Inloggen

Login op de site

Gebruikersnaam *
Wachtwoord *
Onthoud mij

Inleiding

Van 26 april tot en met 4 mei 2003 zijn we met 17 personen van Vogelwacht Uden naar Polen gegaan.

Alvorens we onze belevenissen van dag tot dag met jullie delen, eerst iets over Polen.

Polen is een relatief arm land met een rijke natuur. Met name in het Oosten van Polen is het nooit tot grootschalige ontginning of intensieve landbouw gekomen. Deze ‘achterstand’ heeft ervoor gezorgd dat we er nog onwaarschijnlijk uitgestrekte natuurgebieden aantreffen. Polen is ongeveer 9,5 keer zo groot als Nederland. Er wonen circa 38 miljoen mensen waarvan de meeste in de grote steden.

Natuurgebieden

In onze ogen is de regio waar wij naar toe gingen één groot natuurgebied. De Poolse overheid heeft, onder druk van natuurbeschermingsorganisaties, het gebied inmiddels als 'de groene longen van Polen' betitelt en maar liefst zes natuurgebieden aangewezen. Men maakt hierbij onderscheid in landschapsparken, nationale parken en strikte reservaten. Een landschapspark is als natuurbestemmingsplan het minst beschermd, het bestemmingsplan kan gewijzigd worden. Een nationaal park is definitief beschermd en wordt als volkseigendom beschouwd. Een strikt reservaat ligt doorgaans binnen een landschapspark en is alleen toegankelijk op de aangelegde wegen en paden. Het wereldberoemde Bialowieza oerbos heeft de status van een strikt reservaat dat alleen onder begeleiding van een gids toegankelijk is.

Van de zes in de regio aanwezige natuurgebieden hebben we er drie bezocht: de nationale parken 'Biebrzanski Park Naradowy' en 'Narwiansky Park Naradowy' en het strikte reservaat 'Bialowieski Park Naradowy'.

Narwiansky Park Naradowy

Het moerasdal van de Narew is veertig km lang en één tot drieënhalve kilometer breed. Het gehele nationale park beslaat een oppervlakte van ruim tweehonderd vierkante kilometer. Omdat de Narew zich meer vertakt dan de Biebrza is de diepte van de rivier geringer: gemiddeld circa anderhalve meter. De avifauna is karakteristiek voor rietland van Oost-Europese moerassen: Grote Karekiet, Waterrietzanger (enkele), Porceleinhoen, Bosrietzanger, Noordse Nachtegaal, Waterral, Buidelmees, Krekelzanger, Roodmus, Blauwborst en Bruine- en Blauwe Kiekendief. Kraanvogel, Poelsnip, Kwartelkoning en Grauwe Kiekendief bewonen de natte randen van het moeras.

Biebrzanski Park Naradowy

Het Biebrza dal is het grootste 'wetland' op Midden-Europees grondgebied. Het gebied is voor ons vooral interessant omdat de ontstaansgeschiedenis lijkt op dat van de Noord-Nederlandse beekdalen. Klimatologisch verschilt het gebied van Nederland, hetgeen tot uiting komt in strenge winters en warme zomers (landklimaat). Het Biebrza dal ligt op een hoogte van 100 tot 125 meter. Het moerasgebied beslaat ongeveer 900 vierkante kilometer en is circa 90 kilometer lang en twee tot vijftien kilometer breed. De Biebrza is een zijrivier van de Narew die op zijn beurt uitmondt in de Wisla, de grootste rivier van Polen. De Biebrza is 164 km lang en op sommige plaatsen meer dan twintig meter breed. Tot de meest bijzondere broedvogels behoren Waterrietzanger, Poelsnip, Schreeuwarend en Zwarte Ooievaar. Van de zoogdieren zijn vooral elanden en otters algemeen. In het gebied leeft ook nog een kleine populatie wolven.

Bialowieski Park Naradowy

Het oerbos van Bialowieza laat ons zien hoe eens, nog voor de Romeinse tijd, waarschijnlijk bijna heel Europa er heeft uitgezien. Het woud ligt ongeveer 170 meter boven zeeniveau, het terrein is zeer licht golvend. De bodem bestaat uit zandafzettingen, keileemlagen en kleiafzettingen van de rivieren. Een groot deel van het bos wordt gekenmerkt door hoge waterstanden. Het woud van Bialowieza wordt sinds de Middeleeuwen in de statuten vermeld als beschermd jachtterrein van Poolse koningen en Russische tsaren. De vorsten waren er zuinig op en verboden het kappen van hout en iedere vorm van ontginning. Het ging uiteraard niet om het behoud van een zeldzaam ecosysteem maar om de jachtbuit. In 1947 werd het woud door de nieuwe grens tussen de Sovjet-Unie en Polen in twee helften verdeeld en kreeg toen tevens de wettelijk beschermde status van Nationaal Park.

