Inloggen

Login op de site

Gebruikersnaam *
Wachtwoord *
Onthoud mij

 

Vogelreisimpressie van 6 april tot en met 14 april 2002

Voordat we een verslag van dag tot dag beschrijven hier eerst wat achtergrondinformatie;

Over Spanje

Spanje is ongeveer veertien keer zo groot als Nederland en er wonen 39 miljoen mensen. Het Iberisch schiereiland (Spanje en Portugal) wordt van de rest van Europa gescheiden door de Pyreneeën, die van Spanje een volledig geïsoleerd subcontinent maakt. Door deze isolatie heeft zich een karakteristieke flora en fauna ontwikkeld met een aantal soorten die nergens anders voorkomen als pardellynx, Spaanse keizerarend, zwarte tapuit, Thekla leeuwerik, Spaanse steenbok e.a. Het hart van Spanje is een hoogvlakte, meseta genaamd. Dit gebied wordt omringd en doorsneden door bergketens. De enige echte laagvlakte in Spanje is die van de Guadalquivir, die aan zijn monding de 'marismas' (moerassen) van de Coto de Donana vormt. Spanje heeft weinig grote rivieren die voldoende water bevatten voor de scheepvaart. De Guadalquivir en de Ebro zijn de belangrijkste. Madrid is een van de weinige Europese hoofdsteden die niet aan een bevaarbare rivier is gelegen! Het droge klimaat van Spanje is de oorzaak van watergebrek. In het hele land valt gemiddeld te weinig neerslag voor de landbouw. Overal zijn stuwmeren aangelegd om het schaarse water, dat in herfst en winter naar beneden komt, vast te houden. De lange hete zomers zijn berucht. In delen van Andalucia regent het soms meerdere jaren niet (met rampzalige gevolgen voor de Coto de Donana). Ook de Extremadura is berucht: de temperatuur kan in de zomer oplopen tot 45 graden Celsius in de schaduw. In april is de temperatuur doorgaans aangenaam. Overdag is het 17 tot 25 graden Celsius. De Extremadura De Spaanse Extremadura is een landstreek zo groot als Zwitserland. Het bestaat uit de provincies Badajóz en Cáceres.

Het is een dunbevolkt gebied: er wonen slechts één miljoen mensen. Van oudsher wordt de Extremadura als een 'extremiteit' van Spanje beschouwd. Een arme, verre en onvruchtbare uithoek van het land met weinig vooruitzicht op verbetering. Velen zochten hun heil elders en trokken weg naar Madrid, de kuststreken of naar een geheel andere 'onbekende' wereld. De Extremadura is de streek waar de conquistadores vandaan kwamen. Als we de kaart van Zuid-Amerika voor ons nemen, zien we daar een aantal steden uit de Extremadura liggen: Guadalupe (Bolivia, Mexico), Trujillo (Peru), Cáceres (Colombia) etc. Dat wijst erop dat de conquistadores uit de Extremadura een hoofdrol hebben gespeeld bij de verovering van (Zuid) Amerika. Steden als Trujillo en Cáceres staan vol met de paleizen en villa's die ze na hun terugkomst lieten bouwen. Als we door het droge geërodeerde land met zijn schaarse vegetatie en onvruchtbare bodem rijden wordt het ons duidelijk waarom de 'extremenos' (ook nu nog) huis en haard hebben verlaten om elders een hoopgevender bestaan te zoeken. Het landschap van de Extremadura is vrijwel volledig door de mens gevormd. Voor de Romeinse tijd was het gehele gebied bedekt met uitgestrekte, groene eikenbossen. Er waren geen steppen en savannen. Overal was bos en hierdoor was waarschijnlijk ook het klimaat anders dan nu: zachter en met veel meer neerslag. De bossen zijn vrijwel compleet verdwenen en het hout is gebruikt voor scheepsbouw, huizenbouw en als brandstof. De vruchtbare bosbodem spoelde weg en kale rotsen en vlaktes kwamen te voorschijn. De geiten en schapen zorgden ervoor dat bomen geen kans meer kregen. Op de glooiende vlaktes hebben zich voornamelijk twee typen landschappen gevormd: de vrijwel boomloze steppe en de zogenaamde 'dehesa', een eeuwenoud cultuurlandschap dat u zich het beste kunt voorstellen als een kruising tussen de Afrikaanse savanne en een boomgaard. Ook de Spaanse steppen zijn een cultuurlandschap. 'Dankzij' de vernietiging van de bossen leven er nu duizenden grote- en kleine trappen, grielen en zandhoenders! Op de hogere bergruggen, ongeschikt om als 'dehesa' in gebruik te nemen, vinden we een schaarse begroeiing van struiken en lage bomen. Het landschap van de Extremadura bestaat uit dehesa, kale rotsige vlaktes met matorral (= doornig struikgewas ), steppegebieden, stuwmeren en een enkele lage bergketen.

Vogels in de Extremadura

De Extremadura is zeer rijk aan vogelsoorten. De vogelrijkdom is te verklaren door de aanwezigheid van veel geschikte en verschillende biotopen en de strategische ligging van het gebied. Bovendien is het hele gebied door de eeuwen heen nauwelijks veranderd. Deze landschapsstabiliteit heeft ervoor gezorgd dat veel soorten zich er konden vestigen en (zonder verstoord te worden) uitbreiden. De strategische, centrale ligging van het gebied, tezamen met een stabiel landschap heeft een haast bizarre avifauna opgeleverd. Uit Noordwest-Europa zijn o.a. ooievaar, ortolaan en zomertortel afkomstig. Uit Afrika afkomstig zijn waarschijnlijk o.a. de grijze wouw, kuifkoekoek, zwarte spreeuw, koereiger en slangearend. Uit Zuidoost-Europa zijn o.a. kleine torenvalk, kortteenleeuwerik, kalanderleeuwerik, kleine zilverreiger, zwarte ibis en bijeneter afkomstig. Uit Azië komt vermoedelijk de monniksgier en (waarschijnlijk) uit China de blauwe ekster.

