind besluiten we er niet te gaan wandelen. In een nabijgelegen bos houden we even een siësta en rijden dan door richting Pärnu. Aan de rand van Pärnu nemen we weg 5 in noordoostelijke richting. Bij Tori steken we de rivier over en volgen we de borden Soomaa Rehvuspark. Net voorbij Joisuu komen we onverwacht wegwijzers van een camping tegen. De camping is groot, maar desondanks met beperkte sanitaire voorzieningen. De communicatie met de eigenaresse verloopt moeizaam, maar uiteindelijk weten we te regelen dat we in een chalet dat ze verhuurt even kunnen douchen.
Op de camping vliegt een IJsvogel over en ’s avonds horen we een Bosuil.

Zondag 8 juli – droog en bewolkt

We staan om half zeven op en vertrekken meteen naar Soomaa Nationaal Park. Bij de camping loopt een Ree over het veld. Nog voor we bij het bezoekerscentrum zijn passeren we een wandelroute: Riis. Volgens het informatiebord loopt de route ca. 5 km door hoogveen dus besluiten we deze te lopen. Wel is het inmiddels gaan regenen dus ontbijten we eerst in de bus in de hoop dat het later droog zal zijn. De wandelroute is verhard met planken aangezien je anders snel in het levende hoogveen weg zou zakken. We kunnen het natuurlijk niet nalaten om toch een keer een voet naast de plank te zetten. De bodem lijkt wel een golvend waterbed. Behalve Boompiepers zijn er geen vogels te ontdekken, maar het landschap is prachtig. Zo moet de Groote Peel er ooit uit hebben gezien.

 
Prachtige stukken levend hoogveen langs de wandelroute bij Riis.

Later in de bosrand kunnen we eindelijk Bonte Vliegenvanger aan onze lijst toevoegen. Dan rijden we verder naar het bezoekerscentrum: een mooi nieuw centrum met een kampeerveld naast de parkeerplaats. Achteraf hebben we spijt dat we hier de nacht niet hebben doorgebracht.
De beheerder van het centrum biedt aan om speciaal voor ons een film over het Soomaa Nationaal Park te draaien, welke in het Engels is. Uit de film blijkt dat het reservaat iedere winter overspoeld wordt en het water (en ijs) in het park dan overal 1 meter boven maaiveld staat. De bewoners hebben hier hun huizen en stallen aan aangepast en verplaatsen zich in dat jaargetijde uitsluitend met boomstamkano’s: ook dit is Europa!

We besluiten nog enkele andere uitzichtpunten te bezoeken, maar door het late tijdstip en een regenbui kunnen we geen nieuwe soorten ontdekken. In onze ogen is een langer bezoek aan dit park zeer aan te bevelen, naast verschillende soorten uilen, spechten, arenden en Kor- en Auerhoender herbergt het park ook zoogdieren als Bruine Beer, Lynx en Wolven. Via het bezoekerscentrum is het ook mogelijk gidsen te huren.
We vertrekken rond vijf uur uit Soomaa met nog een lange rit te gaan: deze avond willen we nog Gauja Nationaal Park in Letland bereiken. Gelukkig is het in de Baltische staten langer licht dan in Nederland. Het is rustig op de weg en bij de grens bij Valka zien we nog een Zwarte Specht de weg overvliegen. We steken de grens met Letland over en eten net na de grens in een winkelcentrum in een buffetrestaurant (€ 9,- voor twee personen). Rond Valmiera is het even zoeken naar camping Bajila. Dit blijkt later ook een wintersportpark te zijn met skischansen. In de zomer is het mogelijk hier te mountainbiken en kanoën. Voor de jeugd wordt er van alles georganiseerd. De voorzieningen zijn goed, de prijs wat hoger dan we gewend waren: € 15,- voor de camper en 2 personen). Op de camping is het ook mogelijk huisjes te huren.