De Wisent is onverbrekelijk verbonden met de naam Bialowieza. Na de eerste wereld oorlog werd de soort uitgeroeid in het wild en vervolgens in de jaren vijftig opnieuw geïntroduceerd. Momenteel leven ongeveer 400 dieren in het Poolse deel van het woud. Het uitgestrekte oerwoud van Bialowieza beslaat een oppervlak van 137.000 hectare, het is gedeeltelijk Pools (58.000 hectare) de rest is Wit-Russisch. Hiervan neemt het streng beschermde oerbosreservaat sinds 1996 (verdubbeling van areaal Nationaal Park) 10.000 hectare in beslag.

Het Poolse Nationaal Park is alleen toegankelijk met een gids. De rondleidingen vinden plaats in een klein representatief deel van dit oerbosreservaat. Het overige gebied van het reservaat wordt slechts voor wetenschappelijke doeleinden bezocht.

Het Nationaal Park Bialowieza is een mengeling van loofbos en naaldbos met woudreuzen van zomereik (tot 45 meter hoog!), winterlinde, gewone es, fijnspar, grove den en zwarte els. Het is een dicht bos met een hoge biomassa. In het bos komen behalve de bruine beer alle soorten grote Midden-Europese zoogdieren voor.

Het woud van Bialowieza is zeer rijk aan vogelsoorten (156 soorten broedvogels). Vogelaars worden vooral aangetrokken door het voorkomen van alle soorten Europese Spechten (uitgezonderd de Syrische Bonte Specht), de vele Roofvogels en de algemeen voorkomende Vliegenvangers (Bonte-, Grauwe-, Kleine en Withalsvliegenvanger). Enkele andere kenmerkende soorten zijn: Zwarte Ooievaar, Hazelhoen, Witgatje, Houtsnip, Dwerguil, Draaihals, Krekelzanger, Notenkraker, Raaf, Roodmus en de Noordse Nachtegaal.

Hierbij onze belevenissen van dag tot dag:

Zaterdag 26 april en zondag 27 april 2003

Om circa 16.00 uur zou de bus bij de Groenhoeve vertrekken naar Arnhem. Iedereen was keurig op tijd, echter geen bus te zien. Gelukkig duurde dit niet lang en waren we ruimschoots op tijd om de Intercity naar Duisburg te nemen. In Duisburg moesten we overstappen op de nachttrein naar Warschau. Wat een overgang, van de supersonische Intercity stapten we in het boemeltreintje, waar de geurtjes (en sporen) van de vorige reizigers nog te zien (en te ruiken) waren. Midden in de nacht kwamen we bij de Duits-Poolse grens en werden we gewekt om de paspoorten te laten zien. In de vroege morgen bereikten we Warschau.

Het “vogelen” kon beginnen. Keurig stond onze buschauffeur Pjotr ons op te wachten en snel werd ingeladen om Warschau achter ons te laten. Alvorens naar ons pension in Waniewo te gaan zetten we koers naar Tykocin. Dit is een historisch stadje waar ooit een grote joodse gemeenschap gehuisvest was. Net buiten Tykocin loopt de Narew door een bosje. Helaas was het weer niet zo geweldig, toch zagen en hoorden we vele vogels. De Appelvink liet zich hier goed zien en tevens hoorden we er al de Wielewaal. Overal waren Paapjes te zien. Na een kleine wandeling vertrokken we met onze bus binnendoor naar Strekowa Gora. Onderweg zagen we schitterend de Kraanvogels. Wel zes exemplaren waren van dichtbij te zien, daarnaast vlogen de Gele Kwikstaarten ons voorbij. Na het gehucht Zajki zijn we gelopen naar Strekowa Gora. We kijken tegen het Biebrza park aan en zien volop Kemphanen. De mannetjes zijn nu prachtig getooid. Ook Grauwe en Bruine Kiekendief lieten zich goed zien. Volop Zwarte Sterns, Tureluurs, Visdiefjes en Goudplevieren. Een prachtige start, het weer was inmiddels ook aardig.

Gele Kwikstaart (Motacilla flava)© Vogelwacht Uden e.o.