De Extremadura is onbetwist de beste plek in Europa voor roofvogels. Niet alleen wat betreft de verscheidenheid aan soorten maar ook qua aantallen. Veel roofvogels die hier nog algemeen voorkomen zijn in andere Europese landen (bijv. in Griekenland) zeldzaam, schuw en moeilijk waar te nemen. Vijf soorten arenden (dwerg-, havik-, slange-, keizer- en steenarend) komen in redelijk gezonde populaties voor. Drie soorten gieren zijn gemakkelijk waar te nemen: aas-, vale- en monniksgier. Nergens anders in Europa komen zoveel grijze wouwen, rode wouwen, kleine torenvalken en grauwe kiekendieven voor. En laten we de steppevogels niet vergeten. De Extremadura heeft Europa's grootste aantallen grote- en kleine trappen, grielen, grauwe kiekendieven, scharrelaars en witbuik- en zwartbuikzandhoenders. Ook verschillende soorten leeuweriken zijn karakteristieke steppevogels: veld-, thekla-, kortteen- en kalanderleeuwerik zijn algemene soorten. In Spanje treffen we ook een aantal van 'onze' karakteristieke broedvogels aan. Opvallend is dat deze soorten (bijv. sperwer, tjiftjaf, merel, roodborst, koolmees, blauwborst, tapuit etc.) zich in Spanje beperken tot de oorspronkelijke (koele) bosgebieden of alleen in de bergen voorkomen Natuurpark Monfragüe

Ons pension is gelegen in Torrejon el Rubio, aan de rand van het natuurpark Monfragüe. De kern van het natuurpark van de Extremadura is een oud kasteeltje boven op de rotsige bergrug op de plaats waar de ingedamde Taag en Tietar samenkomen. Vanaf deze plek heeft men een prachtig uitzicht over een deel van het park en de omliggende Dehesa's. Het centrum van de bergrug wordt gevormd door een steile rots: de Peñafalcón. De rots is vermaard om z'n gieren. Vale-, aas- en monniksgier komen er voor. Verder broeden er elk jaar oehoe's en zijn er regelmatig slechtvalken, steen- en Spaanse keizerarenden (6 paartjes broeden in het park) te zien, die gebruik maken van de thermiek langs de steile rotswand om moeiteloos op te stijgen. Andere karakteristieke vogels van de bergrug zijn blauwe rotslijster, zwarte tapuit en rotsmus. Belevenissen van dag tot dag Hierbij een impressie van een fantastisch verlopen week vogelen, waarbij het weer niet altijd "sol" was.

Waargenomen vogelsoorten Extremadura 2002

Hierbij een opsomming van de 145 soorten die we gedurende negen dagen hebben mogen bewonderen: Aalscholver, aasgier, alpengierzwaluw, alpenkraai, appelvink, baardgrasmus, bijeneter, blauwe ekster, blauwe reiger, blauwe rotslijster, blonde tapuit, boerenzwaluw, bonte vliegenvanger, boomklever, boomkruiper, boomleeuwerik, buizerd, cetti's zanger, cirlgors, dodaars, dwergarend, ekster, europese kanarie, fazant, fitis, fuut, gaai, geelpootmeeuw, gierzwaluw, goudhaan, graspieper, grasmus, graszanger, grauwe gans, grauwe gors, grauwe kiekendief, groenpootruiter, griel, grijze gors, grijze wouw, groene specht, groenling, grote bonte specht, grote gele kwikstaart, grote karekiet, grote lijster, grote trap, havikarend, heggemus, hop, houtduif, huismus, huiszwaluw, iberische tjiftjaf, ijsvogel, kalanderleeuwerik, kauw, kerkuil, kievit, kleine plevier, kleine strandloper, kleine torenvalk, kleine trap, kleine zilverreiger, kleine zwartkop, kluut, kneu, koekoek, koereiger, koolmees, kortteenleeuwerik, kraai, krakeend, kuifkoekoek, kuifleeuwerik, kuifmees, kwak, kwartel, lepelaar, meerkoet, merel, monniksgier, nachtegaal, oehoe, oeverloper, oeverzwaluw, ooievaar, orpheusspotvogel, paap, pimpelmees, Provençaalse grasmus, purperreiger, putter, raaf, rietzanger, rode patrijs, rode wouw, roodborst, roodborsttapuit, roodkopklauwier, roodstuitzwaluw, rotsduif, rotsmus, rotszwaluw, scharrelaar, sint helenafazantje, slangenarend, snor, spaanse keizerarend, spaanse klapekster, spaanse mus, sperwer, sprinkhaanzanger, staartmees, steenarend, steenuil, steltkluut, tafeleend, tapuit, thekla leeuwerik, torenvalk, tureluur, turkse tortel, vale gier, veldleeuwerik, vink, waterhoen, waterpieper, watersnip, westelijke purperkoet, wilde eend, winterkoning, witbuikzandhoen, witgat, witte kwikstaart, wouwaap, zanglijster, zwartbuikzandhoen, zwarte mees, zwarte ooievaar, zwarte roodstaart, zwarte spreeuw, zwarte wouw en zwartkop

Zaterdag 6 april 2002

Om drie uur die morgen liep onze wekker af. De dag van ons vertrek naar Extremadura. Om vier uur hadden we met ons groepje afgesproken in Uden. Een taxibus kwam net aanrijden met zijn busje. Hij zou ons naar het vliegveld brengen.
Om ongeveer zes uur arriveerden twaalf slaperige vogelaars op Brussel-Airport, om kwart over zeven, zaten we keurig opgevouwen in de zogenaamde foetushouding in Virgin Airlines.. Om tien uur wist de piloot een kist vol benauwde vogelaars veilig aan de grond te zetten. Madrid Airport. Eindelijk, het zonnige Spanje, olé. Het was inderdaad stralend weer, de regen kwam met bakken uit de lucht. De temperatuur viel gelukkig best mee, het vroor gelukkig net niet. Tien graden Celsius even wennen dus. Op de luchthaven stonden twee perfecte Toyota space wagons voor ons klaar in een passende groene kleur. Om een uur of elf reden we al op de E90 richting Extremadura. Nog 250 kilometer. Het weer knapte gelukkig op en de zon liet zich regelmatig zien. Halverwege de reis onze eerste koffie- en sanitaire stop langs de E90. Surprise: een grote groep monniksgieren en vale gieren cirkelden vlak bij ons omlaag. Ze deden zich te goed aan een restant kadaver. Grote opwinding, onze eerste bijzondere waarneming van deze trip. We wisten het toen nog niet, maar er zouden er nog vele volgen. Vlak bij ons spotten we in een plasje onze eerste steltkluut en een witgatje. Op de draad zat een klapekster terwijl rode- en zwarte wouwen langs kwamen vliegen.

Na zo'n tweehonderd kilometer verruilden we de E90 voor een romantisch landweggetje richting Jaraicejo. Verder, naar het hart van de Extremadura. Al snel ontvouwde zich voor ons oog het typisch Spaanse dehesa landschap. We waren gelijk wakker! Verrekijkers en telescopen werden gericht. Het miegelde er namelijk van de bijzondere vogels: klapeksters, blauwe eksters, hoppen, roodkopklauwieren, grauwe gorzen enz. enz. Hoog in de lucht cirkelden gieren en wouwen. Extremadura, here we come!

Al vogelend kwamen we om half vijf aan op onze eindbestemming: Torrejon el Rubio. We installeerden ons in pension Avenide. Daar kregen we ook onze eerste koude douche. Na amper een uur vertrokken we al weer voor onze eerste tocht. Hoezo fanatiek? Ons doel: de gierenrots Monfragüe. Halverwege een korte wandeling langs de Arroyo de la Vid waar we o.a. roodborsttapuit, bijeneters en een ijsvogel scoorden. Monfragüe torent hoog en ongenaakbaar uit boven de Rio Tajo (Taag). Het is een bekende broedplaats voor tientallen vale gieren. Om de rotsen zweefden ook monniksgieren, aasgieren, raven en rotszwaluwen. Onder aan de rots zat een broedende zwarte ooievaar. Daar zagen we ook de eerste blauwe rotslijster. Om negen uur schoven we vermoeid en hongerig aan de dis voor ons diner. Zestig soorten de eerste dag, geen slechte score .

