Inloggen

Login op de site

Gebruikersnaam *
Wachtwoord *
Onthoud mij

 

15 mei t/m 22 mei 2004

Op 15 mei 2004 vertrokken  17 leden van de Vogelwacht naar Roemenië om daar een onvergetelijke reis te beleven;

Alvorens de reis te beschrijven van dag tot dag, eerst iets over Roemenië en de te bezoeken gebieden.

Roemenië telt 26 miljoen inwoners en is ongeveer zeven keer groter dan Nederland. De voormalige communistische dictator Ceausescu heeft het land op de rand van de afgrond gebracht. Hij wou van Roemenië een industriestaat maken, waardoor op de meest vreemde plaatsen fabrieksterreinen te zien zijn. In 1989 is hij afgezet en samen met zijn vrouw omgebracht. De nieuwe regering probeert aansluiting met het westen te krijgen. Het is na Albanië nog steeds het armste land van de voormalige sovjetstaten, maar hard op weg om hier verandering in te brengen. 

Het gebied wat wij bezocht hebben, de Dobroedsja, ligt in een uithoek en is het minst welvarend van Roemenië. De Dobroedsja omvat de Donaudelta en de kust van de Zwarte Zee. Het is een vrij vlak gebied bestaande uit landbouwgebied, steppes, lage heuvels, meertjes en de Donaudelta. De Donaudelta is inmiddels Biosfeer reservaat verklaard en dus beschermd. De rotsachtige heuvels zijn gevormd door een vulkaan, echter door hun zeer grote ouderdom sterk verweerd, waardoor de hoogste punten op zo'n 300 meter boven zeeniveau liggen.

 
De delta groeit nog elk jaar door aanvoer van slib van de Donau. Deze rivier splitst zich bij Tulcea in drie grote stromen en vele zijstromen. Deze drie armen zijn bevaarbaar en vernoemd naar de haventjes aan zee; Chilia, Sulina en Sfantu Gheorghe. Wat is er te zien? Op de rietvelden wemelt het van de rietvogels, zoals rietgorzen, buidelmezen, kleine en grote karekieten, snorren, maar ook waterrallen, woudaapjes en roerdompen. In de wilgen nestelen uiteraard de grijskopspecht, zwarte specht en de grote bonte specht. Hun holen worden weer dankbaar gebruikt door ringmus, spreeuw,maar ook scharrelaars (honderden!!!) en hoppen. In het hout nesten van boomvalken en roodpootvalken, kleine en grote zilverreiger, dwergaalscholver, aalscholver, blauwe reiger, ralreiger, kwak en zwarte ibis. In de oevers nestelen vele oeverzwaluwen en ijsvogeltjes. Op de ondiepe meren zijn de roze en kroeskoppelikanen te zien en halen visdief, zwarte stern, witwangstern en witvleugelstern hun voedsel. In de Maçin heuvels en op de steppen zijn de siesels (een grondeekhoorn) goed te zien. Deze worden bejaagd door roofvogels. Arendbuizerd, dwergarend, slangenarend, buizerd en zelfs de keizerarend hebben we prachtig kunnen zien. Vorig jaar hebben tienduizenden roze spreeuwen gebroed in steengroeven langs de kust. Deze vogels gaan hun voedsel, de sprinkhanen, achterna. De verwachting was dat er dit jaar minder te zien zouden zijn, omdat de piek van de sprinkhanen voorbij was. We hebben echter nog vele honderden vogels gezien.

Dag 1

Eindelijk is het zaterdagmorgen 15 mei 2004, mooie reis in vooruitzicht. Om 7 uur iedereen keurig op tijd bij de Groenhoeve,zo te zien allemaal goede zin. De bus was al aanwezig en na afscheid genomen te hebben van familie reden we weg richting Schiphol.

Na een 3 uur durende vliegreis landen we op vliegveld OTOPENI bij Boekarest, klein maar alles netjes geregeld. De gids genaamd László Szabó Szeley stond al in de aankomsthal te wachten. Buiten gekomen zagen we twee busjes met aanhanger staan, de grote bus was kapot zodat we met twee busjes verder gingen met de reis. We hadden de beschikking over een gids, een hulpgids en een chauffeur namelijk Speedy Gonzales (genoemd door ons) vanwege zijn stijl van rijden. Af en toe moesten we remmen voor overstekende ganzen met jonkies, koeien en ezels. We hadden genoeg te kijken naar de bewoning van de Roemenen, verkeer ( platte karren met nummerborden) en het wisselende landschap. Er heerst hier ontzettend veel armoede in dit land . Dan gaan onze ogen weer open hoe goed wij het eigenlijk wel hebben. Onderweg hebben we enkele malen gestopt om te vogelen en een hapje te eten middels een lunchpakket dat door de reisorganisatie verstrekt werd. Het was maar goed dat we al ons brood uit Nederland nog niet op hadden gegeten. We zagen bij een prachtig natuurgebied verschillende steltlopers, hop, scharrelaars en bijeneters (wat zijn dat prachtige vogels) ook nog een buidelmees en een wielewaal . De dag kon niet meer stuk.. Rond half negen arriveerden we in Tulcea . Het was een nogal sombere stad. De flatwoningen aan het water leken wel in te storten zo oud waren ze. Onze koffers en bagage werden op een boot gezet en we vaarden naar onze hotelboot aan de andere kant van het water. Moe en voldaan lieten we ons het eerste Roemeens avondeten, vooraf gegaan door een welkomstcocktail, goed smaken. Dit werd opgediend door twee schonen verkleed als Assepoesters.