Het vele wandelen had ons hongerig gemaakt, zodat we richting ons pension in Waniewo gingen. Dit pension wordt geleidt door Eugène, een Pool die voortreffelijk Duits spreekt, zodat we goed konden converseren. Het avondeten was geweldig, een grote verbetering ten opzichte van zes jaar geleden, toen we ook hier ons onderkomen hadden. Alvorens de dagelijkse vogelscore te noteren heeft ieder nagedacht hoeveel vogelsoorten deze reis zou opleveren. De aantallen varieerden van 110 tot 160. We zijn benieuwd wie uiteindelijk het dichts bij de werkelijk geziene vogels komt. Na een potje bier gingen de meeste moe maar voldaan onder de wol.


Ooievaar (Ciconia ciconia) © Vogelwacht Uden e.o.

Maandag 28 april 2003

Na een uitstekend ontbijt maakten we ons gereed voor de tocht naar de Bierbza. Gisteren hebben we de Rand gezien, vandaag zouden we dwars door het gebied gaan. Na Strekowa Gora rijden we het park in over de tsarenweg. Deze weg is ruim honderd jaar geleden door een Russische tsaar aangelegd om het gebied te ontwateren en te ontginnen. Door geldgebrek is het gelukkig alleen bij de weg gebleven. Eerst voert de tocht ons door een elzenbroekbos, overal zijn de vraatsporen van bevers te zien. Opeens houdt het bos op en ontwaren we een natte vlakte. Aan de rand houden we halt en beklimmen een uitkijktoren.

We zien in de verte een eland lopen, boven ons zweeft een Schreeuwarend. Ook de Raven laten zich goed zien. We besluiten om al lopend de tsarenweg te volgen. Enkele kilometers verder is een zandpad het gebied in. Alvorens het zandpad in te lopen picknicken we in de buitenlucht. Het weer is inmiddels prachtig. Na een lange tocht over het zandpad, waarbij het zicht door het wilgenstruweel niet groot is zijn we teruggelopen. Pjotr stond ons op te wachten en met de bus gingen we richting Goniadz. Dit is een dorpje wat hoog gelegen uitkijkt over de Bierbza. We merken dat we nog vroeg in het seizoen zijn, de vorige keer dat we hier waren (zo’n zes jaar geleden) zagen we van hieruit volop Zwarte Sterns, Witwangsterns en Witvleugelsterns. We moesten het nu doen met de Zwarte Sterns.

Een aantal van ons gingen met de bus over de Bierbza. De “jonge” ploeg heeft dit lopend gedaan. Net voorbij de brug zagen we schitterend een paartje Buidelmezen. Ook het aantal Braamsluipers viel op. In het gras weer volop Kemphanen, Goudplevieren en Kraanvogels. Het ging weer richting Waniewo om na het avondeten terug te keren naar de tsarenweg. Onderweg zagen we van zeer nabij een eland staan te grazen. Wat een kolossale beesten zijn dat toch.

In de buurt van Barwik is de kans aanwezig om tegen de schemer de balts van de Poelsnip te zien. Er is een platvorm gebouwd, zodat je bovenaf op de baltsplaats kan kijken. Het was er gelukkig niet zo heel druk. In het begin zagen we niets, twee weken geleden lag hier nog sneeuw!! Door de oplettendheid van John hebben we de balts echter goed kunnen zien. Even later kwamen er meer Nederlandse vogelaars naar deze plek.Moe maar voldaan gingen we richting ons pension.

Dinsdag 29 april 2003

Na het ontbijt zijn we naar Gora Strekova gereden. Dit is een hoog uitkijkpunt aan de rand van de Biebrza. Van hieruit heb je een prachtig uitzicht over een gedeelte van dit immense gebied. We zagen hier op het water enkele Kuifeenden en een groep Kraanvogels kwam voorbijgevlogen. Vanaf het uitkijkpunt kun je een heel eind over een dijk lopen die de begrenzing van de Biebrza vallei vormt. Tijdens deze wandeling hebben we diverse leuke vogelsoorten waargenomen waaronder Kemphanen, Zomertalingen en Bosruiters. Iets verderop zagen we redelijk dicht bij een Schreeuwarend. Aan de hoekige vleugels en de lichte vlekken in de bovenvleugel is een Schreeuwarend vrij gemakkelijk te herkennen. Wel lijkt hij veel op de Bastaardarend maar deze komt in Polen nauwelijks voor.

Na de middag zijn we doorgereden naar het plaatsje Burzyn. Hier staat een uitkijkhut maar je mocht er niet in. Nu is dit niet zo erg want vanaf de grond bij de uitkijkhut is er ook nog voldoende te zien. Ook hier weer vele Kemphanen waarvan er ongetwijfeld nog een heleboel moesten doortrekken naar Siberië. De bonte mannen zijn gemakkelijk te herkennen als Kemphanen, maar de vrouwtjes zijn een stuk lastiger. Ze zijn de helft kleiner dan de mannetjes zodat je af en toe denkt dat er twee soorten naast elkaar lopen. Ook hebben ze verschillende pootkleuren (van rood tot groen) zodat dit ook weer verwarring kan opleveren.