Zondag 7 april 2002

Rond half acht wordt iedereen wakker. De dag begint goed, we zien een opkomende zon met een lichte bewolking. Omdat het ontbijt om negen uur klaar staat wordt er door enkelen nog een wandeling door het dorpje gemaakt. In de verte is de Hop al roepend te horen, terwijl de roodborsttapuiten en putters bij de woonhuizen aan het foerageren zijn. De grote gele kwikstaart laat zich voor ons appartement fraai bekijken. Het ontbijt laat zich goed smaken, diverse cakejes en geroosterd stokbrood met jam. Na een half uur vertrekken we naar ons pension waar we de spullen bijeenzoeken om zo spoedig mogelijk te vertrekken. Vandaag staat Sierre de San Pedro op het programma. We vertrekken richting Cáceres, dit is een gedeeltelijk verharde weg dwars door de dehesa's. Via internet hadden we een hint gekregen om na ruim vier kilometer (bij bord Tahena) rechtsaf het zandpad in te rijden. Hier heb je namelijk grote kans de Spaanse keizerarend te zien. Na enkele honderd meters rijden komen we boven op een heuvel waar we een ver uitzicht hebben. In de verte zien we inderdaad hoogspanningsmasten met in één van deze masten het nest van de Spaanse keizerarend. Op het nest zit vermoedelijk het vrouwtje te broeden, het mannetje zat een mast verderop en liet zich schitterend zien. Opvallend waren zijn lichte schouders en lichte kop. Weer terugkomend op de weg naar Cáceres ontdekken we tussen de Spaanse mussen een paar rotsmussen. Verderop vliegen tientallen bijeneters, wat een schitterende kleuren hebben deze vogels. We stoppen toch maar even om ze te bekijken, in de verte zien we onze vrienden van de Guardia al aankomen en besluiten toch maar om weer door te rijden. Bij de eerstvolgende zijweg zetten we de auto's aan de kant. Hier bevinden zich een aantal parasoldennen, met diverse ooievaarsnesten. Al klepperend worden we verwelkomd door deze ooievaars. De nesten worden ook bevolkt door vele Spaanse mussen, met hun opvallende roepjes.  Na het bekijken van de ook nog langs vliegende dwergarend (lichte soort) vervolgen we onze weg. Na enige tijd verandert het dehesa-landschap in een open steppengebied. Hier verschijnen voor ons al diverse schitterende vogels, zoals de blonde tapuit, wel 100 kalanderleeuweriken (zwarte ondervleugels, afgetekend met witte rand) samen met wel 250 putters. Op diverse plaatsen zien we de Spaanse klapekster opvallend op de struiken zitten. Deze klapekster heeft een roze buik in tegenstelling tot "onze" noordelijke soort die een witte buik heeft. Net voor de afslag Santiago del Campo zien we onze eerste grote trap langs vliegend. Deze forse vogel (35 kilo) is toch een goede vlieger. Helaas begint het te regenen wat ons zicht toch wat belemmert. Bij de brug over de Rio Almonte besluiten we om toch maar in de auto een kop koffie te nemen. De gierzwaluwen, maar ook alpengierzwaluwen blijven ondanks de regen toch nog rondvliegen. Na de koffiebreak rijden we de stad Cáceres binnen, midden in deze stad zien we diverse ooievaars, maar ook enkele kleine torenvalken vliegen. We vervolgen onze route richting Portugal (N521), bij een treinstation besluiten we een eindje te gaan lopen. Het treinstation met de naam Estacion de Herra is al enige tijd verlaten en zoals vele oudere gebouwtjes hier ook vervallen. Vele vogels maken hier dankbaar gebruik van, in het gebouwtje zitten vele boerenzwaluwnesten. Naast het oude station staat een grote watertank die vroeger gebruikt werd om de stoomtreinen van water te voorzien. Een kerkuil schrikt op als we een kijkje nemen in deze silo. Deze lichte soort kerkuil zien we verdwijnen in het kurkeikenbosje aan de overkant. Nadat het weer begint te regenen stappen we weer in de auto en rijden richting de Sierra de San Pedro. De omgeving hier is schitterend, vele vergezichten, oude bruggetjes, waaronder de waterschildpadden op de stenen zitten te zonnen. Helaas zijn ze erg schuw voor onze camera's. Opvallend zijn de vele roofvogels die we onderweg zien, o.a. dwergarend, slangenarend, en natuurlijk de vale- en monniksgier. Bij een oude Romeinse brug stoppen we om vervolgens een eind te gaan wandelen. Langs de oever van dit riviertje (Rio Zapatón) zien we een opvliegende watersnip, in de verte vliegt ook nog een zwarte ooievaar op. Diverse leden blijven stenen draaien om slangen en hagedissen te vinden. Na de wandeling gaan het meegenomen brood er wel in. De route gaat vervolgens van Aliseda richting Badajoz, vervolgens weer terug naar Cáceres. Bij een klein bruggetje stoppen we om de waterschildpadden te fotograferen, maar helaas ook hier willen ze niet op de foto en duiken vrij snel weer het water in. In een boom die wat verderop langs de waterkant stond, zien we een zwarte wouw zitten. Een tweede wouw kwam aanvliegen en die "wouw" wel wat, de paring duurde niet zo lang!! Rond half negen kwamen we toch wel enigszins vermoeid bij het pension aan. Om negen uur gingen we aan tafel. Na de daglijst doorgenomen te hebben gaat iedereen vermoeid maar wel voldaan naar het pension.
extramadura 3 extramadura 4