Maandag 9 juli - bewolkt en regenachtig

Helaas worden we met slecht weer wakker; het motregent, dus besluiten we een keer uit te slapen. Omdat het blijft regenen gaan we niet in het Gauja Nationaal Park vogelen, maar zoeken we alvast een camping op in de omgeving van Riga. Morgen willen we de Letse hoofdstad bezoeken. Wel jammer dat we Gauja mislopen: het park staat bekend om zijn afwisselende landschappen met snelstromende rivieren en beken en bosrijke hellingen. Ons oog valt uiteindelijk op een camping bij het plaatsje Gauja te noordoosten van Riga aan de kust, vlakbij het dorp Carnicava. Hier mondt de Gauja uit in de golf van Riga. Bovendien ligt het tegen het natuurgebied Piejuras dabasparks en enkele meertjes aan. Daar aangekomen blijkt de eigenaar helaas ontdekt te hebben dat het bouwen van vakantiehuisjes lucratiever is dan een camping.

We zwerven wat rond in de bossen ten zuiden van de Gauja en parkeren onze bus uiteindelijk aan een afgelegen bospad. Onderweg vliegt een Hop op naast de weg en op de kampeerplek zit een Glanskop. De rest van de dag doen we niet veel meer, hoewel het inmiddels wel droog is geworden.

Dinsdag 10 juli - lichtbewolkt en zonnig

Rond 8.30 uur rijden we Riga in. Het is even zoeken naar de juiste weg naar het centrum en uiteindelijk vinden we een prima parkeerplaats achter de Zeppelin-hangars in de Russische wijk. Deze hangars zijn ooit door de Duitsers naar Riga verplaatst en worden tegenwoordig gebruikt voor de grootste overdekte markt van Europa. In de hallen is o.a. een groente, brood- en banket, vlees en vismarkt te vinden. Maar ook buiten rond de hallen staan tientallen kraampjes.

  
Marktvrouw met in het wild verzamelde waren en een van de hangars.

Dan lopen we naar Vecriga, het oude centrum. In onze ogen is Riga zeker de moeite waard om even een vogelvakantie voor te onderbreken. In het oude centrum staan ca. 800 Jugendstil gebouwen, dit maakt de stad dusdanig uniek dat het door de Unesco op de werelderfgoederenlijst is geplaatst als Jugendstil-hoofdstad van Europa. Door de hoge concentratie van bijzondere gebouwen op een relatief klein oppervlak is in mijn ogen Riga stukken mooier dan bijvoorbeeld Parijs, Praag en Boedapest.

      
Enkele panden in Riga.

Laat in de middag verlaten we Riga aan de westkant. Via de beroemde badplaats en kuuroord Jurmala rijden we naar Kemer Nationaal Park. Helaas is in Letland weinig informatie bij en over de Nationale Parken te vinden en zijn informatieborden erg schaars. Hoewel er veel gebieden de status natuurgebied hebben ontbreken wandelroutes en bezoekerscentra. Het lijkt erop dat er in Letland wat minder waarde aan natuur gehecht wordt dan in Estland. Net voorbij Kemer Nationaal Park vinden we een camping aan de kust bij het plaatsje Apsusiems. De camping ligt links van de weg en heeft een aantal overdekte parkeerplaatsen voor auto’s of tenten. Op de camping horen we drie Kwartelkoningen en zien we een Braamsluiper.

Woensdag 11 juli - bewolkt, af en toe motregen

Vanaf Apsuciems rijden we in noordwestelijke richting langs de kust. Net voorbij Berzciems gaan we links een gravelweg in bij het bord Egures Ezers. Na enkele honderden meters begint aan de rechterkant een gemarkeerde route door een plantenreservaat. Een mooi slingerpad door vochtig gemengd bos met een zeer rijke ondergroei. Floristen zullen hier hun hart ophalen, vooral de grote aantallen orchideeën zijn indrukwekkend. Onderweg horen we een Krekelzanger en zien we grote glanzende uitwerpselen op de grond. Ik herken dit als de lozingen van de blinde darm zoals veel Fazanten in onze fazanterie hebben. Gezien de hoeveelheid vermoed ik dat het hier lozingen van Auerhoenders betreft die in dit gebied vrij talrijk zijn. Het is ca. 45 minuten wandelen naar de uitkijktoren aan het Ezuresmeer. Vanaf de toren ca. 15 Grote Zilverreigers, 15 Reuzensterns en een Groene Specht. We lopen dezelfde route terug naar de auto en rijden de gravelweg verder af. Aan het einde is een ornithologisch station en vanaf daar loopt ook een pad naar de uitkijktoren. Wellicht wat korter dan door het plantenreservaat, maar die lange route is zeker de moeite waard.