 

Dag 2

Vanuit Tulcea begint onze reis met de hotelboot. De hotelboot is min of meer een platform bestaande uit twee verdiepingen, dat wordt voortgetrokken door een sleepboot. Op de onderste verdieping zijn de slaapplaatsen en douches aanwezig. Op de bovenste verdieping is een overdekt platform, waar we naar hartelust kunnen vogelen. 
 
Het verblijf en de eetgelegenheid zien er keurig en verzorgd uit. Zes uur morgen, de boot is al aan het varen als de meeste van ons nog in bed liggen. Door het klotsende water lijkt het net of het buiten stormt en regent. Vol goede moed toch om zeven uur opgestaan en gelukkig het weer doet reuze mee, droog, bewolkt en dertien graden. Wel koud voor de tijd van het jaar, normaal zou het hier nu twintig tot vijfentwintig graden moeten zijn. Op het platform ben ik zeker niet de eerste en om half acht wordt de eerste pelikaan begroet, kroeskop, kroeskop wordt er geroepen, maar dit is nog iets te voorbarig. Tijdens het ontbijt in het overdekte verblijf komt de zon er zo nu en dan doorheen. Het Roemeens ontbijt met het nog verse brood smaakt ons goed. Na het ontbijt leggen onze Roemeense gidsen László en zijn jongere gezel Zábi ons uit hoe het programma er uit zal zien. Ten eerste wordt het hele weekprogramma omgegooid dit is vanwege de hoge waterstand in het Deltagebied. We varen van Tulcea naar Murighiol. Halverwege wordt de hotelboot in een grotere vaart geparkeerd en op de sleepboot gaan we verder door de kleinere kreken naar het vissersdorpje Murighiol. Naast oh en wa mooi, slaan we ook nog krachtigere termen uit als we diverse reigers (kwak, purper, ral, kleine en grote zilver), ijsvogels, oeverzwaluw, hop, sterns, zwarte ibis, koekoek, boomvalk en vooral de scharrelaar zien, ze zijn prachtig. Vanaf de boot gaan we even aan land voor een korte taxirit in een te kleine bus voor negentien personen, maar dit nemen we maar voor lief. Net voor het instappen zien we nog het woudaapje in het riet zitten. Bij de vogeluitkijk vlakbij Murighiol zien we, met mooi weer, diverse waadvogels bij twee plassen water foerageren.   

  Steltkluut© Vogelwacht Uden e.o. 

Daarna met het busje naar Poplu, een dorpje waar paard en kar een meer gebruikt vervoermiddel is dan de auto. Een beetje landbouw en visserij is het belangrijkste bestaan van de mensen in deze streek en sommige van de groep voelen zich dan ook een beetje decadent met onze dure kijkers, telescopen en camera's. De mensen leven in armoede maar lijken me niet ongelukkiger doordat ze zwaaien en vrolijk terug lachen naar zeventien toeristen in een te kleine Roemeense bus.

  Kleine Klapekster© Vogelwacht Uden e.o. 

Bij Poplu worden tijdens een korte wandeling balkankwikstaart, klauwieren, kleine klapekster en roodpootvalk gezien. Van hieruit hobbelen we met de taxi terug naar de boot. Op de boot blijkt László een verrassende gids te zijn. Na deze trip zei hij ons dat dit extra was en dat we de kosten van de taxi dus extra moesten betalen. Even nog iets over deze László Szabo; hij is de president van AVES Foundation, een organisatie die naast het milieu vooral vogels en bruine beren beschermd. Ook de Donaudelta krijgt veel aandacht om de bijzondere planten en dieren die hier voorkomen. Hij verricht ontzettend veel en goed werk voor deze organisatie. Maar als gids (reisleider) komt hij minder goed uit de verf (zo blijkt later ook later in de week). Het gidswerk kan hij beter overlaten aan Zábi. Na de hotelboot weer opgepikt te hebben, zetten we verder koers naar Sfantu Gheorghe. 
 