Maandag 8 april 2002

Na een goed ontbijt vertrokken we rond half tien naar de Peñafalcón, die in het natuurpark Monfragüe ligt. Deze rots is beroemd om zijn vele gieren. Door de onophoudende regen zijn we daar slechts een tiental minuten gebleven. Door het slechte weer, waren er ook bijzonder weinig roofvogels in de lucht. Toch hadden we nog goed zicht op vale gieren, monniksgieren, zwarte wouwen en een zwarte ooievaar. Een eindje verder scoorden we onze eerste nachtegaal. Bij Villareal de San Carlos bezochten we een aardig museum: er stonden wat interessante opgezette vogels en zoogdieren, maar ze verdienden geen schoonheidsprijs. Een ander gedeelte gaf een voorstelling van het natuurpark, waar toch wel de monniksgier centraal in stond. Bij het vergaren van folders, werd ons door een vriendelijke medewerkster precies verteld waar wij kans hadden om een oehoe te zien. Die plek hebben wij natuurlijk meteen op de kaart genoteerd. Nadat we hier een tijdje hadden verbracht en de regen nog steeds met bakken uit de hemel viel, doken we maar een cafeetje binnen. Hier konden we ons warmen aan de koffie of thee. Sommigen kochten nog wat kaarten en speldjes van de Extremadura. Om twaalf uur besloten we toch maar weer door te rijden. We stopten bij een vogelkijkhut "La Tagadilla". Vanuit deze plek hadden we prachtig zicht op een rots met in totaal 47 vale gieren. Er vlogen vier soorten zwaluwen: boeren-, roodstuit-, huis- en rotszwaluw. Andere leuke soorten waren een ijsvogel, blauwe rotslijster en een oeverloper. We waren trouwens niet de enige vogelaars. Een twintigtal Spaanse kinderen waren ook, met een gids, aan het vogelen. Natuurlijk moest er ook even door hen door onze telescopen gegluurd worden. Via de stuwdam reden we de heuvel op en stopen we bovenop een parkeerplaats. Na enige tijd hadden we het nest van een monniksgier in één van de bomen gevonden. Maar ja, door de regen verging het je bijna het plezier om door de telescoop deze imposante vogel te bewonderen. Een eind verder bij Portilla del Tietar was opnieuw een goede plek om Vale Gieren te bewonderen. Ook zou hier de oehoe moeten zitten, maar helaas, vandaag even niet. Leuke scores waren de cetti's zanger, grote gele kwikstaart en de hop. Aangezien het de vorige dag wat was misgelopen met de lunch, besloten we om bij het eerstvolgende restaurant wat te gaan eten. Aangezien we hier moesten wachten op onze bestelling, maakte dat niet uit: ook bij het restaurant werd er gevogeld. Prachtig zicht op appelvink, klapekster, roodkopklauwier, tapuit, aasgier en dwergarend. Om kwart over vier konden we het restaurant achter ons laten liggen….. en het begon weer te regenen. Toch moest de climax van de dag nog komen. Op een parkeerplaats werd door de eerste auto een vos gesignaleerd. Tot onze verbazing was het dier helemaal niet schuw en voordat we het wisten waren we hem aan het voeren en zelfs uit de hand laten eten. Zoiets maak je natuurlijk nooit meer mee. Er zijn in ieder geval prachtige plaatjes van dit beest geschoten. We vervolgden onze weg terug naar Torrejon, waar we voor het eten nog een wandeling maakten. Een ijsvogel, hop en aasgier werden nog waargenomen. Na het eten was er nog een avondexcursie gepland om eventueel een bosuil waar te nemen. Maar verder dan een nachtegaal en rugstreeppadden kwamen we niet. Het was heel jammer van het weer, want voor de rest was het een schitterende dag. De vraag is zoals elke avond: mañana sol?

  Vale Gier (Gyps fulvus) © Vogelwacht Uden e.o.       

Dinsdag 9 april 2002

Een eerste blik uit het slaapkamerraam laat zien dat het vandaag weer bewolkt zal blijven. Een waterig zonnetje doet z'n best er doorheen te komen. Aan de oever van het watertje dat voor ons pension stroomt, laat een rietzanger z'n zang horen. Na het ontbijt stappen we in "onze" wagens om naar Peñafalcón te rijden. Onderweg poseert een bijeneter prachtig op een draad en wij fotograferen hem gretig. Een paapje laat zich ook even zien. Op de plaats van bestemming aangekomen heeft de zon de aarde al lekker opgewarmd naar een graad of twaalf. Dat belooft wat! Verrekijkers, fototoestellen, telescopen en zelfs een filmcamera worden uit de auto's gehaald die we onder aan de parkeerplaats gezet hebben. Onderweg naar boven horen en zien we een paartje boomklevers. Een alpenkraai laat zich zien en vale gieren zweven op gelijke hoogte met ons. Boven op de toren voelen we ons even een vogel als we van het prachtige uitzicht genieten op de Taag beneden ons. De wind blaast over ons gezicht. Er komen vale gieren onder, boven en naast ons voorbij. Wat een prachtig gevoel om deze vogels op gelijke hoogte te ontmoeten. Op de rots tegenover ons landt een zwarte ooievaar op zoek naar nestmateriaal. Een aasgier zweeft rond de top. Een dwergarend schroeft omhoog en ook wat monniksgieren laten zich meedragen op de thermiek. Na een groepsfoto gemaakt te hebben lopen we via de andere kant onder de door korstmos begroeide bomen over een smal zandpaadje naar beneden. Hier ontstaat grote opwinding als een paar mensen een baardgrasmus bespeuren. Ondertussen is de zon door de wolken gebroken. Het gekwetter van de huiszwaluwen bij de brug is overweldigend. In de verte schroeven ongeveer dertig gieren zich omhoog. We gaan heerlijk picknicken bij Villareal de San Carlos, waar we ooit in de stromende regen liepen. Dit is pas genieten. Overal komen opeens vlinders vandaan. De bloemenzee voor de tafels ruikt heerlijk. In de bomen zijn putters druk in de weer en boven ons vliegen een dwergarend, rode wouw en torenvalk. Truien gaan uit om toch maar zoveel mogelijk zon op te vangen. Na de inwendige mens verzorgd te hebben rijden we richting de stuwdam, waar we hopen de otter te zien. Onderweg zien we de blonde tapuit, vrouwtje blauwe rotslijster en een steenarend; herkenbaar aan z'n witte polsvlekken. Hier komen we in de bocht van de weg een "typical englishman" tegen, waarmee we nog wat vogelweetjes uitwisselen. Bij de stuwdam zien we een ijsvogel. Vandaag komen we ook onze eerste slang tegen Hierna rijden we door naar een plek vanwaar we het nest van de monniksgier kunnen zien. We komen dezelfde Engelsman weer tegen die met een filmcamera door zijn telescoop een slangenarend filmt die een eind verderop boven op een elektriciteitsmast zit. We rijden verder naar Portilla del Tietar. Onderweg komen we langs de plek waar we de vos zagen en ook dit maal vertoont hij zijn kunstjes. Bij Portilla del Tietar zitten hele families langs de weg naar de gieren te kijken. Opa en oma in de stoel met zonnepet en zonneklep, wandelstok tussen de benen. Kinderen dringen bij de telescoop om wat te zien en de verrekijker gaat van hand tot hand. Ondertussen horen we het harde hartstochtelijke gekreun van een parend vale gieren-koppeltje. Het geluid weerkaatst tegen de rotsen en klinkt tweemaal zo luid. De oehoe die een eindje verderop zit stoort zich hier niet aan. Hij zit lekker in het zonnetje terwijl er tientallen telescopen op hem gericht staan. Dat wij hem zo bijzonder vinden beseft hij niet. Met z'n gigantische klauw krabt hij wat aan z'n kop en met z'n fantastische oranje ogen knippert hij tegen het felle zonlicht. Dan draait hij z'n kop een kwartslag en droomt verder. Ook wij gaan weer verder want we willen de grijze wouw ook nog zien. We volgen de weg en komen door een idyllisch gebiedje. We stoppen op een bruggetje en zetten de motor af. Meteen horen we de sprinkhaanzanger. Een ijsvogel schiet over de weg en een bonte vliegenvanger wordt gesignaleerd. Je hoort bijna het gekreun van de gigantisch oude en kolossale kurkeiken die hier staan. De lavendel en meidoorn ruiken sterk. Een kudde schapen graast een eind verderop tussen de bomen. Ook hier komt een eind aan; het gebied verandert en bij een naaldbos stappen we weer uit. Dit zou het gebied van de grijze wouw moeten zijn. Al wat we zien, geen grijze wouw. Wel hangt er een walgelijke lijkenlucht. Nou ja, flink doorademen dan maar, des te eerder ben je er aan gewend. Het loopt tegen etenstijd en we gaan richting Torrejon el Rubio. Vandaag hebben we 82 verschillende vogelsoorten gezien en ons totaal komt nu op 107.