Omdat we nog vroeg in het seizoen waren zagen we nog verschillende wintergasten zoals Smienten en enkele Wilde Zwanen. Ook deze soorten trekken nog verder naar Siberië waar ze broeden. Een leuke waarneming was een Dwergmeeuw. Dit kleine meeuwtje vliegt meer als een Sterntje dan dat het zich gedraagt als een meeuw. In de zomer is de Dwergmeeuw gemakkelijk te herkennen aan zijn zwarte ondervleugels.

Een aantal vogelaars waren niet meegelopen naar de uitkijkhut maar hadden het dorpje verkend. Hier zagen ze mooi een Ortolaan. Een soort waar we op gehoopt hadden maar die we tot dan toe nog niet hadden gezien omdat de soort pas laat terugkomt uit zijn overwinteringsgebied in Afrika. Jammer genoeg zagen de overige leden de Ortolaan niet maar dit zou wel goed komen zoals jullie verderop in dit verslag kunnen lezen.

Na deze excursie was het al weer laat zodat we besloten om naar ons pension in Waniewo terug te keren. Zoals haast elke avond hoorden we nu ook weer vanuit het pension het Porseleinhoen zijn "zweepslag" maken (kenmerkende roep van het Porseleinhoen).

Woensdag 30 april 2003

Op woensdag begon onze vogeldag vroeg, de gondeliers van Waniewo stonden om zeven uur ‘s morgens in een viertal prachtige boten ons op te wachten, voor een schitterende rondvaart-tocht in de moerassen en rietvelden in het Narwiansky Park Naradowy.

Het is knap zoals deze gondeliers met een enkele stok deze boten tussen de rietvelden manoeuvreren.

Natuurlijk hoorden en zagen we de eerste vogels met name de Blauwborst is altijd een mooi exemplaar maar ook de Sprinkhaanzanger en de Gekraagde Roodstaart was als nieuweling gesignaleerd. In het binnenste gedeelte van het moeras was een beverburcht (bewoond), ‘s avonds hadden we de bever gezien, toch een heel mooi beest met zijn enorme sterke tanden, hij knaagt bomen door van dertig centimeter doorsnee.

Rond half negen was ieder terug in ons hotel om aan het ontbijt te beginnen, nou ik vertel je een geweldig ontbijt waarmee bijna een dag te vullen is, met pannenkoek, vlees, kaas, jam en noem maar op. Goed na het vullen van de magen en thermosflessen zouden we ongeveer anderhalf uur met onze bus moeten rijden om een flinke wandeling te maken in de Biebrza vallei, echter na een driekwart uur zien we onze eerste verassing, een eland op ongeveer tweehonderd meter afstand, dus filmen en foto's en stil in de bus blijven. Na een kwartier zijn we weer verder gereden, voor onze pittige wandeling, na enkele binnenweggetjes en een dorpje van ongeveer acht huizen zijn we gestopt en uitgestapt, al direct werd een Appelvink gezien en een Hop gehoord.


Ooievaar (Ciconia ciconia)                                                                                        Hop (Upupa epops) © Vogelwacht Uden e.o. © Vogelwacht Uden e.o.

Klaar voor de pittige wandeling, een lang recht pad tussen de bomen waar her en der een serie (eikels) lagen. Achteraf bleken dit de keutels van een eland te zijn. Na een vijfhonderd meter kwamen er vanuit het pad enkele jeeps gereden kwamen en die bij ons stopten. Er werd gevraagd naar de tickets want men mocht hier niet zomaar rondlopen! We mochten echter verder, alleen aan de rechterzijde van het pad was verboden terrein. Wat vogels betreft hebben we wel enkele nieuwe gezien onder andere de Hop en de Schreeuwarend en verder de Braamsluiper, Patrijs, Veldleeuwerik, ook werd er een zandhagedis gesignaleerd. In een van de zijvelden hebben we om twaalf uur gepicknickt en daarna weer een lange wandeling terug naar de bus, in verhouding hebben we hier niet veel vogels gezien.

Om half twee zijn we naar een andere plek gereden waar ik de naam niet van opgeschreven heb, maar het was een enorm grote bunker van de tweede wereldoorlog waarnaast een uitkijkhut stond waarin je ver over een moeras kon uitkijken. Hier zagen we Kraanvogel, Smient, Blauwe Reiger, Noordse Nachtegaal, Watersnip, Witgat, Bosruiter, Oeverloper.