   
Ezures-meer en omgeving.

Dan gaan we via Turkums naar Jaunpils, net voorbij Biksti op de t-splitsing met de A9 vliegen er twee Zwarte Ooievaars over de weg. Dan richting Saldus en Liepaja.

Hier hebben we de minst leuke ervaring van deze reis: halverwege rijden we op een politieblokkade waar we door agenten naar de rechterzijde van de weg worden gedirigeerd. Ook links staan wat vrachtwagens op de rijbaan. We vermoeden dat er een belangrijke stoet aankomt waarvoor de rijbaan vrij gemaakt wordt. Maar voor we goed en wel in de gaten hebben wat er aan de hand is blokkeren twee politieauto’s de rijbaan en worden we links ingehaald door een zwarte BMW die hard op de politieblokkade afrijdt. De agenten staan op slechts 15 meter van onze bus met getrokken pistolen klaar als de BMW tussen de auto’s doorschiet en verdwijnt. Hij wordt al gevolgd door enkele politiewagens en de hele stoet verdwijnt in de verte, ons en andere chauffeurs verbijsterd achterlatend. Na van de schrik bekomen te zijn vervolgen we onze weg en wat later komen we uit bij een tweede wegblokkade. Deze bleek wat rigoureuzer van opzet en de BMW had hier geen andere keus dan de sloot in te rijden waarna de bestuurder werd ingerekend. Wat ons vooral verbaasde was dat burgerauto’s zonder pardon werden ingezet voor een wegblokkade, zonder de inzittenden ook maar op de hoogte te stellen van het naderende gevaar. Voor hetzelfde geld waren we in een schietpartij terecht gekomen.

Vanaf Liepaja rijden we verder richting het zuiden naar de grens bij Pape. Langs de weg zien we nog een Tortelduif en Grauwe Kiekendief. Omdat we op de heenreis vonden dat we te weinig tijd bij Pape hadden doorgebracht besluiten we ook op de terugweg een bezoek aan dit mooie gebied te maken. Vanaf de eerste uitkijktoren: Bruine Kiekendief, Waterral, Buidelmees, Baardman, Snor, Visdief, Kleine Karekiet en Kraanvogel. Bij Pape gaan we over de ijzeren brug rechts en vlak daarna rechts een smal weggetje in. Aan het einde staat een lelijk betonnen huis maar de eigenaar verhuurt wel een prachtig kampeerterreintje aan het water. Ook kun je bij hem kano’s huren. De voorzieningen zijn wederom erg beperkt: er is een composttoilet en een vuurplaats. De prijs is navenant: we betalen € 1,50 per persoon per nacht. Op de camping roept een Kwartelkoning, Kleine Karekiet en er vliegt een groep Baardmannetjes rond.

Donderdag 12 juli - licht bewolkt en vrij harde wind

We zijn op tijd op: 6.00 uur en verlaten meteen de camping. Net over de brug gaan we rechts het karrenspoor op, hier zou een wandelroute naar een vogeluitkijktoren moeten zijn. De route is echter erg onduidelijk en de toren kunnen we niet vinden.

  
Bij Pape.

We lopen uiteindelijk over het strand terug naar de auto. In het naaldbos nog wel twee nieuwe soorten voor onze lijst: Boomkruiper en Kleine Bonte Specht. Aan de kustweg bij Pape zou ook nog een uitkijktoren moeten staan, maar ook deze kunnen we niet vinden. We liggen er aan de kustweg nog enkele andere campings. We rijden terug naar de hoofdweg en gaan zuidwaarts richting Klaipeda. Om 10.45 uur steken we de grens over met Litouwen en wisselen ons Lets geld weer voor Litouwse biljetten. Ons reisdoel voor vandaag is Vente, iets onder Klaipeda waar het beroemde vogelringstation van Litouwen is gevestigd. Vroeg op de middag komen we op de plaats van bestemming. Tussen Vente en het langgerekte schiereiland voor de kust ligt een lagune. Hier zien we ondermeer Kuifeenden, Brilduikers en Zwarte Stern. Het buitenterrein van het ornithologisch station is één grote ringbaan: met enorme vangfuiken en netten worden jaarlijks 10.000den trekvogels gevangen en geringd. De fuiken zijn wel 20 meter hoog en 70 meter lang.