Oehoe (Bubo bubo) © Vogelwacht Uden e.o.      

Woensdag 10 april 2002

Op deze dag brachten we een bezoek aan Trujillo. Dit is een prachtig oud stadje waarvandaan de "concistadores" (Spaanse veroveraars) Latijns-Amerika hebben veroverd. Met de zo vergaarde rijkdommen is het stadje opgebouwd maar gelukkig zijn ze vergeten om het te onderhouden. Daarom vind je er nu allerlei oude gebouwen waar ooievaars en kleine torenvalken in en op broeden. Maar daarover later meer. Eerst reden we richting Cáceres. Jammer genoeg zie je aan deze weg dat de moderne beschaving ook hier begint door te dringen. Een paar jaar geleden was het nog een weg waar je niet harder kon rijden dan zo'n veertig kilometer per uur. Nu ligt er voor een groot gedeelte een geasfalteerde weg waar je wel honderd kilometer per uur kunt rijden. Jammer, zeker voor vogelaars die in deze omgeving elke twee kilometer stil staan om vogels te kijken, maar langs zo'n "snelweg" durf je dat nauwelijks meer te doen. Toch zagen wij hier langs de weg de eerste kuifkoekoek. Pas de laatste dag van ons verblijf in Extremadura zagen we er nog een. Waarschijnlijk is het nog te vroeg voor de kuifkoekoek en verblijven er veel exemplaren in Afrika. Ik kan me tenminste herinneren dat ik op eerdere tochten (later in het jaar) vele kuifkoekoeken heb gezien.

Na een tijdje op de grote weg te hebben gereden sloegen we af naar een "finca". Dit noemen ze hier de boerderij, maar in een aantal gevallen is landhuis een beter woord. Kort voor deze finca ligt een prachtig meertje waar we stopten en waar we een wandelingetje hebben gemaakt. Het zou voor de meesten van ons een onvergetelijke ervaring worden. Al meteen zagen we enkele kleine trappen wegvliegen die we later mooi met de telescoop konden zien. Bij het meertje zagen we groenpootruiters, kleine plevieren en futen. In de lucht vloog een Spaanse keizerarend, maar deze was alleen met de telescoop goed te zien. Wel lieten zich daarna enkele dwergarenden goed zien. Dit werd nog versterkt door het mooie weer. Tijdens het kijken naar de dwergarenden zagen we ineens een grijze wouw. We hadden erop gehoopt en hem dan zien geeft toch een kick. Even later zagen we er nog een. Het is een prachtige grijze kleine wouw die niet vlug te verwarren is met andere soorten. Van oorsprong is het een Afrikaanse soort die in Spanje de laatste tijd toeneemt. De grijze wouw houdt vooral van open landschap met verspreide bomen. Vorig jaar is de grijze wouw nog in Nederland waargenomen. Het zou fantastisch zijn om eens een keer deze vogel in de Maashorst tegen te komen maar nu gaat mijn fantasie wel erg ver.

Na dit hoogtepunt zijn we doorgereden via Monroy om zo uiteindelijk dan in Trujillo terecht te komen. Maar zo vlug ging dat weer niet want we kwamen onderweg nog van alles tegen. De weg van Monroy naar Trujillo loopt door een open, steppeachtig gebied waar je kilometers ver weg kunt kijken. In dit biotoop horen kalanderleeuweriken thuis die we dan ook al snel zagen. Plotseling moesten we met onze twee auto's remmen want er was wat te zien. Jammer genoeg heeft niet iedereen ze gezien maar er vlogen een twintigtal witbuikzandhoenders rond. Ook een typische soort van dit landschap. Je hebt zwartbuiken en witbuiken. In de vlucht zie je gemakkelijk met welke soort je te maken hebt. Het zijn dus geen kleurvariëteiten maar twee soorten. Het witbuikzandhoen is iets kleiner dan het zwartbuikzandhoen. Dichter bij Trujillo aangekomen zien we in een weiland achttien ooievaars bij elkaar. Waarschijnlijk broeden deze alle in Trujillo en zie je ze net buiten de stad rondlopen op zoek naar voedsel.

In de middag kwamen we pas in Trujillo aan. Iedereen had goede honger, het was mooi weer, vandaar dat we op een terrasje eten hebben besteld. Tijdens het eten zie je de kleine torenvalken en ooievaars af en aan vliegen. Op de kerk van Trujillo alleen al broeden minstens tien ooievaars. Later zijn we omhoog geklommen om het kasteel te bezoeken. Van hieruit heb je een schitterend overzicht over de omgeving. Het is niet voor niets dat ze in die tijd dit kasteel hier hebben gebouwd. Jammer genoeg begon het later op de dag te regenen maar dit belette ons toch niet om, voordat we richting Torrejon gingen, de vlakte van Belén te bezoeken. Hier zagen we verschillende grote en kleine trappen, grauwe kiekendieven en grielen. Vooral de griel konden we met de telescoop fraai bewonderen. Het belangrijkste kenmerk, zijn groot oog, viel meteen weer op. Voorbij de vlakte hadden we het als chauffeurs nog even moeilijk. Alles gaat in Spanje nog dwars door de dorpen. Zo ook in Huertas de Animas. De straten werden steeds smaller en plotseling konden we nergens meer heen. Toen zijn we maar tegen het verkeer in gaan rijden (grote hilariteit in de auto's). Dit had al snel effect en zo konden we onze weg vervolgen. Deze weg hadden we nog niet gereden en enigszins tot onze verbazing kwamen uit bij de brug over de Rio Almonte, bij een aantal van onze leden beter bekend als "de blote kontenbrug". Tijdens ons vorig verblijf in Extremadura zagen we hier een aantal personen die gekampeerd hadden en zich uitgebreid in het riviertje aan het wassen waren. Hier hebben we nog even gestopt omdat het een fraaie omgeving is. Het is niet te hopen dat ze hier ooit een brede weg gaan aanleggen. Net voor negen uur 's avonds kwamen we weer in Torrejon uit. Het avondeten was lekker waardoor we met goed gevulde maag de daglijst hebben ingevuld. Het totaal aantal vogelsoorten groeide deze dag tot 115.