Na een korte stop zijn we weer verder gereden naar de karpervijver bij Czechowizna. Hier zou dus de Zeearend kunnen zijn, nou, voor we de bus geparkeerd hadden, was er al een snelle vogelaar die de Zeearend al gezien had en jawel, prachtig en statig boven het water zwevend kwam hij (of zij) langzaam onze richting op. Alle kijkers en attributen werden opgesteld en het was een pracht om te zien hoe deze vogel majestueus boven het water cirkelt. Na een tijdje zijn we verder gelopen langs het meer om een meer totaalbeeld van deze plas te kunnen bekijken.

Nou de moeite waard hoor, want wat bleek, niet alleen meneer de zeearend was aanwezig maar ook, jawel, mevrouw de zeearend, met andere woorden een paartje wat waarschijnlijk het nest aan de overzijde in het riet had. Na wat cirkelen boven het water nam de ene zeearend een duik en greep met zijn poten een vis uit het water, waarna hij afdaalde naar het nest in het riet.

Als klap op de vuurpijl zien we rechts boven het water een Visarend. Deze had blijkbaar ook honger want na een drietal duikvluchten greep deze ook een vis uit het water. Als je ziet, al zittend op het water, met wat een kracht en moeite deze vogel weer opstijgt, merk je hoe mooi de natuur in elkaar zit. Tussendoor zagen we diverse eenden en watervogels, onder andere Grauwe Gans, Wintertaling, Tafeleend, Kuifeend, Brilduiker, Dwergmeeuw, Zwarte Stern, Kleine Mantelmeeuw en de Wilde Zwaan en Knobbelzwaan. Deze plas maakte onze dag weer geweldig goed. Na anderhalf uur aanvaarden we weer de terugreis naar ons hotel. Moe en voldaan kwamen we rond half zes terug bij ons hotel, snel even opfrissen en dan nog even de tellingen van de vogels doen, zo'n 90 stuks vogels hadden we die dag gezien. Toch een mooi resultaat.

Hierna stond onze gastheer Eugène klaar om ons uit te nodigen voor een barbecue oftewel een kampvuur waar middels een houten spies, vlees of worst gebakken werd, voorafgaand kregen we eerst een stevige kop soep, gevolgd door een speciaal Pools gerecht met hoofdzakelijk zuurkool, stukjes aardappel, vlees en worst, daarna werden er stukjes worst aan de spies geregen en gebakken in het vuur, tot slot was er kip geroosterd en werd die verdeeld onder de groep, het smaakte geweldig.

Rond negen uur werd het langzaam donker en enkelen van ons wilden de visotters nog eens bekijken die een dag eerder ‘s avonds gesignaleerd waren. Echter, de otters lieten zich niet zien. Rond tien uur kwamen we terug bij het kampvuur en je snapt het al, de afdeling sterke verhalen en moppen deden de ronde. Een deel van de groep is naar bed gegaan en een deel is bij het kampvuur gaan zitten om na te praten over deze dag, in en over een natuurlijk en prachtig land Polen.

Donderdag 1 mei 2003

Na een goed smakelijk en stevig ontbijt gingen we richting Bialystok, maar niet voordat we nog even op zoek gingen naar de Ortolaan.


                                                                         Ortolaan (Emberiza hortulana) © Vogelwacht Uden e.o.

Dit was onze derde poging, maar deze keer was het raak; in de populieren niet ver van ons pension konden we hem goed bekijken. Het vogeltje dat in ons landje alweer een hele tijd is weggepest, kan daar nog goed uit de voeten.

We vervolgen onze reis naar de visvijvers van Bialystok. Eenmaal daar leek het erop alsof het zou gaan regenen, maar de Goden waren ons gunstig gezind en al snel hadden we soorten als Roodhalsfuut, Kuifduiker, Witwangstern, Zwarte Stern en na enig zoeken ook de Witvleugelstern. Alle Europese Futen hebben hier gebroed, buiten de Dodaars hebben we ze ook allen gezien.

                                                                                                                                                                 Roodhalsfuut (Podiceps griseigena) © Vogelwacht Uden e.o.