Tijdens het varen krijgen we het middageten, dat deze keer uit tweemaal soep bestaat. Tijdens het eten gaat de discussie over het vogelen aan tafel. De een vind het geoorloofd, de ander overbodig. Weer iemand vind dat we de hut maar moeten blinderen tijdens het eten. Zo'n eerste dag levert natuurlijk wel altijd de meeste soorten op, waarvan voor velen ook nieuwe soorten. Dus gaan we tijdens het eten mondjesmaat verder met vogelen.  's Middags (God straft ons meteen na onze uitspraken van vanmorgen) begint het te regen. De vogels houden zich rustig, alleen de boomvalk en de koekoek zien we nog regelmatig. Om ca. 16.00 uur wordt onze hotelboot weer vakkundig aan wal gelegd door de schipper en zijn maatjes. We zitten nu bij Sfantu Gheorghe, een plaatsje vlak bij de Zwarte Zee. Het is inmiddels droog en we hebben tot 20.00 uur de tijd om over de dijk te wandelen voordat we gaan eten. Boven op de dijk is het lekker vogelen met aan de ene kant het kanaal en grasland en aan de andere kant laag gelegen vennen, rietvelden en drassig gebied. Al gauw zien we hier de volgende soorten, blauwborst, wielewaal, ruiters, roodpootvalk, grauwe klauwier, sterns, visdiefje, kleine klapekster, kleine en grote karekiet en baardmannetje. Na het avondeten gaan we onze lijsten invullen om eens te kijken wat we vandaag allemaal gezien hebben. Het blijkt dat we al op 106 soorten zitten. Een goed begin voor deze vakantie. Maar de echte diehards geven het nog niet op. Om ongeveer 22.00 uur, het is inmiddels donker, gaat er nog een groep met CD-speler en diverse geluiden, proberen om "contact" te zoeken met o.a. waterral, porceleinhoen en kleinst waterhoen. Helaas kregen we geen reactie. Weer terug op de boot wordt nog druk gespeculeerd over diverse vogelgeluiden. Langzaam gaat bij iedereen de slaap parten spelen.

Dag 3

Op dinsdag 17 mei - de derde dag van de reis naar Roemenië - wordt een bezoek gebracht aan Sacalina-island. Dit is een schiereiland dat grenst aan de Zwarte Zee. Voordat het zover was wordt er nog ontbeten. Op het menu stond o.a. melk met "hondenbrokken" (ge krijgt er "plektanden" van) en een geklopt ei en brood dat nu nog maar drie dagen oud was, wat niet veel goeds beloofde voor de komende dagen. Om 8.55 uur vertrok de boot vanaf Sfantu Gheorghe in de richting van Sacalina island. De vrij late mededeling dat in 2003 in de omgeving van Sfantu Gheorghe een witstaartkievit gebroed heeft, het vooruitzicht dat er tot 25 cm diep door het water moest worden gelopen en de te verwachten aanwezigheid van de nodige muggen bedrukte de stemming.

  Roze Pelikaan© Vogelwacht Uden e.o. 

Op weg naar Sacalina-island werd eerst nog een uitzichttoren beklommen van waaruit je een mooi uitzicht had over de eindeloze rietvelden en op enkele honderden pelikanen. Toen in we in de buurt van het schiereiland waren aangekomen, moesten we vanwege de beperkte diepgang eerst nog in een roeibootje om de laatste honderden meters te overbruggen. 
  
Uiteindelijk was iedereen gearriveerd en na uitvoerig de zeearend bekeken te hebben werd besloten om toch maar eerst koffie te drinken. Daarna begon het vogelspotten dat echter al weer snel werd onderbroken omdat er een geul kwam waar de schoenen en de sokken moesten worden uitgetrokken om er met blote voeten en opgerolde broekspijpen of afgeritste broek doorheen te waden. Snel daarna kwam de tweede geul. Nadat ook die barrière genomen was konden de sokken en de schoenen weer worden aangetrokken en bleef het strand verder droog.
 
Er werd uitvoerig gediscussieerd over een drieteenstrandloper of was het een kanoet. Was die strandloper nou een temmincks strandloper of een kleine strandloper. Men was het wel snel eens over de waarneming van een zwartkopgors sperwergrasmus en de lepelaars. Het gelijktijdig waarnemen van vier zeearenden in één beeld van een verrekijker was ook geen alledaags gebeuren. Mooi was ook een kuiltje op het strand waarin vier eitjes lagen van wat later bleek een bontbekplevier te zijn.

  Lepelaar© Vogelwacht Uden e.o. 