 

Donderdag 11 april 2002

Vandaag staat op het programma de Embalse de Arrocampo-Almaraz. Dit is een van de weinige stuwmeren met een vaste waterstand. Hierdoor groeit er nogal wat riet e.d. wat weer zorgt voor een grote vogelrijkdom. Het weer lijkt ons vandaag niet in de steek te laten, het is droog. Van Torrejon el Rubio rijden we over een prachtige weg, richting Jaraicejo. Deze weg hebben we al gehad maar dan in andere richting op de eerste dag van onze aankomst. Net voor Jaraicejo bij een schuurkerkje zien we onze eerste scharrelaar , samen met een hop. Het lichtblauwe verenkleed van deze prachtige vogel steekt af tegen de roodbruine rug; groenblauwe staart met middelste pennen. Eenmaal gezien hebbend ken je deze vogel, vergissen is onmogelijk. De vogel moet het hebben van open terrein met hier en daar een boom. In deze geweldige omgeving hoort deze soort helemaal thuis. Bij Jaraicejo nemen we even de snelweg, maar gaan bij afslag Almaraz er weer af en kan het vogelen weer beginnen. Bij een brug houden we halt en zien meteen een grijze gors en blonde tapuit. Aangekomen bij de Embalse drinken we eerst een kopje koffie. Er ontstaan twee groepjes. Een groep gaat rechts om de plas heen de andere groep links. Van heel dicht bij zien we de purperkoet, een grote blauwachtige koet. Veel kleiner maar net zo opvallend is de graszanger. We zien zijn op de veldleeuwerik gelijkende baltsvlucht volop en horen het typische ritmisch herhaald dzip-geluid. Via het internet hadden we te horen gekregen dat net voor Saucedilla in de buurt van de watertoren een leuk plasje lag, waar veel te horen en te zien was. Een goede tip. We komen aan en horen gelijk de harde krassende karekiet-zang van de grote karekiet. Wat heeft dit plasje nu wat wij in Nederland missen? De grote karekiet is bij ons zeldzaam. In het riet zien we ook sint helenafazantjes en rietzangers. Aan de voet van het plasje hebben we ons middageten genuttigd. Ondertussen kwam een havikarend overvliegen, deze soort hadden we nog niet gezien en kon weer aan de lijst toegevoegd worden. Wat verder te doen? We besloten om het gebied bij Belén wat we gisteren in de regen gezien hadden, nu bij zon te bezoeken. Via de snelweg terug richting Trujillo en de afslag nemend naar Torrecilas de la Tiesa. Hier rijden we weer door de onmetelijke vlakte, richting Belén. Ideaal voor veel vogels. We zien veel steenuiltjes, grauwe kiekendieven en kalanderleeuweriken. Maar nog geen grote trappen. Ook linksaf een zandpad in bracht ons geen trappen. Dan maar rechtsaf proberend. En jawel, voor we het goed en wel beseffen staan we naar 22 baltsende grote trappen te kijken. Wat een fantastische ervaring!! De zwaarste vogel van Europa, het mannetje is dubbel zo groot als het vrouwtje en kan een gewicht van achttien kilo bereiken. Bij de balts keren de mannetjes de binnenste veren naar buiten en vormen zo een grote bal veren. Prachtig om te zien. In de Extremadura zit vijftien procent van de wereldpopulatie. In Spanje zijn nog circa 13.500 tot 14.000 grote trappen. In Europa wordt hun aantal geschat op 25.000 tot 30.000 exemplaren. De vogel broedt op de grond en heeft normaal twee eieren. Ze eten insecten en planten die ze in deze uitgestrekte rustige grasvelden vinden. De vogels zijn gevoelig voor verstoring. Ze vertonen niet echt trekgedrag, wel is het zo dat de Oost-Europese vogels bij extreme kou daar richting het westen trekken en dan zelfs in Nederland terechtkomen. Vijftien jaar geleden is zo'n exemplaar in de Maashorst (aan Zeelandse zijde) te bewonderen geweest. Na dit spektakel zijn we weer naar ons pension gereden. We waren iets vroeger dan normaal, zodat een aantal van ons besloot nog even bij het kleine stuwmeer in Torrejon te kijken of we toch de moorse nachtzwaluw konden horen. Deze hebben we wederom niet gehoord, maar wel liet onze eerste kleine zwartkop zich zien. We spraken af om de thuisblijvers nog even niet in te lichten over deze nieuwe soort. Na het eten bij het invullen van de soortenlijst werd dit uiteraard wel even fijntjes verteld. De "oogst" van vandaag bedroeg maar liefst 85 soorten.

 

Vrijdag 12 april 2002

We beginnen met een droge, doch koude winderige dag (tien graden). Na ons uitgebreide ontbijt van geroosterd brood met jam en koekjes en koffie "con-letje", gaan we ons voorbereiden op een bezoek aan het natuurpark Cornalvo. Na een uurtje rijden en een hele serie koereigers gezien te hebben, zijn de kleinere vogels aan de beurt in een mooi heide-achtig gebied met bomen en struiken waar als hoogtepunt de helenafazantjes dichtbij te zien waren en de kwartel te horen was. Ook de zwarte mees, zwartkop, europese kanarie, kneu en enkele andere soorten vogels lieten zich horen of zien… Na dit gedeelte kwam een groot stuwmeer in zicht waar het echter wat betreft vogels rustig was op een enkele kluut na, dus snel verder gereden naar het rotsachtige gebied waar we gezellig gepicknickt hadden naast een klein stroompje vol schildpadden waarna we een leuke wandeling gemaakt hadden. Hierna hebben we een bezoek gebracht aan Merida waar we naast de oude Romeinse bruggen ook enkele leuke eilandjes in de rivier ontdekten die boordevol koereigers, zilverreigers, purperkoeten e.d. zaten, maar waar als hoogtepunt, jawel de kwak duidelijk te zien was. Wel hebben we eerst de auto's dichterbij de bezienswaardigheid gezet om problemen te voorkomen. Na deze leuke ontmoeting met de kwak zijn we na wat omzwervingen en een lekker ijsje naar Caseres gereden waar we onderweg bij een grote plas de lepelaar, blauwe reiger, oeverlopers en een echte slang gezien hebben. Na wat meetwerk, filmen en foto's rijden we verder richting Torrejon el Rubio. En wat denk je op het einde van de dag komen we drie keer de scharrelaar en diverse steenuiltjes tegen. Om klokslag negen uur rijden we Torrejon binnen. Enkele van ons hadden een te zware dag gehad, want tijdens het avondmaaltje (twee eitjes en friet) werd de ober (jongeman, 23 jaar!!) met Señorita aangesproken. . We hebben vandaag 89 soorten gezien. Ter afsluiting van de dag zijn er nog enkele naar de moorse nachtzwaluw gaan luisteren, maar helaas deze is niet gehoord of gezien. Moe maar voldaan zijn we allen gaan slapen. Dit was de vrijdag van een prachtige week vogelen.