Nadat we wat gegeten en gerust hadden, met het uitzicht op de vijvers, gingen we verder richting Siemianowka, waar een enorm stuwmeer ligt. Deze weg was tevens een reis terug in de geschiedenis; steeds meer afgelegen, houten huisjes en zandwegen. Uiteindelijk bij het stuwmeer aangekomen, een gigantisch meer met daar omheen een brede vochtige oever met kruipwilg en biezen. Hier werden Ringslang, Regenwulp en Klapekster gezien. En natuurlijk ook de Zeearend, die kan in dit landschap bijna niet ontbreken. In de verte zagen we de bossen van Wit-Rusland, daar achter ligt een gebied met een oppervlakte dat zich bijna niet laat meten. Daar wil ik ook nog eens naar toe!

Op de terugweg naar ons ‘nieuwe pension’ in Bialowieza reden we wel een vijftien kilometer door prachtige bossen, hoewel dit nog niet het officiële oerbos was, zag het er al prachtig uit.

Met dikke eiken er tussen, als we deze in Uden hadden waren we al lang heel tevreden. In Bialowieza was het druk op straat. Het was 1 mei, dag van de arbeid en de meeste mensen waren vrij. Eenmaal in het splinternieuwe pension aangekomen, genaamd Unikat, werd er wat gerust of op het terras een pilsje gepakt. Enkelen gingen meteen naar het prachtige nabij gelegen park, wat zeer oud is en rijk aan vogels, onder andere de Draaihals en Middelste Bonte Specht. Deze waren ook goed te fotograferen. Die avond, na een goed diner en een pilsje, werd het tijd om te slapen, morgen naar het Oerbos; je zou er bijna wakker van liggen……

Vrijdag 2 mei 2003

Tien voor vijf zaten zeventien frisse vogelaars en Pjotr, onze chauffeur, in de bus op weg naar het oerbos dat niet ver van ons pension lag. Later bleek dat we tijd genoeg hadden om er naar toe te lopen, want onze Poolse gids Arek arriveerde pas na een (Pools) kwartiertje. Hij was géén “droge” wetenschapper maar een enthousiaste verteller die goed Engels sprak. Voordat we de poort van het omheinde oerbos binnen stapten hadden we al een vos gezien die zich niet veel van ons aantrok.

Het oerbos moet je niet zien als een ondoordringbare jungle, maar een toch redelijk open bos met bomen van alle leeftijden. Van net uitgeschoten loot tot reus van wel vijfhonderd jaar oud. Over het algemeen zijn ze niet erg dik (dit komt door de strenge winters), maar wel erg hoog, je kreeg af en toe gewoon pijn in je nek van het omhoog kijken. Heel veel hout ligt als dood hout op de bodem en vergaat langzaam. Maar ook “dood” hout leeft omdat het vol zit met dieren zoals insecten. Ook groeien er volop planten soms met mooie bloempjes, de bodem was bedekt met de bosanemoon, maar ook paddestoelen en mos.

Aan de bosanemoon konden we zien dat de natuur toch wel enkele weken achter liep met de Nederlandse natuur. Bij ons was deze al uitgebloeid.

Tot onze verbazing zocht Arek een plant op in een Nederlandse plantengids. Misschien had hij die wel gekregen van één van de Utrechtse studenten die hier onderzoek verrichten. Hij had ook een Nederlandse vogelgids en zei ook af en toe een vogel in het Nederlands, erg leuk voor een Pool. Welke vogels zagen we? Allereerst de Withalsvliegenvanger, een heel mooi zwart-wit vogeltje die veel op de Bonte Vliegenvanger lijkt maar die, je raad het al, een witte halsstreep heeft en een witte voorhoofdvlek.


Withalsvliegenvanger(Ficedula albicollis) © Vogelwacht Uden e.o.

Verder zagen we de Middelste Bonte Specht die veel op de Grote Bonte Specht lijkt maar dan met een witte kop en een rood petje.


Middelste Bonte Specht (Picoides medius)                                        Appelvink (Coccothraustes coccothraustes) © Vogelwacht Uden e.o.

Ook zagen we een Boomkruiper…correctie…een Taigaboomkruiper, een neefje van onze Boomkruiper. Dat zijn snavel iets korter was en zijn buikje iets witter, dat konden we echt niet zien maar Arek vertelde dat hier alléén de taigaboomkruiper voorkomt. Toen, een buitenkansje, liet de prachtige Appelvink zich bewonderen. Met zijn dikke snavel breekt hij zelfs kersenpitten open.

Op een gegeven moment zagen we een mooie vogel die we bij ons in Uden bij de blokhut ook kunnen bewonderen, alleen zo mooi als hier hebben we hem nog nooit gezien: de Bosuil. Werkelijk een plaatje, hij zat hoog in een boom naar ons te kijken, vermolmd hout op de achtergrond en precies in het zonnetje. Werkelijk schitterend.


Bosuil (Strix aluco) © Vogelwacht Uden e.o.