Op een gegeven moment werden de vooruitgelopen mannen van het gezelschap enigszins ongerust omdat een niet al te vriendelijk uitziende stier de indruk wekte in de richting van de achtergebleven vrouwen te lopen. Uiteindelijk bleek het mee te vallen en verdween de stier in de wilgenbegroeiing. Rond 16.00 uur steeg de adrenaline bij het nagenoeg gelijktijdig zien van een reuzenstern, een rode rotslijster en een dunbekmeeuw. Na weer door de geulen gelopen te hebben gingen we met de roeibootjes terug naar de motorboot.

 
Op de terugweg naar de hotelboot weer veel kwakken, boomvalken, roodpootvalken en bijeneters om maar enkele voor Nederlandse begrippen bijzondere soorten te noemen. Bij de hotelboot aangekomen werd er meteen aangekoppeld en in noordelijke richting gevaren naar Sulina. Ook tijdens deze boottocht langs eindeloze rietvelden en kleine plasjes o.a. kleine torenvalk, scharrelaar, hop, boomvalk, roodpootvalk, ralreiger, kwak en kleine zilverreiger. Tegen 20.00 uur werd er aangelegd in het kanaal in de buurt van Sulina waar echter niets van te zien was. Het enige gebouw bleek een militair onderkomen te zijn dat al meer dan vijf jaar leeg stond. De avondmaaltijd begon met rijkelijk van knoflook voorziene soep die er op zich niet onaantrekkelijk uitzag. Omdat enkele personen er toch niet helemaal gerust op waren, werd gevraagd hoe die reepjes in de soep heetten. Toen ze te horen kregen dat het reepjes koeienmaag waren bleek de animo voor de soep aanmerkelijk te zijn gedaald. Voor de twee halve bolletjes gekookte maïs en de dolmüs van het hoofdgerecht bleek ook niet veel waardering te zijn. Het nagerecht bestond uit twee met jam en chocoladesaus gevulde flensjes, die zoals te verwachten viel door de kritische eters zonder mokken naar binnen werden geschoven. Na bekomen te zijn van de voor enkelen ongebruikelijke avondmaaltijd werden nog herinneringen opgehaald aan de maaltijden bij eerdere reizen naar Polen, Spanje en Hongarije.

Dag 4

Onze boot lag dus ergens tussen Sfantu Gheorghe en Sulina. 
 
Een gegraven kanaal evenwijdig aan de Zwarte Zee. Een oase van rust. Het was vandaag de bedoeling om door te varen via Caraorman naar Mila 23. Maar 's morgens vroeg was er paniek bij de gids. Gisteren zijn we een "floating Islands" voorbij gevaren. Het blijkt dat de verdere doorgang door het kanaal volledig versperd is door deze drijvende rietvelden. We moeten terug. Voordat we het ontbijt nuttigen maken we een kleine wandeling langs de dijk. Weer veel scharrelaars, grote en kleine zilverreigers, koekoeken, boomvalken en roodpootvalken.

Boomvalk© Vogelwacht Uden e.o.  

Na het ontbijt keert de boot en gaat terug naar Sfantu Gheorghe. Dit is het leukste stuk. Het kanaal is vrij nauw en links en rechts is dus goed te zien wat voor vogels er allemaal zitten. Bij Sfantu Gheorge is het moerassig stuk weer goed te zien. Eenmaal lopend en twee maal op de boot hebben we dit prachtige stukje nu gezien. Een laatste blik op de lepelaars en de boot vaart door een grotere geul richting Ivancea en Dunavaj. Na vier dagen op de boot gezeten te hebben moet ik eerlijk bekennen dat dit stuk wel overgeslagen had mogen worden. Bij Dunavaj gaan we gelukkig weer een kleiner kanaal in. Maar voordat we hier in gaan, meert de boot even aan en kunnen we onze benen strekken. We hadden gedacht om een wandeling te maken in een bosachtig gedeelte. Prachtige oude bomen staan hier, waarin grote bonte spechten huizen, maar ook spreeuwen en ringmussen. Ook de boomkruiper laat zich hier goed horen en zien. Een vos verdwijnt in het bos zodra deze onze aanwezigheid gewaar wordt. Het blijkt echter dat zodra je ongeveer een 300 meter loopt er weer water te zien is en we dus niet verder kunnen. Het bijna complete bos staat onder water. De boot gaat weer verder. We zien onze eerste roodhalsfuten op de wat opener stukken. Iets voor Mila 23 kunnen we de balans van vandaag opmaken. De volgende nieuwe soorten zijn aan ons lijstje toegevoegd: roodhalsfuut, porseleinhoen (alleen gehoord), oeverloper, tuinfluiter, grasmus, tjiftjaf en kleine bonte specht. In totaal hebben we vandaag toch nog 96 soorten gezien, ondanks het feit dat de boot maar liefst 5 uur heeft moeten omvaren.