 

 

Zaterdag 13 april 2002

'S morgens vroeg uit het raam kijkend zie ik verdorie weer niet al te florissant weer, miezerig en bewolkt. Toch de hoop maar erin houden, het is nog vroeg en de zon kan dus nog wel verscholen aanwezig zijn. Voor het ontbijt even de frisse ochtendgeur opsnuiven. Bij het riviertje wat dwars door het dorpje stroomt word ik geconfronteerd met een kabaalmakende hop, welke zich goed laat bewonderen. Ook een paartje putters zijn in hun beste humeur, vliegen achter elkaar aan of dat hun leven er van af hangt. Na het gebruikelijke geroosterde stokbrood met jam kan de tocht aanvangen naar de Sierra de Gredos. Als we richting Placencia rijden komen we weer door de  kaalgekapte berghellingen waar eens vele Eucalyptussen stonden. Het is een troosteloos gezicht, die kale hellingen, maar het geeft ons wel mooi de kans om meerdere edelherten te zien, welke anders in de dekking van de begroeiing niet op zouden vallen. Op de verbrande resten hout zit regelmatig de Spaanse klapekster. Zo regelmatig zelfs dat onze chauffeur, daarvoor niet meer wil stoppen ("ooooh, tis mar un klapekster"). Het landschap gaat geleidelijk over in enorme aantallen kurkeiken. Een paradijs voor de roodkopklauwier, hop, blauwe ekster, Europese kanarie en vele anderen, welke we dan ook allemaal veelvuldig kunnen bekijken. De kurkeiken zijn op zich zelf al een bezienswaardigheid, de grillige vormen en de geoogste bast. De Spaanse kurkeiken die ten behoeve van de kurkproductie worden aangepland en in stand worden gehouden, hebben een enorme dikke kurkbast, welke eens in de tien jaar geoogst kan worden. Het Spaanse en het naburige Portugese land zorgen samen voor het merendeel van de wereldproductie van kurk. We naderen het oude stadje Placencia waar de ooievaars sierlijk in grote getale boven het stadje cirkelen. Op vele oude gebouwen hebben de ooievaars een nest gebouwd. Op het kerkje hebben er zelfs vier paartjes hun domicilie gekozen en zorgen daar voor het nageslacht. We rijden langzaamaan door het dal van de Jerte naar het dorpje Navaconcejo. Het dal van de Jerte is bekend om de kersen. Op de berghellingen zijn ook overal kersenbomen te zien. Het hoogteverschil is hier duidelijk te zien in de ontwikkeling van de bloemen en het blad. Aanvankelijk staan de kersenbomen al volop in blad. Wat hoger staan dezelfde bomen nog in de bloei. En weer hoger zijn de bomen nog helemaal kaal. Hier lijkt het nog wel winter. Inmiddels in het dorpje Navaconcejo aangekomen, worden  herinneringen uit de Peel opgeroepen. De wereld heeft hier lang stilgestaan. Koeien worden verschoord (is Brabants dialect) over de autoweg (nou ja, autoweg??). In ieder geval straalt er de rust van af, en zou je wensen om nog boer te zijn. We zijn zo langzaamaan geklommen tot 1.275 meter, wat te zien is aan de begroeiing. Het wordt kaler en kaler. In dit koudere klimaat zien we prachtig een paartje grijze gorzen. Op een elektriciteitsdraad zit plots een vogel welke ik mijn leven lang nog niet in levende lijve heb mogen aanschouwen. Niets groots of spectaculairs maar wel prachtig mooi een cirlgors. Vluchtige waarneming zou de verwarring kunnen oproepen met een geelgors. In Navacepeda is het even goed toeven bij de koffie. We zitten binnen en het is er gelukkig lekker warm. En ik maar denken dat  in Spanje altijd de zon schijnt. Op de berghellingen richting Sierra de Gredos zien we enkele gemzen, welke moeiteloos over de gladde rotsen hun weg zoeken en hun kostje bij elkaar scharrelen. Boven in de bergen aangekomen, kun je geen verschil meer ontdekken tussen Spanje of  de noordpool. Het is koud en het sneeuwt, en we lopen door een dikke laag sneeuw. Nu geen vogels, dan maar sneeuwballen gooien. Wel een machtig mooi landschap. Tijdens de afdaling wil de tweede auto maar niet volgen. Later zullen wij vernemen dat deze groep tussen de kleine waterstroompjes door, de waterpieper ontdekt heeft. Wij hebben inmiddels toegegeven aan de knorrende maagjes en hebben een picknickplaatsje opgezocht. De temperatuur zorgt er voor dat er maar kort stilgezeten wordt, vlug boterhammetje maken, koffie wegwerken en weer lopen. De picknickplaats ligt in de luwte van een hellingbosje wat onderdak biedt aan goudhaantje, zwarte mees, boomklever, boomkruiper en de bonte vliegenvanger. Met name de boomklever laat zich prachtig zien omdat het paartje op vrijerspad is en liefde het wint van de angst voor de vogelaars. Terwijl wij onze weg vervolgen wordt onze aandacht getrokken door een slangenarend welke in het topje van de boom goed is voor een prachtige observatie. Zijn rechthoekige staartje en dikke kop zijn kenmerkend en nu goed te zien. De fotografen onder ons hebben nu een unieke kans. We zullen ongetwijfeld het resultaat nog kunnen bewonderen. Na de slangenarend hebben we weer  een prachtige kans om plaatjes te schieten of om simpel te observeren. Boven op een lichtmast presenteert zich een rode wouw. Zo die hebben we ook weer!! Richting Torrejon el Rubio komen we weer langs de rots van Porte de Tita waar we nog snel even de oehoe gaan bekijken. Nee dus, vandaag laat de oehoe zich in tegenstelling tot dinsdag niet zien. Het zou te mooi zijn, maar het is het proberen waard.
Het is inmiddels zo laat geworden dat we er enige haast achter moeten zetten om ons dineradres voor negen uur nog te halen. Al met al een koude maar zeer interessante dag waarbij we toch weer enkele nieuwe soorten aan het lijstje kunnen toevoegen.

 

 

Zondag 14 april 2002

Half negen: de laatste keer ontbijten, helaas, morgen geen geroosterd stokbroodje/jam, cafe con leche meer. Tijdens het ontbijt wordt er democratisch (ja, ja) gestemd over wat we op deze laatste dag nog willen gaan doen, en het wordt dus binnendoor richting Trujillo en vanaf daar dan de snelweg op naar Madrid. Na het ontbijt nog even wat brood halen voor onderweg, tassen en koffers in de auto's en om half tien zijn we weer op pad.