Op een bepaalde manier hoorde hij ook precies thuis in deze omgeving van grote bomen en veel dood hout. Maar het feest werd pas compleet toen sommige vogelaars een nieuwe soort konden scoren: de Pestvogel! In de boomtoppen was een groep van deze vreemde vogels neergestreken. Door hun kuif en de zwarte oogstreep zien ze er streng uit. Vroeger toen het bijgeloof hoogtij vierde, beschouwde men deze invasievogel als de voorbode van ziekte (pest) en ongeluk. Vandaar de naam pestvogel. Na meer dan drie uur wandelen, verrekijken, fotograferen, genieten en kletsen kwamen we weer bij de poort. Arek was inmiddels bij een andere groep maar zijn zoon Matheo liep met ons mee naar het pension. Hij zou na het ontbijt laten zien waar een nest van de Witrugspecht was.

Na een voedzaam ontbijt reden we met het busje iets buiten Bialowieza waar we op zo’n vijftig meter van het nest stopten. En, na wat zoeken zagen we inderdaad in een dode boom een hol. Nu maar hopen dat we hem te zien krijgen. Na een tijdje turen verloor een enkeling de hoop en ging naar andere dingen kijken. Maar ons geduld werd beloond, want daar was ie dan, de Witrugspecht. Nou een echt witte rug heeft hij niet, meer een zebrapad en hij is wat groter dan de Grote Bonte Specht. We gunden de ongeduldige vogelaars, die de eerste ontmoeting gemist hadden, een tweede kans zodat iedereen tevreden was en een nieuwe soort konden noteren.

De groep viel nu uiteen omdat vier personen in deze omgeving wilden vogelen en de rest naar het pension ging om daar in de omgeving op een ontspannen manier te vogelen. In Bialowieza is namelijk ook een prachtig park waar veel vogels te zien zijn. Daar zagen we onder andere wederom de mooie Appelvink en de Draaihals.


Draaihals (Jynx torquilla) © Vogelwacht Uden e.o.

De Draaihals is een vogel die je eerder hoort dan ziet. De bruin-grijze vogel, die behoort tot de familie van de spechten, is goed gecamoufleerd. Hij dankt zijn naam aan het feit dat hij bij onraad met zijn kop gaat draaien, zijn tong telkens uit de snavel laat komen en dan een sissend geluid maakt. De niet al te snuggere aanvaller denkt al gauw aan een slang en kiest het hazenpad. Wie niet sterk is moet slim zijn. Een andere mooie waarneming in het park was de Europese Kanarie. Ook deze vogel zagen we dankzij de zang. Het viel niet mee om de deels gele vogel tussen de licht groene bladeren op te merken. Aan de rand van het park stroomde een riviertje met onder andere een winkeltje met drank en ijs. Zittend aan de waterkant in het zonnetje met de telescoop op zithoogte, dat is wel héél relaxed vogelen!

Ná de warme hap gingen we per bus naar een naburig bos om daar samen met Arek op zoek te gaan naar de Dwerguil. Onze Poolse gids wist waar het territorium van zo’n exemplaar was. Het werd een schitterend schouwspel: wij aan de rand van het bos in spanning wachten en hij iets in het bos vreemde geluiden maken. Toen de Dwerguil antwoord gaf, bleek hoe goed de imitatie van Arek was: als twee druppels water. Nu hij wist waar de Dwerguil zat wenkte hij dat wij rustig mochten komen. Nou ja rustig. Het leek meer op de meute die binnen gelaten werd in een warenhuis tijdens de uitverkoop. Maar goed het beest bleef zitten zodat er alweer een nieuwe soort op de lijst bijgeschreven kon worden. Een grappige vogel met zijn korte witte wenkbrauwstrepen die, zoals zijn naam al doet vermoeden, de kleinste Europese uil is. Na dit avontuur bleven we nog een tijdje wachten terwijl Arek het geluid van de Bosuil nadeed. Ditmaal zonder succes. Hoewel…we hoorden een andere vogel, de Houtsnip. Dan zetten we die maar op het lijstje! Moe maar voldaan keerden we terug naar ons pension. Al snel lagen de vogelaars op hun “nest” zodat de rust in Bialowieza eindelijk was weergekeerd.