Dag 5

De laatste dag op de "houseboot" in de Donaudelta. 'S Morgens vroeg vertrok de boot al richting Tulcea waar de boottrip ook begonnen was. We voeren door een drukker kanaal waarlangs diverse dorpjes liggen. Het eerste dorp heette Mila 23.

  Grote Zilverreiger© Vogelwacht Uden e.o. 

 Ik denk dat dit nog een overblijfsel is van de communistische invloeden want welk dorp noemt zich nu Mila 23. (Er is overigens nog een dorp wat Mila 35 heet) In het dorp zagen we weer huiszwaluwen die we al enkele dagen niet meer gezien hadden. Je ziet dus heel duidelijk dat de huiszwaluwen aangewezen zijn op de menselijke omgeving.Ook zagen we hier onze eerste houtduif, veel minder talrijk dan in onze omgeving. Diverse keren zagen we voor onze boot enkele honderden aalscholvers die gezamenlijk aan het vissen waren. Ze vlogen pas weg toen de boot al heel dichtbij was. Gezien de talrijkheid van de aalscholver in dit gebied is het gemeenschappelijk foerageren dus een lucratieve aangelegenheid.

Aalscholver© Vogelwacht Uden e.o.  Aalscholver© Vogelwacht Uden e.o. 

 Na enkele uren op het grote kanaal gevaren te hebben vervolgden we onze weg via een wat smaller kanaal waar veel bomen langs stonden. Hier hebben we diverse zeearenden gezien en op een gegeven moment konden we vanaf de boot ook een zeearendnest aanschouwen. Door zijn enorme grootte herken je het meteen. Laszlo wist ons te vertellen dat dit nest elk jaar werd uitgehaald door vissers die de zeearend niet gunstig gezind zijn. Er is dus aan natuurbewustzijn nog veel te doen in Roemenië. Opvallend waren ook de vele kwakken die we hier zagen. Eigenlijk niet zo verwonderd als je de talrijke bomen langs het kanaal ziet waar een kwak in uitrust, maar de kwak is een reiger die alleen maar in de nachtelijke uren actief is en dikwijls dan ook niet of nauwelijks te zien is. Maar dus niet in de Donaudelta. Het water stond dit jaar veel hoger dan normaal zodat het moeilijk was om af en toe een stuk door de delta te wandelen. Toch werd zo´n stukje gevonden waar we een beetje op en neer konden wandelen. Dit leverde toch weer een kleine bonte specht en parende braamsluipers op. Na deze korte wandeling zijn we weer een stukje doorgevaren en werd de boot in de buurt van enkele kleine meertjes in de kade vastgelegd. Hier hebben we, in twee groepen, met de kleine roeibootjes de meertjes gevolgd. 
 
Terug bij de houseboot zagen we enkele grote groepen roze pelikanen overvliegen.Zoals we inmiddels gewoon waren werd er ´s middags warm gegeten, ditmaal karper. Het laatste stuk naar Tulcea bleek een van de mooiste vaartochtjes te zijn. We voeren telkens door smalle kanalen met vele bomen waar we van heel dichtbij diverse malen scharrelaars konden bewonderen. Wat is het toch een prachtige vogel. Het mooiste waren twee scharrelaars die als een verliefd paartje bij elkaar zaten. Diverse keren zag je steilkantjes van ongeveer een meter hoog. Hier zagen we in tien minuten tijd vijf ijsvogels wegvliegen, enkele van 6/7 meter afstand. Toen we de haven binnenvoeren kon je de gehele Roemeense militaire binnenvloot aanschouwen. Laszlo vertelde ons dat de schepen zo´n beetje altijd op d´r plaats bleven want er is geen geld. Houden zo, wat die schepen betreft.


Tegen de avond werd de boot afgemeerd op dezelfde plaats waar we een aantal dagen geleden de reis begonnen. De volgende dagen hebben we vanaf de vast wal doorgebracht dus deze avond hebben we afscheid genomen van de bemanning. We hebben ons goed vermaakt op de boot al was de algehele mening dat er gerust een dag af had gemogen. Dat zou beslist niet deze dag zijn geweest want die was zeer de moeite waard. Na dag vijf hadden we 145 soorten geteld.