   
Opstellingen van de netten en maquette bij het ornithologisch station in Vente.

In het museum staat een verouderde collectie opgezette vogels en hangt aan de wanden gedateerd materiaal over terugmeldingen van door het station geringde vogels. Wel is het uitzicht vanuit het glazen kamertje op het dak erg de moeite waard. Bij Vente installeren we ons op camping Ventainé, voor ons de eerste ‘grotere’ camping. Er staan enkele Duitsers en zowaar ook 2 Nederlandse caravans. Het sanitair is er prima, maar dat mag ook wel voor € 20,- per nacht. Bij de camping is ook een restaurant. ’s Avonds blijkt er op de camping, aan het meer een voorstelling te zijn die voor alle gasten zonder enige kennis van de Litouwse taal te volgen is: Dinner for one.
De nacht werd afgesloten met een indrukwekkend vuurwerk, voor ons een passende afsluiting van onze laatste nacht in de Baltische Staten.

Vrijdag 13 juli - bewolkt en af en toe zon

Op onze laatste dag in Litouwen willen we de duinstrook ten zuiden van Klaipeda bezoeken, die de lagune scheidt van de zee. Deze ca. 50 kilometer lange strook, Neringa genoemd, is Nationaal Park, zo’n 23 kilometer hoort bij Litouwen en het overige deel is onderdeel van de Russische enclave bij Kalingrad. In Klaipeda steken we het water over met een pontje: wel erg duur, Lit. 62,- wat ongeveer € 20,- is. Onder de brug van de boot broeden grote aantallen Huiszwaluwen. Die vliegen dus telkens met het pontje heen en weer en moeten ook nog in de gaten houden dat ze de goede boot volgen. In totaal lagen er vier boten, met op iedere boot nesten.
Op Neringa blijkt na enkele kilometers dat we ook nog tol moeten betalen: € 6,75. Eerst stoppen we bij Nagliu Hill, net na kilometerpaal 31. Er loopt daar een pad het duinreservaat in. De Nagliu is het hoogste duin: 53 meter hoog. De duinen ‘wandelen’ 0,5 tot 5 meter per jaar waardoor dorpjes al diverse malen verplaatst moesten worden en uiteindelijk onder het zand verdwenen.

  
Door het wandelen van de duinen verdwijnen de paden ook regelmatig onder het zand.

Dan bezoeken we Nida, een flinke plaats op de grens met de Russische enclave. En een zeer toeristische plek: veel Duitsers en veel commercie. In het dorp zijn tal van souvenirwinkeltjes en kraampjes waar vooral (sieraden van) barnsteen verhandeld wordt. Barnsteen wordt hier overal langs de kust gevonden en soms ook machinaal gedolven. Deze gefossiliseerde hars van naaldbomen is ongeveer 40 miljoen jaar oud en wordt ook wel ‘baltisch goud’ genoemd. De afzettingen van deze hars vormen op de zeebodem lagen van soms wel 90 centimeter dik. In barnsteen zitten soms mugjes en vliegjes van dus ook 40 miljoen jaar geleden. In het Barnsteen museum in Nida zagen we zelfs een stuk barnsteen met een complete hagedis erin.

   
Ook in Nida lijkt een actieve nestkastenwerkgroep te zitten.

De grens oversteken met Rusland doen we maar niet, buiten de langdurige controle zou een visum ca. € 50,- kosten wat we te veel vinden voor het ‘scoren’ van een nieuw land.

We rijden terug richting Klaipeda. Net voor Juodkrante stoppen we bij Garniu (reiger) Hill waar een enorme Aalscholver en Blauwe Reigerkolonie in de bomen huist. Met ca. 4000 vogels is het een van de grootste kolonies van Europa: erg mooi.

 
In de kolonie zie je regelmatig jongen van het nest af vallen, onder de bomen liggen dan ook veel kadavers en prooiresten.