Zaterdag 3 mei en zondag 4 mei 2003

Al weer de laatste dag in Polen. Vandaag staat eerst nog op het programma een bezoek aan de bossen in de buurt van Bialowieza. In de buurt van de dierentuin maken we een ronde. Hier volop Fluiters, diverse Spechten, Bonte en Withalsvliegenvanger. Een zeer gevarieerd bos, zo groot als half Brabant. Hierna wordt het toch tijd om richting Warschau te gaan. Op de terugweg hebben we de rivierduintjes langs de Bug bezocht. In de buurt van Siemiatycze ligt een klein natuurgebiedje ontstaan door zandverstuiving van de rivier. Nat en droog, rijk en arm wisselen zich hier af. Helaas zien we op dit moment niet zo heel veel vogels, wel zien we een fraaie Ringslang. Het mooie weer begon een wending te krijgen. Tijdens de rit naar Warschau zagen we enorme onweersbuien. Zoals we begonnen eindigen we met regen. Gelukkig is dit zeer beperkt gebleven. Alvorens de trein vertrok, hadden we nog tijd om de overgebleven Zlotys op te maken in het oude centrum van Warschau.

De terugreis kon beginnen, maar liefst 155 vogelsoorten hebben we gezien. Enkele karakteristieke zomervogels zoals de Roodmus ontbreken nog op ons lijstje. Als we nog eens teruggaan moeten we enkele weken later gaan om ook deze vogels te zien te krijgen.

In de trein werden bij de Pools-Duitse grens enkele leden van ons uit bed getrommeld en moesten in hun onderbroek in het gangpad staan. De coupe werd vakkundig gecontroleerd. Na deze oefening kon iedereen gaan slapen. In Arnhem stond de bus te wachten om ons naar de Groenhoeve te brengen. Onderweg zagen we een Ooievaar, hier toch nog altijd bijzonder in Polen zeer algemeen. Een stille hint om nog eens terug te gaan.

De volgende soorten zijn gezien:

Fuut, Roodhalsfuut, Geoorde Fuut, Kuifduiker, Aalscholver, Roerdomp, Grote Zilverreiger, Blauwe Reiger, Ooievaar, Zwarte Ooievaar, Wilde Zwaan, Knobbelzwaan, Grauwe Gans, Wilde Eend, Krakeend, Pijlstaart, Slobeend, Wintertaling, Zomertaling, Tafeleend, Kuifeend, Brilduiker, Grote Zaagbek, Grauwe Kiekendief, Bruine Kiekendief, Sperwer, Buizerd, Zeearend, Schreeuwarend, Visarend, Torenvalk, Boomvalk, Slechtvalk, Patrijs, Fazant, Porseleinhoen, Waterhoen, Meerkoet, Kraanvogel, Kievit, Kemphaan, Wulp, Grutto, Tureluur, Bosruiter, Oeverloper, Witgat, Houtsnip, Poelsnip, Watersnip, Dwergmeeuw, Kokmeeuw, Zilvermeeuw, Visdief, Zwarte Stern, Witvleugelstern, Witwangstern, Houtduif, Holenduif, Turkse Tortel, Zomertortel, Koekoek, Bosuil, Dwerguil, Steenuil, Gierzwaluw, Hop, Draaihals, Zwarte Specht, Grijskopspecht, Groene Specht, Middelste Bonte Specht, Grote Bonte Specht, Witrugspecht, Kleine Bonte Specht, Veldleeuwerik, Boomleeuwerik, Oeverzwaluw, Boerenzwaluw, Huiszwaluw, Boompieper, Graspieper, Witte Kwikstaart, Gele Kwikstaart, Winterkoning, Heggenmus, Roodborst, Noordse Nachtegaal, Blauwborst, Gekraagde Roodstaart, Zwarte Roodstaart, Paap, Tapuit, Merel, Kramsvogel, Zanglijster, Grote Lijster, Snor, Sprinkhaanzanger, Grote Karekiet, Rietzanger, Bosrietzanger, Spotvogel, Tuinfluiter, Braamsluiper, Grasmus, Zwartkop, Fluiter, Fitis, Tjiftjaf, Goudhaan, Bonte Vliegenvanger, Withalsvliegenvanger, Grauwe Vliegenvanger, Baardman. Buidelmees, Glanskopmees, Matkopmees, Kuifmees, Pimpelmees, Koolmees, Zwarte Mees, Staartmees, Boomklever, Taigaboomkruiper, Klapekster, Spreeuw, Wielewaal, Gaai, Ekster, Kauw, Raaf, Bonte Kraai Roek, Ringmus, Huismus, Vink, Appelvink, Europese Kanarie, Sijs, Groenling, Putter, Goudvink, Kneu, Geelgors, Ortolaan, Rietgors, Goudplevier, Groenpootruiter, Smient, Kleine Mantelmeeuw, Regenwulp, Bontbekplevier en Pestvogel.

© Vogelwacht Uden e.o.