Dag 6

Van Tulcea via de Macin-heuvels naar Constanta. Aan de overzijde van de haven van Tulcea moeten we vandaag vroeg uit de veren. Om 7.00 uur staat voor de laatste keer het ontbijt in de salon van de boot klaar en daar is niemand rouwig om. Na 5 dagen begint het brood toch wel erg oud te worden... Direct na het ontbijt  worden we door de motorboot in de haven van Tulcea afgezet. Hier verdelen we ons weer over twee busjes, één bestuurd door de gidsen László en Zabi en één bestuurd door een chauffeur die door de gids afwisselend Speedy Gonzales of Nicky Lauda werd genoemd. Zelf liep gids László al na 5 minuten zijn eerste bekeuring op; een ijverige Roemeense agent stond ons busje aan het eind van een straat, waar je schijnbaar niet mocht inrijden, op te wachten. Terwijl László zich in de politieauto door het papierwerk worstelde informeerden wij bij Zabi wat in deze situatie een gebruikelijke boete is. Volgens Zabi hing dat nogal van de agent af en hoe hij onze auto inschatte, maar Zabi dacht dat als László geluk had hij er wel voor 100.000 Lei vanaf kwam en als hij veel pech had moest hij de maximumboete van 500.000 Lei betalen. De uiteindelijke boete betrof 800.000 Lei (ca. 20 Euro) wat het humeur van de gids niet echt ten goede kwam. Onderweg passeren we veel druivenplantages en vanuit de busjes zien we diverse grauwe gorzen, buizerden en een enkele roodborsttapuit. We maken een korte stop tussen de plaatsen Horia en Cerna wat een goede plek voor rouwmees zou moeten zijn. Na het geluid van de rouwmees een keer afgedraaid te hebben, valt de CD kapot op de grond, we moeten het dus verder zonder geluid stellen. Na een flink eind tussen de verspreid staande bomen gewandeld te hebben horen we verschillende ortolanen. Ook vliegt er een prachtige arendbuizerd en wespendief boven ons hoofd. Dan horen we op verschillende plaatsen rouwmezen roepen en lukt het uiteindelijk er een voor de telescoop te krijgen. Helaas is deze ook weer snel verdwenen en maar slechts door enkele personen goed gezien. Op de weg terug naar de busjes zien we nog twee appelvinken en een roodkopklauwier. Vooral die laatste is volgens onze gids vrij zeldzaam in deze regio. We rijden weer verder en stoppen in de buurt van Greci als we voor de auto verschillende roofvogels zien vliegen. Als iedereen is uitgestapt vliegen er laag boven onze hoofden een juveniele en adulte keizerarend en iets verderop een dwergarend en slangenarend. Net voor Greci rijden we een zandweg in, richting de Macin-heuvels. De Macin zelf is 467 meter hoog en volgens de gids de oudste berg van Europa. Aan de voet van de heuvels zit een kortteenleeuwerik uitbundig te zingen en vliegen er enkele izabeltapuiten rond. Het busje van László rijdt de bergen in en wij volgen te voet. Een noordse nachtegaal zit te zingen terwijl wij de hellingen afspeuren naar bonte en blonde tapuiten. Bonte zien we verschillende, maar de blonde weet maar een enkele vogelaar te ontdekken. Ook vliegen er weer verschillende bijeneters rond en zien we de bijna net zo kleurrijke smaragdhagedis. Ook een schilpad liet zich mooi bekijken en fotograferen.

 
Wat hoger op de heuvel zien we een groep van ca. 50 roze spreeuwen. Een deel gaat in een boom zitten en laat zich met de telescoop goed bekijken. Halverwege de top wacht het busje van László ons op. Op de top van de Macin wacht de gids ons op met de lunch; pakjes brood met kaas en een koude schnitzel als beleg. Koffie heeft hij gelukkig ook: koud verpakt in lege waterflessen.   Na het nemen van groepsfoto's lopen wij verder en dalen aan de achterkant van de heuvel af. Het is een vrij steile afdaling over losse stenen, maar gelukkig komt iedereen heelhuids aan bij een bron. Daar vullen we de waterflessen en rusten even uit.

  Ortolaan© Vogelwacht Uden e.o. 

We rijden weer terug richting de kust en bezoeken onderweg een grote bijeneterkolonie. Behalve zo'n 90 bijeneters zien we hier nog een steenuil en enkele duinpiepers. We ontdekken een bijeneter die ondersteboven in een struik hangt en niet meer los kan komen. Na een tijdje blijft hij stil hangen. Als we dit László laten zien verteld hij dat er nogal eens door imkers strikken rond bijeneterkolonies worden gezet. Maar of dat hier het geval was blijft onduidelijk. In een wegrestaurant krijgen we van de gids koffie aangeboden, maar zelf hebben we de voorkeur voor bier en fris. Na wat onderhandelen met László lukt het ons iets anders te bestellen, mits we het verschil bijbetalen. Tegen de avond bezoeken we een grote steengroeve op een knooppunt van wegen ten zuidwesten van Navodari. In 2003 hadden daar zo'n 10.000 roze spreeuwen gebroed. Ze starten echter pas half juni met broeden, dus daarvoor was het nog iets te vroeg, maar László was erg benieuwd of er al roze spreeuwen rond zouden vliegen. We hadden geluk: in een half uur tijd zagen we in de groeve zo'n 800 roze spreeuwen rondvliegen en overtrekken terwijl er af en toe ook in de groeve gingen zitten. Ook bij het verlaten van de groeve vlogen er nog grote groepen over zodat we er totaal zo'n 1500 hebben gezien. In de groeve draaiden we ook nog het geluid van de griel af, maar hier kregen we geen reactie op. We eten om 20.30 uur in het wegrestaurant vlakbij de steengroeve en rijden daarna door naar Constanta. Ons hotel ligt in de badplaats Mamaia tegen Constanta aan en we zijn zo moe als we aankomen dat we zelfs zonder het invullen van de soortenlijst gaan slapen.