Terug in Klaipeda zoeken we een traditioneel restaurant op in een luxe winkelcentrum en dan is het tijd om naar de haven te rijden en ons voor de boot te melden. Dit keer is de boot nauwelijks halfvol, waardoor het ons lukt ieder twee slaapstoelen te bemachtigen. Na een voorspoedige reis komt de boot op zaterdagavond in Kiel aan en rijden we terug naar Nederland.

In slechts twee weken tijd en met niet altijd even goed vogelweer komt onze soortenlijst toch nog op 138 soorten:

Fuut, Aalscholver, Grote Zilverreiger, Zwarte Ooievaar, Ooievaar, Knobbelzwaan, Grauwe Gans, Bergeend, Smient, Wintertaling, Wilde Eend, Kuifeend, Toppereend, Eidereend, Zwarte Zee-eend, Grote Zee-eend, Brilduiker, Middelste Zaagbek, Wespendief, Zeearend, Bruine Kiekendief, Grauwe Kiekendief, Sperwer, Buizerd, Torenvalk, Kwartel, Waterral, Kwartelkoning, Meerkoet, Waterhoen, Kraanvogel, Scholekster, Bontbekplevier, Kievit, Temmincks Strandloper, Watersnip, Regenwulp, Tureluur, Zwarte Ruiter, Groenpootruiter, Bosruiter, Oeverloper, Kokmeeuw, Zilvermeeuw, Kleine Mantelmeeuw, Stormmeeuw, Grote Mantelmeeuw, Grote Stern, Visdief, Noordse Stern, Reuzenstern, Zwarte Stern, Stadsduif, Holenduif, Houtduif, Tortelduif, Koekoek, Bosuil, Gierzwaluw, IJsvogel, Hop, Groene Specht, Zwarte Specht, Grote Bonte Specht, Middelste Bonte Specht, Kleine Bonte Specht, Boomleeuwerik, Veldleeuwerik, Oeverzwaluw, Boerenzwaluw, Huiszwaluw, Boompieper, Graspieper, Gele Kwikstaart, Witte Kwikstaart, Winterkoning, Roodborst, Noordse Nachtegaal, Blauwborst, Zwarte Roodstaart, Paapje, Tapuit, Merel, Kramsvogel, Zanglijster, Grote Lijster, Sprinkhaanzanger, Krekelzanger, Snor, Rietzanger, Bosrietzanger, Kleine Karekiet, Grote Karekiet, Spotvogel, Braamsluiper, Grasmus, Tuinfluiter, Zwartkop, Fluiter, Tjiftjaf, Fitis, Goudhaan, Grauwe Vliegenvanger, Kleine Vliegenvanger, Bonte Vliegenvanger, Baardman, Staartmees, Glanskop, Matkop, Kuifmees, Pimpelmees, Koolmees, Boomklever, Boomkruiper, Buidelmees, Wielewaal, Grauwe Klauwier, Gaai, Ekster, Notenkraker, Kauw, Roek, Bonte Kraai, Raaf, Spreeuw, Huismus, Ringmus, Vink, Groenling, Putter, Sijs, Kneu, Roodmus, Goudvink, Appelvink, Geelgors, Rietgors, Grauwe Gors.

Lectuur & kaarten

Reisgids: Insight Guide Baltische Staten Estland – Letland – Litouwen geeft veel informatie over geschiedenis, achtergronden maar ook bezienswaardigheden en belangrijke natuurgebieden. ISBN 9066551453

Kaarten: Estland 1:275.000, Letland 1:325.000 en Litouwen en Kalingrad 1:325.000 alledrie van Reise Know How en te bestellen bij de betere kaartenwinkel.

Matsalu Rahvuspark 1:100.000 lokaal verkrijgbaar

Baltic States Camping Map van het Baltic Tourism Information Centre en ook te krijgen bij Baltic Ferries (www.balticferries.nl)

Roman: Carolijn Visser – Uit het moeras. Verslag van een reis en langdurig verblijf van de schrijfster in de Baltische landen. Aan de hand van het leven van een Letse vriendin en haar Estse man brengt ze het leven onder Sovjetheerschappij en de nieuwe mogelijkheden en problemen in de Baltische Staten na de zelfstandigheid prachtig in beeld.
© Vogelwacht Uden