Al meteen is het raak, we zien vlakbij twee vechtende hoppen op een muurtje en kunnen ze zo mooi bekijken, met de kuif omhoog zitten ze elkaar achterna. Bij de afslag Tahena gaan we toch ook nog maar even naar het nest van de Spaanse Keizerarend kijken, even afscheid nemen. Het nest is wel te zien, maar van de ouders geen spoor te bekennen. Dan maar weer terug hobbelen naar de "grote" weg. Even verderop zit pa (of moe) keizerarend vlakbij op de elektriciteitsmast langs de weg en kunnen we hem (of haar) prachtig bekijken, zo dichtbij, dat is toch wel heel bijzonder en er worden dan ook de nodige foto's gemaakt. Verder rijdend zien we nog een dwergarend en uiteraard ook weer de nodige zwarte en rode wouwen worden gesignaleerd. We besluiten om ook nog even bij het watertje kijken waar we deze week al eerder zijn geweest om nog "even" onder andere de grijze wouw te kunnen zien. Net voor we afslaan richting water horen we via het bakkie dat er grielen zijn gezien tussen de bomen, en met wat aanwijzingen vanuit de andere auto kunnen wij ze nog net zien. Terwijl iedereen naar de grielen staat te kijken, zie ik vlakbij de andere auto een vogel in de boomtop vliegen, tjeetje, zou het?, even goed kijken, yes! een kuifkoekoek, maar wel een snelle, want echt goed laat ie zich niet bestuderen, voordat we hem goed kunnen bekijken vliegt ie al weer verder uit het zicht, jammer, maar toch, ik had er nog geen gezien deze week. Bij het watertje zitten wat futen, enkele groenpootruiters en de kleine plevier. Als we weer terugrijden naar de weg is er toch nog een grijze wouw die een kleine nog een balts-/vliegshow weggeeft. Het belooft zo een hele mooie laatste dag te worden. Tijd om koffie te drinken hebben we nauwelijks, we drinken even een snel een bakkie bij de parasoldennen, bij de ooievaars en vele Spaanse mussen en besluiten om de lunch uit te stellen tot ergens langs de snelweg, kunnen we tot die tijd vogelen. Eenmaal tussen de bomen vandaan op de open vlakte, zien we nog vele 'oude bekenden', waaronder (uiteraard) de grauwe gors die zich wederom weer vaak laat zien en horen. Plotseling word er "STOP!" geroepen en als we stilstaan vliegen we uit de auto en dan zien wij het ook: een hele zwerm/groep zwartbuikzandhoenders! Ze vliegen heen en weer, waarschijnlijk door ons verstoord en het is maar goed ook dat ze rondvliegen, want als ze eenmaal op het land neervallen zijn ze bijna niet meer te zien. Toch weer een nieuwe soort en dat op de laatste dag! Gezien de tijd moeten we toch iets meer doorrijden, wat niet echt goed lukt, aangezien de weg meer een zandpad dan een asfaltweg is, en we steeds weer iets zien vliegen wat de aandacht trekt, zoals op korte afstand van elkaar verschillende grauwe kieken (mannetjes en vrouwtjes). Telkens is er contact via de bakkie's; bijeneter rechts, vale gier links etc. en zo zien we ook een bruine roofvogel laag over het land vliegen en klinkt er even later deskundig commentaar vanuit de andere auto: het zou hier gaan om een melanistische vorm van de grauwe kiekendief: bruine vogel, geen witte stuit te zien, juveniel? Of is het misschien "gewoon" een bruine kiek?.

Als we bijna bij de grote weg zijn staan er rechts op het land nog een paar grijze paaltjes, tenminste daar lijkt het in de eerste instantie op; maar… die bewegen toch niet? Jeetje, geweldig, het zijn zo'n zes grote trappen, prachtig om dit op de valreep ook nog te zien! Eenmaal op de "grote" weg, het is inmiddels alweer over enen, is het doorrijden geblazen, Madrid is nog zo'n 250 kilometer, maar toch wordt er ook nog bij 120 km/uur gevogeld, we kunnen het niet laten. Na een lunchstop, wat later ook nog een tank-/ijsjes-stop, zijn we mooi op tijd op het vliegveld. Nadat we de auto's hebben ingeleverd, checken we als groep in, zodat we in het vliegtuig bij elkaar komen te zitten.

De terugreis verloopt erg vlot, keurig op tijd vertrekken we en rond half negen landen we in Brussel, koffers verzamelen, bus zoeken (de chauffeur staat al te wachten, prima geregeld allemaal!) en dan op naar Uden. In de bus nemen we nog even de waarnemingen van vandaag door, waarbij het totaal aantal soorten na vandaag op 145 komt! Een aardige score zou ik zo zeggen. Om elf uur zijn we dan weer bij de Groenhoeve. Helaas het einde van een geweldige week.

 

Waargenomen vogelsoorten Extremadura 2002

Hierbij een opsomming van de 145 soorten die we gedurende negen dagen hebben mogen bewonderen: Aalscholver, aasgier, alpengierzwaluw, alpenkraai, appelvink, baardgrasmus, bijeneter, blauwe ekster, blauwe reiger, blauwe rotslijster, blonde tapuit, boerenzwaluw, bonte vliegenvanger, boomklever, boomkruiper, boomleeuwerik, buizerd, cetti's zanger, cirlgors, dodaars, dwergarend, ekster, europese kanarie, fazant, fitis, fuut, gaai, geelpootmeeuw, gierzwaluw, goudhaan, graspieper, grasmus, graszanger, grauwe gans, grauwe gors, grauwe kiekendief, groenpootruiter, griel, grijze gors, grijze wouw, groene specht, groenling, grote bonte specht, grote gele kwikstaart, grote karekiet, grote lijster, grote trap, havikarend, heggemus, hop, houtduif, huismus, huiszwaluw, iberische tjiftjaf, ijsvogel, kalanderleeuwerik, kauw, kerkuil, kievit, kleine plevier, kleine strandloper, kleine torenvalk, kleine trap, kleine zilverreiger, kleine zwartkop, kluut, kneu, koekoek, koereiger, koolmees, kortteenleeuwerik, kraai, krakeend, kuifkoekoek, kuifleeuwerik, kuifmees, kwak, kwartel, lepelaar, meerkoet, merel, monniksgier, nachtegaal, oehoe, oeverloper, oeverzwaluw, ooievaar, orpheusspotvogel, paap, pimpelmees, Provençaalse grasmus, purperreiger, putter, raaf, rietzanger, rode patrijs, rode wouw, roodborst, roodborsttapuit, roodkopklauwier, roodstuitzwaluw, rotsduif, rotsmus, rotszwaluw, scharrelaar, sint helenafazantje, slangenarend, snor, spaanse keizerarend, spaanse klapekster, spaanse mus, sperwer, sprinkhaanzanger, staartmees, steenarend, steenuil, steltkluut, tafeleend, tapuit, thekla leeuwerik, torenvalk, tureluur, turkse tortel, vale gier, veldleeuwerik, vink, waterhoen, waterpieper, watersnip, westelijke purperkoet, wilde eend, winterkoning, witbuikzandhoen, witgat, witte kwikstaart, wouwaap, zanglijster, zwartbuikzandhoen, zwarte mees, zwarte ooievaar, zwarte roodstaart, zwarte spreeuw, zwarte wouw en zwartkop.

© Vogelwacht Uden e.o.