Dag 7

De dag begon met zeer goed weer en bij het ontbijt hadden we voor de afwisseling vers brood. Na het ontbijt gingen we weer de bus in en bij het eerste pompstation waren enkele van onze dames bereid om voor 'n kleine vergoeding de ramen van de bus te lappen zodat wij weer naar buiten konden kijken. Na 'n klein uurtje rijden door de deels vervallen en verlaten industrie van Constanta gevolgd door de prachtige natuur met o.a. hele velden bloeiende klaprozen, kwamen we in 'n vochtig gebied waar we vele water en rietvogels hebben waargenomen. Grote groepen pelikanen, dwergsterns, strandplevier, krombekstrandloper, visdieven, bergeenden met grote groepen jongen en zeker niet te vergeten de zeer fraaie vorkstaartplevier. Volgen onze gids Laszlo de grootste kolonie van Europa ong. 300 paar.

Vorkstaartplevier© Vogelwacht Uden e.o.  Roze Pelikaan© Vogelwacht Uden e.o. 

Het is nu elf uur en dus naar 'n klein restaurantje midden in de vlakte. 

  Grote Karekiet© Vogelwacht Uden e.o. 

Hier vlak bij staat een eenzame boom die dus veel bezoek kreeg van vogels. Let op: in de boom, kleine vliegenvanger, spotvogel, grauwe vliegenvanger, hop, grauwe klauwier, zwartkop, tuinfluiter, kleine klapekster en de huismus. In de buurt van de boom, ooievaar op het nest, huismussen en spreeuwen onder in het ooievaarsnest, huiszwaluwen onder de overstek en de boerenzwaluwen rondvliegend. Koffie opdrinken en weer weg naar het volgend natte gebied. Hier zagen we de zwarte ooievaar, grote en kleine karekiet, pelikanen, witoogeend enz. Ook wisten we door middel van geluid de veldrietzanger uit z'n schuilplaats te lokken. Na de volgens mij beste lunch van ons verblijf in Roemenië vertrokken we naar 'n rotsachtig-heuvelachtig gebied waar een kolonie kleine torenvalken woonden, ook zagen we 'n heleboel tapuiten en nog veel meer siesels. In een gat in de rotsen vonden we het nest van de arendbuizerd die we ook regelmatig zagen al dan niet met een siesel in de klauwen.

Arendbuizerd© Vogelwacht Uden e.o.  Blonde Tapuit© Vogelwacht Uden e.o. 

Ongeveer op dit punt begon voor ons de wandeling over 'n paar heuvels die volgens Laszlo vrij gemakkelijk was. Hijzelf zou aan de andere kant van de heuvels op ons wachten. Al binnen een half uur besloten de wijze onder ons ( de dames) om terug te keren want het was te steil en te doornig, ook het muggenspul was niet aan te slepen. De stoere gingen door onder leiding van Sabbie en hoopten bovendien nog op 'n sakervalk maar helaas. Na nogal wat gewandel en geklim begon het er naar uit te zien dat de wandeling weleens wat kon uitlopen. Het zou een lange vermoeiende tocht worden die het uiterst van ons eiste, Honger en dorst kwelde ons, de hete zon van voren, nachtegalen rondom, leeuwerikken boven en de muggen op ons. Sabbie begon zich zorgen te maken en belde Laszlo. Na enige tijd zagen we de auto van Laszlo boven op 'n heuvel staan 'n paar kilometer verderop. Ramp was echter dat we nog een heel stuk om moesten lopen om de diepe ravijnen en het doornige struikgewas te omzeilen. Al met al hebben alle expeditieleden het gehaald en met de nodige therapie zullen wij er wel weer bovenop komen.

Dag 8

De laatste dag c.q. terugreis; We beginnen met een vroeg ontbijt om 7.00 uur , want we moeten zo'n 350 km rijden van Constantia naar Boekarest. Om 7.30 uur de koffers bij de aanhanger gezet en onze chauffeur laadt de koffers persoonlijk in zijn aanhangertje (Roemeens vakmanschap). Nog even tanken, instappen en op weg naar Boekarest. Al snel komen de eerste sterke verhalen over o.a. de imker en de bijen, de elektricien en de In de buurt van Buristu zien we een groep van 30 roze spreeuwen overvliegen (ze zitten hier echt wel). Ook zien we schitterende velden met bloeiende klaprozen. Weer verderop zie je de grote verschillen die er in Roemenië zijn, op het ene veld lopen 15 mensen met hooivorken het hooi te verzamelen (terug in de vijftiger jaren) , terwijl 200 meter verderop de mechanisatie heeft plaatsgevonden met tractoren , combines, en loaders. Weer verderop rijdt een boer met muilezel en kar met houten wielen op de autoweg, als je ziet hoe hier de mensen leven,een stukje land, een visbootje, muilezel en kar, een huisje, vrouw en kinderen , verder niets, maar wel gelukkig. Via een grote brug rijden we over de Donau, wat verderop cirkelen zo'n vijftig ooievaars in de lucht. Om half twaalf hebben we onze stop, even de benen strekken en het toilet bezocht. Nog een kop koffie en een doos met toast die niet te eten is, en we gaan weer op reis . Gelukkig komen we ruim op tijd in Boekarest op het vliegveld , waar we afscheid nemen van onze chauffeur en onze gids. Na een half uur wachten kunnen we inchecken voor de vlucht naar Schiphol. Na zo'n anderhalf uur wachten mochten we aan boord van de Boeiing en om 14.45 uur stegen we op, en vlogen als pelikanen door de lucht naar onze thuishaven. Twee en een half uur vliegen en nog een uur tijdsverschil en je staat alweer in Nederland. (toch weer even wennen die 14 graden Celsius) Onze buschauffeur stond al netjes op ons te wachten, en na het inladen zijn we richting Uden vertrokken.

Hieronder volgen de 173 vogelsoorten die we gezien of gehoord hebben:

Fuut, roodhalsfuut, dodaars, geoorde fuut, aalscholver, dwergaalschover, roze pelikaan, kroeskoppelikaan, roerdomp, woudaap, kwak, ralreiger, kleine zilverreiger, grote zilverreiger, blauwe reiger, purperreiger, ooievaar, zwarte ooievaar, lepelaar, zwarte ibis, knobbelzwaan, grauwe gans, bergeend, wilde eend, krakeend, slobeend, zomertaling, krooneend, tafeleend, witoogeend, bruine kiekendief, wespendief, buizerd, arendbuizerd, zeearend, dwergarend, slangenarend, roodpootvalk, torenvalk, boomvalk, fazant, porseleinhoen, waterral, waterhoen, meerkoet, scholekster, steltkluut, kluut, vorkstaartplevier, bontbekplevier, kleine plevier, strandplevier, zilverplevier, kievit, steenloper, krombekstrandloper, kleine strandloper, kemphaan, grutto, bosruiter, oeverloper, groenpootruiter, kokmeeuw, geelpootmeeuw, dwergmeeuw, zwartkopmeeuw, grote stern, visdief, dwergstern, reuzenstern, zwarte stern, witvleugelstern, witwangstern, houtduif, holenduif, turkse tortel, zomertortel, koekoek, steenuil, gierzwaluw, ijsvogel, bijeneter, scharrelaar, hop, zwarte specht, grijskopspecht, syrische bonte specht, grote bonte specht, veldleeuwerik, boomleeuwerik, kuifleeuwerik, kortteenleeuwerik, kaladerleeuwerik, oeverzwaluw, boerenzwaluw, huiszwaluw, duinpieper, witte kwikstaart, balkankwikstaart, gele kwikstaart, nachtegaal, noordse nachtegaal, gekraagde roodstaart, zwarte roodstaart, roodborsttapuit, tapuit, blonde tapuit, bonte tapuit, izabeltapuit, merel, snor, grote karekiet, rietzanger, bosrietzanger, kleine karekiet, veldrietzanger, spotvogel, tuinfluiter, braamsluiper, grasmus, zwartkop, sperwergrasmus, fitis, tjiftjaf, grauwe vliegenvanger,baardman, buidelmees, rouwmees, pimpelmees, koolmees, kleine vliegenvanger, boomkruiper, grauwe klauwier, kleine klapekster, spreeuw, roze spreeuw, wielewaal, gaai, ekster, kauw, raaf, bonte kraai, roek, ringmus, huismus, spaanse mus, vink, appelvink, putter, kneu, grauwe gors, ortolaan, rietgors, paap, blauwborst, zwarte ruiter, tureluur, wulp, roodkopklauwier, kleine torenvalk, temminck strandloper, dunbekmeeuw, rode rotslijster, zwartkopgors, roodkeelpieper, drieteenstrandloper, kleine bonte specht, vuurgoudhaan, roodstuitzwaluw, groenling, nachtzwaluw, keizerarend, bonte strandloper.

© Vogelwacht Uden e.o.